Dit is de samenvatting van de 13e bijeenkomst van de Bijbelcursus “Wegwijs in de Bijbel”. Nu we 24 maart niet bij elkaar kunnen komen, komt de samenvatting op deze manier voor jullie beschikbaar.
Lees hem rustig door en ook de Bijbelgedeelten onderaan de samenvatting. 
De Heere zegene het en Hij behoede jullie. Bij Hem kun je schuilen!

Bijeenkomst 13 : De discipelen van Jezus


Jezus heeft veel volgers. Vanuit die groep mensen kiest Hij twaalf mannen die Hij in het bijzonder onderwijst. Deze twaalf leerlingen, discipelen, gaan met Jezus mee. 
Het woord ‘discipel’ is afgeleid van het Latijnse woord voor 'leerling'. In het Nieuwe Testament wordt het Griekse woord mathètès gebruikt om een leerling aan te duiden. Het woord discipel of leerling staat ongeveer 250 keer in het Nieuwe Testament. Het wordt alleen gebruikt in de vier evangeliën en in het boek Handelingen. Van Johannes de Doper staat er dat hij ook discipelen had. 
Ze zien de wonderen die Hij doet en horen Zijn boodschap. Na Zijn opstanding verschijnt Jezus aan Zijn leerlingen en zendt ze uit om Zijn boodschap overal te verkondigen. Door deze zending worden de leerlingen apostelen van de Heere Jezus. Naast deze twaalf apostelen zijn er ook andere mensen in het Nieuwe Testament die de titel apostel krijgen. Paulus is naast de twaalf de meest bekende apostel.

Dit zijn de namen van de twaalf discipelen: als eerste Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, Filippus en Nathanaël, Thomas en de tollenaar Mattheüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Thaddeüs, en ten slotte Simon Kananitus en Judas Iskariot, die Jezus zou verraden. (Mattheüs 10: 2-4)
Waarom twaalf? In de Bijbel wordt het getal twaalf, net als zeven, vaak gebruikt om een volledigheid en perfectie aan te duiden. In het Oude Testament werd "heel Israël" door twaalf stammen vertegenwoordigd.

Waar kwamen deze discipelen vandaan? Kort na Zijn doop ging Jezus weer naar Johannes de Doper. Johannes staat bij Jordaan te dopen en dan komt ineens Jezus naar hem toe. Verbaast als hij is, roept Johannes het uit: Zie het Lam Gods. Deze korte preek slaat in als een bom bij Andréas en Johannes. Heel kenmerkend staat er: ‘En die twee discipelen hoorden hem dat spreken’ (Johannes 1:37). Ze horen het zo, dat ze het ook geloven. Dit geloof krijgt ook handen en voeten. Ze hebben zich geen moment bedacht en gaan Jezus volgen.  
De eerste twee discipelen waren dus Johannes en Andreas. Zij hadden een lang gesprek met Jezus, met als gevolg dat Andreas naar zijn broer Simon toeging en zei tegen hem: “Wij hebben de Messias gevonden!” en hij neemt Simon mee naar Jezus. Die geeft hem de naam Petrus. Hij riep in die eerste week nog twee anderen als discipelen: Filippus en Nathanaël. Op zekere dag kwam Jezus langs het Meer van Galilea waar zij aan het werk waren, en zei voor een tweede keer tegen hen: “Komt, volg Mij!'” Ook Levi, de tollenaar wordt zo geroepen. Jezus ziet hem in het tolhuis zitten en zegt : “Volg mij”. Hoe de andere discipelen geroepen zijn, is niet bekend. 
De twaalf discipelen waren heel gewone mannen, die door God werden gebruikt om het evangelie door te geven. Ze hoorden de boodschap: ‘Volg Mij’ en gehoorzaamden. En die boodschap klinkt nog steeds, ook tot ons!

De Bijbelteksten die bij dit gedeelte horen, zijn:
Marcus 1: 14-20;  Marcus 2:14-17; 
Marcus 6: 14 – 29 en Johannes 1.