Dit is de samenvatting van de 14e bijeenkomst van de Bijbelcursus “Wegwijs in de Bijbel”. Nu we 7 april niet bij elkaar kunnen komen, komt de samenvatting op deze manier voor jullie beschikbaar.

Lees hem rustig door en ook de Bijbelgedeelten onderaan de samenvatting.

De Heere zegene het en Hij behoede jullie. Bij Hem kun je schuilen!

Bijeenkomst 14 : De wonderen van Jezus

De wonderen van Jezus kunnen we in de volgende drie groepen verdelen:

  1. De genezingswonderen. Talloze ziekten en kwalen werden door Jezus genezen.
  2. De natuurwonderen. Door de natuurwonderen liet Jezus zien dat Hij niet gebonden was aan de natuurwetten, zoals bijv. de zwaartekracht.
  3. De dodenopwekkingen. Naast de genezingen en de natuurwonderen lezen we in de Bijbel van 3 personen, die door de Heere Jezus uit de doden zijn opgewekt.

Het is onmogelijk om alle wonderen hier weer te geven. We zullen er een viertal behandelen.

Het 1e wonder

Jezus en ten minste enkele van de eerste discipelen reizen naar Kana. Kana ligt in de heuvels ten noorden van Nazareth, waar Jezus is opgegroeid. Ze zijn uitgenodigd voor een bruiloftsfeest.

De moeder van Jezus is er ook. Als vriendin van de familie van het bruidspaar helpt ze waarschijnlijk bij de zorg voor de vele gasten. Dus als de wijn bijna op is, ziet ze dat meteen en zegt tegen Jezus: ‘Ze hebben geen wijn’ (Johannes 2:3).

Eigenlijk bedoelt Maria dat Jezus er iets aan moet doen, maar Jezus maakt bezwaar. Als Gods aangestelde Koning moet Hij zich bij alles wat Hij doet, laten leiden door Zijn hemelse Vader, niet door familie of vrienden. Maria is zo verstandig het aan haar Zoon over te laten en zegt tegen de bedienden: ‘Doe alles wat Hij zegt’ (Johannes 2:5).

Er zijn zes stenen waterkruiken, elk met een inhoud van ruim 40 liter. Jezus geeft de bedienden de opdracht: ‘Vul de watervaten met water.’ Dan zegt Hij: ‘Schept nu en breng het naar de hofmeester’ (Joh. 2: 7, 8). De ceremoniemeester van de bruiloft geeft de bruidegom complimenten over de goede kwaliteit van de wijn.

De ceremoniemeester is onder de indruk van de goede kwaliteit van de wijn, maar hij weet niet dat die wijn door een wonder tot stand is gekomen. Hij zegt tegen de bruidegom: ‘ Alle man zet eerst de goede wijn op, en wanneer men wél gedronken heeft, alsdan de mindere; maar gij hebt de goede wijn tot nu toe bewaard’. (Johannes 2:10).

Dit is Jezus’ eerste wonder. Als Zijn nieuwe discipelen dit wonder zien, versterkt dit hun geloof in Hem.

Een genezingswonder

Jezus sprak niet alleen, maar Hij genas ook zieken. Daar hadden de vier vrienden van een verlamde man van gehoord. Ze nemen hem met zich mee, op weg naar Jezus. Ze brengen hem naar het goede adres; ze hebben immers zoveel over Jezus gehoord. Jezus is vast in staat om hun vriend te helpen.

De verlamde vriend ligt op een bed. Ze dragen hem met zijn vieren, op weg naar het huis waar Jezus is. Maar wat een teleurstelling: het huis is vol.

De vrienden bedenken een andere manier om bij Jezus te komen. Ze klimmen op het dak. Daar luisteren ze waar Jezus ongeveer moet staan. Daar verwijderen ze de dakbedekking en de tegels. Ze laten hun vriend zakken zodat hij voor de voeten van Jezus terecht kwam.

De Heere Jezus doet vervolgens iets onverwachts. Hij ziet het geloof van de vrienden. Ze geloven dat Jezus machtig genoeg is om te genezen. Ze geloven ook dat Hij daartoe bereid is. Jezus ziet hun geloof, maar Hij geneest niet direct, dat komt later. Hij zegt tegen de verlamde: “Zoon, heb goede moed, uw zonden zijn u vergeven.”

Dat Jezus eerst de zonde van de man vergeeft, laat zien dat vergeving belangrijker is dan genezing. Vergeving is belangrijker dan een (tijdelijke) genezing.

Een natuurwonder

Het was voor Jezus een lange, zware dag. Als de avond valt, zegt Hij tegen de discipelen: ‘Laten ons overvaren.’

Jezus is dan wel Gods Zoon, maar het is logisch dat Hij vermoeid is na deze drukke dag. Dus als ze zijn vertrokken, gaat Hij naar de achterkant van de boot, legt Zijn hoofd op een kussen en valt in slaap.

Op het Meer van Galilea kunnen plotseling zware stormen ontstaan. Dit gebeurt nu ook. Al snel beuken de golven tegen de boot. Die ‘maakt water en ze raken in nood’. En toch wordt Jezus niet wakker!

De mannen werken keihard om de boot op koers te houden, zoals ze tijdens stormen wel vaker hebben gedaan. Maar dit keer is het anders. Alles wijst erop dat ze gaan verdrinken. In doodsangst maken ze Jezus wakker en roepen: ‘Meester, wij vergaan!’

Jezus zegt tegen de apostelen: ‘Waarom zijn jullie zo bang? Wat is jullie geloof toch klein!’ Dan geeft Hij de wind en het water het bevel: ‘Zwijg! Wees stil!’ (Marcus 4:9) De storm gaat liggen en het water wordt kalm.

Stel je eens voor hoe dit moet zijn geweest voor de discipelen. Ze hebben zojuist met eigen ogen gezien hoe een razende storm en een kolkende watermassa ineens volledig tot rust kwamen. Verbijsterd zeggen ze tegen elkaar: ‘Wie is toch Deze, dat zelfs de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?’. Wat is het, ook voor ons, geruststellend te weten dat Gods Zoon controle heeft over de krachten van de natuur.

Een opwekkingswonder

Jaïrus is een belangrijk man, een overste van de synagoge. Op een dag wordt zijn dochtertje ziek en moet in bed blijven. Maar ze wordt niet beter. Ze wordt steeds zieker. Jaïrus en zijn vrouw zijn erg ongerust, want het ziet ernaar uit dat hun kleine meisje zal sterven. Het is hun enige dochter. Daarom gaat Jaïrus op zoek naar Jezus. Hij heeft gehoord van de wonderen die Jezus doet.

Als Jaïrus Jezus vindt, staat er een massa mensen om Hem heen. Maar Jaïrus dringt tussen de menigte door en valt aan Jezus’ voeten neer. ’Mijn dochter is heel erg ziek’, zegt hij. ’Kom toch alstublieft en maak haar beter.’ Jezus zegt dat Hij zal komen.

Onderweg dringen de mensen steeds dichter om Jezus heen. Opeens blijft Hij staan. ’Wie heeft Mij aangeraakt?’ vraagt Hij. Jezus voelde dat er kracht van Hem uitging. Daarom weet Hij dat iemand Hem heeft aangeraakt. Maar wie? Een vrouw die al 12 jaar erg ziek was. Zij was dichterbij gekomen, had Jezus’ kleren aangeraakt en was genezen!

Dit geeft Jaïrus moed, want hij heeft nu gezien dat Jezus  daadwerkelijk iemand kan genezen. Maar dan komt er iemand met de boodschap: ’Val Jezus maar niet langer lastig. Je dochter is gestorven.’ Jezus hoort het en zegt tegen Jaïrus: ’Maak je geen zorgen. Alles komt weer goed met haar.’

Als zij eindelijk bij het huis van Jaïrus komen, staan de mensen daar vreselijk te huilen. Maar Jezus zegt: ’Huil maar niet. Het meisje is niet dood, ze slaapt alleen.’ Dan lachen ze Jezus uit, want ze weten dat het kind dood is.

Dan gaat Jezus met de vader en de moeder van het meisje en drie van Zijn discipelen naar de kamer waar het kind ligt. Hij pakt haar hand en zegt: ’Sta op!’ En ze wordt weer levend. Ze staat op en loopt rond!

Zij is niet de eerste die door Jezus uit de doden is opgewekt. De eerste over wie dit in de Bijbel staat, is de zoon van een weduwe uit de stad Naïn. Later wekt Jezus ook Lazarus, de broer van Maria en Martha, uit de doden op.

De Bijbelteksten die bij dit gedeelte horen, zijn:

Johannes 2 : 1 – 12 (1e wonder);

Marcus 2 : 1 - 12 (genezingswonder);

Marcus 4 : 35 - 41(natuurwonder) en

Mattheüs 9 : 18 - 25 (dodenopwekking).