Dit is de samenvatting van de 17e en laatste bijeenkomst van de Bijbelcursus “Wegwijs in de Bijbel”. Nu we 26 mei niet bij elkaar kunnen komen, komt de samenvatting op deze manier voor jullie beschikbaar.

Lees hem rustig door en ook de Bijbelgedeelten onderaan de samenvatting.

Bijeenkomst 17 : De toekomst

Inleiding

Verleden, heden en toekomst hebben alles met elkaar te maken. De dingen die de Bijbel beschrijft over het verleden zijn uitgekomen. Daarom kunnen we er zeker van zijn, dat ook de dingen, die de Bijbel schrijft over de toekomst precies zullen gebeuren, zoals de Bijbel die beschrijft.

De wederkomst

De Heere Jezus zal komen om te oordelen de levenden en de doden, zegt de Apostolische Geloofsbelijdenis. Hij zal Zijn rijk van vrede en gerechtigheid stichten. Zijn komst betekent voor de gelovigen, dat zij zullen delen in Christus’ heerlijkheid en dat zij zich zullen verheugen over de heerlijkheid, waarmee Hij bekleed is. De ongelovigen worden echter geoordeeld, omdat zij niet geloofd hebben in de Naam van de eniggeboren Zoon van God (Johannes 3:18). De Bijbel spreekt over tekenen, die laten zien dat de Heere Jezus bijna komt. Voor Zijn komst zullen er verleidende geesten en valse Christussen komen, er is sprake van oorlogen of geruchten van oorlogen, hongersnoden en aardbevingen, van verdrukking, haat, afval, wetsverachting, verkilling van de liefde (Mattheüs 24). Maar ook zal het Evangelie van het Koninkrijk wereldwijd klinken. Het volk Israël keert terug naar het ‘Beloofde Land’ (Ezechiël 37:11-14). Er zullen tekenen aan de hemel zijn. Daarna verschijnt de Zoon des mensen met grote macht en heerlijkheid (Mattheüs 24:30). Geen mens weet wanneer de Heere Jezus precies terugkomt. Hij komt als een ‘dief in de nacht’ (1 Thessalonicenzen. 5:1-2). Het heeft dus weinig zin om allerlei eindtijdvisies uit te pluizen, om uit te vinden wanneer Hij exact komt. Jezus’ woorden moeten ons vooral wakker schudden.

Het boek Openbaringen

De Openbaring van Johannes, vaak kortweg Openbaringen genoemd, of naar de Griekse naam, de Apocalyps, is het laatste boek van het Nieuwe Testament en daarmee eveneens van de gehele Bijbel. Traditioneel werd aangenomen, dat het de apostel Johannes is, die te kennen geeft dit boek op Patmos te hebben geschreven. Het werd geschreven in het Koinè-Grieks, en volgens de aanhef gaat het om een openbaring van Jezus aan Johannes. Toen het boek werd geschreven werden de christenen al door de Romeinen vervolgd. Het boek Openbaring wordt algemeen beschouwd als het moeilijkste van de gehele Bijbel, en niet ten onrechte. Het boek bevat erg veel symboliek en beeldtaal, waar de gemiddelde bijbellezer slecht mee uit de voeten blijkt te kunnen. Vrijwel al die symbolische taal is echter terug te vinden in de voorafgaande boeken van de Schrift, vooral in het Oude Testament.

Een blik in de hemel (Openbaringen 4 en 5)

Johannes ziet een deur in de hemel. Hij gaat daar naar binnen. Blijkbaar komt hij in een immense ruimte. En wat ziet hij? God op Zijn hemelse troon. Hij, en Híj alleen staat centraal: de machtige, heilige, levende God. Het enige wat Johannes ervan kan zeggen is: Hij straalde als jaspis en sardis, als edelstenen. De Heere is zo stralend, dat kun je niet in woorden uitdrukken. Wat een indrukwekkend gezicht! En Johannes hóórt ook wat. Uit de troon komen bliksem en donder en stemmen. Alles bij elkaar genoeg om door ontzag overweldigd te worden.
De Heere staat helemaal centraal. Al het andere wat Johannes ziet, is rond Hem gegroepeerd. Eerst een regenboog. Dan zeven fakkels. Dan vierentwintig oudsten op tronen. Dan vier dieren vol ogen. Weer daar omheen ontelbare engelen. En daarbuiten weer, tot aan het einde van Johannes’ blikveld: alle schepsels uit het heelal. Concentrische cirkels, zou je kunnen zeggen. Zoals de schillen van een ui, zoals de planeten rond de zon. Allemaal zijn ze gericht op dat middelpunt: de ene troon in het midden. Al die kringen bewijzen God eer. De dieren roepen: Heilig, heilig, heilig! De 24 oudsten knielen en zingen en leggen hun kronen voor de troon van God. Alle tienduizenden engelen juichen. En tenslotte juicht ieder schepsel mee. “Aan Hem die zit op de troon, en aan het Lam: alle eer!”
Dit is geen heilige rust, geen gewijde stilte. Nee, het is één ontzagwekkende lofprijzing van het hele heelal, voor die Éne in het midden.

Johannes ziet een boek(rol) in de hand van God. Deze boekrol staat voor Gods plan, Gods plan voor deze wereld. In die boekrol staat de wereldgeschiedenis opgeschreven. Hoe het zal gaan en waar het heengaat met deze aarde, met óns. Gods plannen gaan ons begrip ver te boven. Geen mens of wie dan ook, is waardig om deze boekrol in te zien, merkt Johannes al meteen. Maar we mogen vertrouwen: het is een plan met een goede afloop. Want God is goed! Hij, Die op de troon zit houdt de boekrol vast. De Schepper laat Zijn wereld niet zomaar los, maar heeft ook voorgenomen hoe het verder gaat.

Echter, de boekrol is verzegeld. Met zeven zegels maar liefst. En… zo’n verzegelde rol is niet te lezen natuurlijk. Wil je er iets mee kunnen, dan moeten de zegels verbroken worden.  Johannes ziet dus de rol met Gods plan, die verzegeld is. En meteen ziet hij een engel die uitroept: “Wie is waardig het boek te openen, en zijn zegelen open te breken?” Want dat mag natuurlijk niet zomaar iedereen doen. Er heerst meteen een spanning. Wie zal het zijn? Het is alsof iedereen elkaar aankijkt. Spanning, terwijl Johannes afwacht. Zal er iemand naar voren komen? Een hemels wezen, of iemand van de aarde misschien? Alles hangt van de inhoud van deze rol af, dat voelen ze wel. De tijd verstrijkt, maar níemand, helemaal niemand beweegt. Niemand is waardig, niemand kan deze rol opendoen. Wat nu?

Johannes begint te huilen. Maar dan, dan komt er iemand naar hem toe. Hij zegt: huil niet! Er ís Iemand die de rol kan openen, Gods plan door kan laten gaan. Johannes kijkt verrast op. Wie dan? De Leeuw! De Leeuw uit Juda, de afstammeling van David, heeft overwonnen! Johannes kijkt. Het is… geen leeuw, maar een lam! Wonderlijke beelden. Maar met een diepe zin. De ‘Leeuw uit de stam van Juda’, het is een titel van Jezus. Maar ‘het Lam van God’ ook. Jezus, Hij is het Lam dat Johannes ziet. Zó zorgt Hij ervoor dat Gods plan door kan gaan. Door de crisis heen, dat zeker – zie maar de volgende hoofdstukken van dit Bijbelboek.

De dag van Jezus’ komst

De Bijbel noemt vier belangrijke kenmerken:

1. Jezus komt persoonlijk terug (1 Thess. 4:16)

2. Jezus komt voor iedereen zichtbaar (Hand. 1:11)

3. Jezus komt onverwacht (Matth. 24:27)

4. Jezus komt in grote kracht en heerlijkheid (Filippenzen 2: 5-11)

Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer.

En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit de hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is.

En ik hoorde een grote stem uit de hemel, zeggende: Ziet, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen en hun God zijn.

En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt (=gehuil), noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan.

En Die op den troon zat, zei: Ziet, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tot mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en getrouw.

En Hij sprak tot mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Ik zal de dorstige geven uit de fontein van het water des levens voor niet. (Openb. 21: 1-6)

Tot slot

Het boek Openbaringen besluit met de woorden van Jezus: ‘Zie, Ik kom haastiglijk (=spoedig) zalig is hij, die de woorden der profetie van dit boek bewaart’. Na alle voorzeggingen en beloften uit de vorige hoofdstukken lezen we nog een indringende uitnodiging om toch vooral ernst te maken met onze zaligheid.  Daarom gaat de uitnodiging uit: ‘En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.’ (Openb. 22: 17)

Het is alsof Jezus ons een laatste keer uitnodigt: Kom toch hierheen!

Hij heeft ons behoud op het oog, en indringend, maar vol liefde, roept Hij ons op om tot Hem te komen.

God wil onze redding en ons behoud!

Hij heeft er alles aan gedaan.

Het kostte Hem de dood van Zijn Zoon!

Kan het nog indringender?

Wat is ons antwoord?

Bedenk de verregaande consequenties van onze keus.

Kies voor het leven, opdat je eeuwig gelukkig mag zijn door het geloof in de Heere Jezus!

De Bijbelteksten die bij dit gedeelte horen, zijn:

Mattheüs 24 en 25,

2 Petrus 3,

Openbaringen 4, 20 en 22.

We hopen elkaar in het nieuwe seizoen weer te (kunnen) ontmoeten.

De Heere God zegene u!