Dit is de samenvatting van de 6e bijeenkomst van de Bijbelkring over “Mozes”. Nu we 24 maart niet bij elkaar kunnen komen, komt de samenvatting op deze manier voor jullie beschikbaar.

Lees hem rustig door en ook de Bijbelgedeelten onderaan de samenvatting.

De Heere zegene het en Hij behoede jullie. Bij Hem kun je schuilen!

Bijeenkomst 6 : Mozes in de woestijn

Vorige keer hoorden we over de tiende plaag, de instelling van het Pascha, de uittocht uit Egypte en doortocht door de Rode Zee. Het volk had gezien hoe God door Mozes een pad gemaakt had en dat de Egyptenaren waren verdronken. Ze zongen met Mozes een lied ter ere van die grote God: “Toen zong Mozes en de kinderen Israëls den HEERE dit lied, en spraken, zeggende: Ik zal den HEERE zingen; want Hij is hogelijk verheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen. De HEERE is mijn Kracht en Lied.”(Exodus 15: 1 en 2a).

Vol goede moed, onder de indruk van Gods macht en misschien wel met het voornemen nooit meer te mopperen op God, zijn ze verder getrokken, de woestijn in, achter de wolkkolom aan. Maar na 3 dagen was hun watervoorraad, wat ze uit Egypte hadden meegenomen, op en ze vonden nergens water. Totdat eindelijk de roep klonk: “Water!” Ze rennen er op af, maar de vreugde is van korte duur. Het water was bitter en dan schreeuwen ze tegen Mozes: “Wat zullen wij drinken?” Toen riep Mozes tot de Heere en de Heere wees hem een stuk hout; hij wierp het in het water en het water werd zoet en het volk kon drinken. Waarom deed God dit? Waarom leidde Hij Zijn volk naar deze plaats? De Bijbel geeft ons het antwoord: De Heere God stelde het volk op de proef (‘Hij verzocht het volk’ – vers 25). Het volk moest ‘met ernst naar de stem van de Heere horen en Zijn geboden en inzettingen onderhouden’. Het volk hoefde niet het bittere water te drinken. God zorgde voor een hout en het water werd zoet. Eeuwen later wordt aan Jezus een beker te drinken gegeven, die zo bitter is, dat Hij God vraagt: “Vader, neem deze beker van Mij weg.” Voor Hem geen hout om het zoet te maken, maar wel een vervloekt hout om aan gehangen te worden.

Gelukkig heeft het volk niet alleen maar bittere ervaringen. Want daarna kwamen ze bij Elim; daar waren twaalf waterbronnen en zeventig palmbomen: “en zij legerden zich aldaar aan de wateren.” (Exodus 15 : 27). Ze genoten daar van de prachtige oase en het heerlijke water en de nodige rust. Maar ze moesten verder, de woestijn verder in en dan komt de volgende moeilijkheid: honger! En wie krijgt de schuld? Mozes en Aäron: “Want gijlieden hebt ons uitgeleid in deze woestijn, om deze ganse gemeente door de honger te doden” (Exodus 16 : 3b). Maar onmiddellijk sprak God tot Mozes en zei: “Zie, Ik zal voor ulieden brood uit de hemel regenen” (vers 4). God wil het volk leren afhankelijk van Hem te zijn en op Hem te vertrouwen. Elke morgen gaat het volk eropuit om het dagelijkse manna te rapen. Genoeg voor één dag, niet teveel en niet te weinig (vers 18). Gods zorgt! Daarom bidden wij ook: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’.

Mozes leidt het volk van pleisterplaats naar pleisterplaats. Ze komen aan in de buurt van de Sinaï in de plaats Rafidim. ”Daar nu was geen water voor het volk om te drinken.” (Exodus 17: 1b). Massaal trekt het volk tegen Mozes op. Hij krijgt opnieuw de schuld. Maar Mozes weet dat het niet zijn volk is, maar Gods volk en dat het niet zijn verantwoordelijkheid is, maar van God. Daarom gaat Mozes zich niet verdedigen, maar hij vlucht tot zijn God. “Heere God, wat moet ik doen? Het scheelt maar weinig of het volk zal mij stenigen!”, roept hij het uit. Maar dan blijkt weer hoe barmhartig de Heere God is. “Toen zei de HEERE tot Mozes: Ga heen voor het aangezicht van het volk, en neem met u uit de oudsten van Israël; en neem uw staf in uw hand, waarmee gij de rivier sloeg, en ga heen. Zie, Ik zal aldaar voor uw aangezicht op de rotssteen in Horeb staan; en gij zult op den rotssteen slaan, zo zal er water uitgaan, dat het volk drinke. Mozes nu deed alzo voor de ogen der oudsten van Israël.”

(Exodus 17: 5-6). En zo gebeurde het. Wat moet Mozes een vertrouwen op God hebben gehad. Elke keer weer! Later in het Bijbelboek Deuteronomium noemt hij in zijn afscheidsrede in hoofdstuk 32 God wel tot 5 keer toe: “de Rotssteen”. Dit gebeuren heeft vrijwel zeker grote indruk op hem gemaakt. En ook later in de geschiedenis van Israël komt dit gebeuren regelmatig terug, onder andere als onderdeel van het Loofhuttenfeest. Het feest waarin de Israëlieten (nog steeds) de woestijnreis herdenken. Ze wonen dan in loofhutten, als herinnering aan hoe ze woonden in de woestijn. Op de laatste, de groet dag van dat feest nam de hogepriester een zilveren kruik met water en goot die uit op het tempelplein. Daarmee dacht men hoe God het volk 40 jaar lang in de woestijn van water had voorzien. Bij één van die herdenkingen was Jezus tegenwoordig en riep Hij over het tempelplein: “Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.” (Johannes 7: 37). En daarmee zegt Hij dat Hij de Rots is, uit Wie het levende water voortkomt. Paulus schrijft dat later ook over de woestijnreis van Israël: “En allen die zelfde geestelijke drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus.” (1 Korinthe 10:4)

Nu het probleem van de dorst en de honger zijn opgelost staat Mozes voor een nieuw probleem: oververmoeidheid. Wat lezen we in de Bijbel? Al twee maanden zijn ze nu onderweg. Ze zijn in de buurt van de Sinaï gekomen en Jethro, Mozes’ schoonvader hoort dat. Hij neemt Zippora, zijn dochter en Mozes’ vrouw en hun twee zonen en gaat op weg, Mozes tegemoet. Na uitgebreide Oosterse begroetingen doet Mozes verslag van alles wat er gebeurd is. Jethro luistert vol bewondering en blijdschap. Hij eert God en brengt Hem verschillende offers. De dag wordt afgesloten met een gezamenlijke maaltijd.

De volgende dag houdt Mozes zitting om recht te spreken over het volk. En het volk staat voor Mozes van de morgen tot de avond (Exodus 18:13). Jethro ziet dat aan en zegt tegen Mozes: “De zaak is niet goed, die gij doet” (vers 17). Jethro geeft hem ook een advies om het anders aan te pakken. Hij vreest namelijk dat Mozes anders onder de werkdruk  zal bezwijken. Ook is het beter voor het volk. De Israëlieten moeten waarschijnlijk lang wachten voordat Mozes rechtspreekt of een antwoord geeft op hun vraag. Jethro stelt een nieuw aanpak voor: Mozes moet wel blijven bemiddelen tussen het volk en de Heere, maar moet verder het volk onderwijs geven in de wet van God, zodat het volk weet hoe de Heere wil dat ze leven. Om zijn takenpakket te verkleinen moet Mozes het volk onderverdelen in groepen van duizend, honderd, vijftig en tien. De vertegenwoordigers van deze groepen spreken recht in kleine conflicten. Allen de grote zaken worden voorgelegd aan Mozes, aldus Jethro. Hier krijgt Mozes tips van zijn schoonvader in wat wij in onze tijd ‘timemanagement’ zouden noemen. Hoe reageert Mozes? Stel je voor dat er na een vermoeiende dag tegen je gezegd wordt, dat je het niet goed doet en dat je het anders moet doen! Hoe zou jij reageren? Vast niet zo bereidwillig als Mozes hier doet: “Mozes nu hoorde naar de stem van zijn schoonvader, en hij deed alles, wat hij gezegd had.”(Exodus 18:24). Hij begint hierdoor aan een hele nieuwe periode in zijn leven. In de rest van zijn leven gaat hij de meeste aandacht geven aan God . Niet meer de grootste aandacht voor het volk, niet voor het werk, maar voor God. Dat is een levensles, ook voor ons. De Heere Jezus vat de wet samen door te zeggen: het eerste en grote gebod is God liefhebben en dan het tweede, wél daaraan gelijk, is je naaste liefhebben. Eerst God  en dan je naaste. Mozes volgt de raad van zijn schoonvader op en de woorden van zijn schoonvader klinken na in zijn oren: “wees gij voor het volk bij God” (vers 19m). Mozes ziet de berg Sinaï voor hem en dan neemt hij een besluit. Hij wendt zich van het volk af en klimt op tot God (Exodus 19 : 3).

Dat is het onderwerp voor de volgende bijeenkomst ‘Mozes op de berg’. Moge de Heere God ons leren om te verstaan wat het belangrijkste is in het leven en om dat de grootste plaats te geven.

 

De Bijbelteksten die bij dit gedeelte horen, zijn:

Exodus 15, 16, 17 en 18 – 1 Korinthe 10 : 1 - 6

Exodus 19 : 1 – 3  - Johannes 7 : 37 - 40