zondag 26 augustus 2018

Jezus en de Kananése vrouw - Mattheüs 15:21-28. (Zie ook Markus 7:24-30).

Samenvatting toespraak zondagmorgen 26-8-2018. Voorganger evangelist Johan Krijgsman. 
M: 06-83571391. E: Amsterdam@bijbelcentrum.nl. W: www.bijsimondelooier.nl.Tel.: 020-6227742.
Thema: ‘Jezus en de Kananése vrouw’ n.a.v. Mattheüs 15:21-28. (Zie ook Markus 7:24-30).

Jezus is op reis naar het heidense Tyrus en Sidon. Naar het noordwesten van Israël, richting het huidige Libanon. Kijk, er loopt een vrouw achter Hem aan. Ze roept tot Hem. Wie is deze vrouw?    Een Griekse vrouw, zegt Markus in zijn evangelie. Mattheüs noemt haar een Kananése vrouw. 
Zeg maar een Palestijnse. Ze behoort bij hen die oorspronkelijk in Palestina hebben gewoond. 
Toen destijds Kanaän werd ingenomen, moesten deze oorspronkelijke bewoners worden uitgeroeid. Enkelen van hen mochten bij gratie blijven leven. Deze Kananése vrouw is daar een nakomeling van. Ze behoort dus niet bij het uitverkoren volk Israël en heeft geen rechten. Ondanks dat, komt ze met haar nood tot Jezus nu Hij in deze omgeving komt. Wat wil ze van de Heere Jezus? Wat was haar nood? We gaan ernaar luisteren. Het thema verdelen we in: 1) Haar gebed; 2) Jezus’ zwijgen; 3)Jezus’ antwoord; 4) Haar belijdenis; 5) Jezus’ belijdenis.

1)    Haar gebed (Vers 22)
Kijk, daar is ze ineens bij de Heere Jezus. Ze roept tot Hem met alles wat in haar is: Heere, Gij Zone Davids, ontferm U mijner! Ze noemt Hem Heere. Oftewel: Kurios, Heer, Meester, Eigenaar. 
Wat een erenamen geeft ze Hem. Haar opzien naar Hem is groot. Ze geeft Hem nog een erenaam: Zone Davids. Daaruit blijkt dat ze van de beloofde Messias geweten moet hebben. Die Messias zou immers een nakomeling van koning David zijn? 
Wat wil ze van deze Zone Davids? Een blijk van ontferming, van innerlijk medelijden. Waarom? 
Haar dochtertje is geheel en al in de ban van de duivel. De nood van haar kind was haar nood geworden. Dit is een trek van een echte moeder. Moeders onder ons: je herkent dit toch? 
De nood van haar dochter bracht haar tot Jezus. Anders had ze Hem waarschijnlijk nooit ontmoet.    

Jezus nodigt vriendelijk alle zorgen in het gebed bij Hem te brengen. Ook de zorgen van je kinderen. Heb je geen kinderen? Ga dan met de zorgen van andere kinderen tot Hem. Ook van buurkinderen. 
Heb je geen zorgen? Weet: zolang je buiten het echte geloof in Jezus leeft, ben je in groot gevaar. 
Je bent dan, zonder dat je het weet, in de mácht van de zonden. Dit moet jouw grootste zorg worden.  

2)    Jezus’ zwijgen (Vers 23)
Hoe reageert de Heere Jezus? Hij zwijgt. Hij geeft niet thuis. Is dit nu die Jezus Die zegt: bid en U zal gegeven worden? Is Hij zó, deze vriendelijke Jezus? 
Naast Jezus’ zwijgen worden de discipelen van Jezus geïrriteerd van dat geroep van haar. 
Ze zeggen tegen Jezus: stuur haar toch weg, want ze roept ons na. Een empathie-loze reactie. 
Zijn dit nu mensen die door Jezus geroepen zijn om vissers van mensen te zijn? Om aandacht voor mensen te hebben en hen pastoraal bij te staan? Ja, dit zijn geroepen voorgangers. Ze laten zich nu van hun slechte kant zien. 
Ook voorgangers blijven zondige mensen met fouten en gebreken. Daarom zegt de Heere dat je nooit op mensen moet vertrouwen, maar op Hem (Psalm 146:3).
Deze vrouw heeft alles tegen. Jezus zwijgt, de discipelen willen haar wegsturen en ze is een heidin.
Vroeger had je verkopers aan de deur die zich niet lieten wegsturen. Ze wilden iets verkopen. 
Ze zetten hun klomp tussen de deur. Dat doet deze Kananése vrouw. Ze blijft ‘heilig zeuren’ aan de genadedeur. Ze zet haar ‘gebedsklomp’ tussen Zijn genadedeur. Hopelijk doen wij dit ook. 

3)    Jezus’ antwoord (Verzen 24-26)
De Heere Jezus geeft de discipelen niet hun zin. Hij stuurt de vrouw niet weg. Nee, zo is Hij niet. Nooit stuurt Hij mensen weg. Hij is vol van barmhartigheid en medelijden. 
Wel geeft Hij de discipelen een antwoord op hun opmerking om haar weg te sturen. Hij doet dit expres zo duidelijk, dat de Kananése vrouw het kan verstaan. Hij zegt: Ik ben niet gezonden dan tot de verloren schapen van het huis Israëls. Hij zegt: het is Mijn taak nog niet om heidenen te verlossen, maar alleen Israëlieten. Hij Die de Waarheid Zelf is, spreekt hiermee de waarheid. Hij had immers tegen Zijn discipelen gezegd heen te gaan tot de verloren schapen van Israël (Mattheüs 10:5-6).  

Vandaag zeggen we: dit is discriminatie. Stel: Je ziet een Irakees die in grote nood is en jij komt langs. Hij smeekt: help me alstublieft. En jij zegt: ik help alleen Nederlanders. Wat een reacties zouden er komen op Facebook en Twitter over discriminatie.          

De Kananése vrouw die dit antwoord gehoord heeft, laat zich niet van de wijs brengen. 
Ze komt nog dichter bij Jezus en aanbidt Hem. Dit betekent dat ze Hem vereert, voor Hem neervalt en blijft liggen. Met dat aanbidden erkent ze ook dat de Heere niets aan haar verplicht is. 
Hier heb je zo’n duidelijke trek van het geloof. Misschien zeg je: heeft deze vrouw dan geloof? 
Ja, dat zullen we nog horen én haar geloof wordt zwaar beproefd. Toch houdt ze aan bij de Heere. 

De Kananése vrouw houdt een gebed van drie woorden over: Heere, help mij! Hoe groter de nood, hoe korter het gebed. 
Hoor, de Heere geeft antwoord op haar korte gebed. Maar wát een antwoord. Hij zegt: het is ongepast het brood van de Israëlieten aan een heidense, een hondje, te geven. 
Opnieuw een afwijzing. Toch zit er in deze afwijzing een verborgen aanmoediging. Waarom? 

4)    Haar belijdenis (Vers 27)
Terwijl ze voor Zijn voeten ligt, belijdt ze: ‘Ja, Heere’, ik ben een hondje. Ik heb geen rechten.
En tegelijk: maar de ‘hondekens’ eten ook van de kruimels die van de tafel van hun heer vallen. 
Daar heeft ze gelijk in. Kleine hondjes mochten mee-eten van de kruimels die van de tafel vielen.
Begrijp je nu waarom de Heere haar geen hond noemt, maar hondje? De Heere hield haar met dat woordje ‘hondekens’ het aas voor en zij hapt er gretig in. Het geloof valt altijd terug op Gods Woord. 
Ze belijdt Jezus opnieuw als Heere. Daarmee belijdt ze Jezus als Gever van het Levensbrood. 
Ze vroeg om een paar kruimels van dit levensbrood. Om Zijn ontfermende liefde. 

De Heilige Géést leert ons ‘Ja, Heere’ belijden. Ook als het Woord ons veroordeelt om onze zonden. Dan zeggen we: U hebt gelijk, zo ben ik. Ik kan om mijn zonden geen rechten laten gelden. Die Geest leert ons als één die het niet verdient, te ‘smeken’ om een ‘kruimel’ genade. 
De Heilige Geest leert ons ook ‘Ja, Heere’ zeggen als we gewezen worden op Christus, de Verlosser. We belijden dan: Ja, Heere’. Hij is de enige Verlosser. Er is geen redding buiten Hem. Geef mij Jezus, of ik sterf. Ik hoop dat je iets van deze belijdenis kent. Hoe reageert Jezus op haar belijdenis?

5)    Jezus’ belijdenis (Vers 28)
Dan belijdt Jezus openlijk haar grote geloof. Hij is er als het ware verbaasd over. De discipelen noemde hij vaak kleingelovigen. En hier belijdt Hij in het openbaar een heidin als grootgelovige. 
Christus geeft waar ze om gevraagd had en geneest direct haar dochter op afstand. Ze had gevraagd om kruimeltjes brood en gaat met een heel brood naar huis. Wat een liefdevolle goedheid. 

Is dit geen liefdevol evangelie? Christus is barmhartig en genadig en groot van goedertierenheid. 
Hij ontfermt Zich over hen die het hoop tegen hoop van Hem verwachten. 
Jezus ging heel ver met deze vrouw in het beproeven van haar geloof. Deze vrouw ging heel ver in het beproeven van Zijn barmhartigheid, genade en goedertierenheid. Zo doet het ware geloof.

Jezus redt. Hij wil ons afhelpen van onze ergste kwaal. Hij wil de duivelse zondenmachten in ons verbreken. Bid Hem erom. Als Hij die machten verbreekt, dien je niet langer jezelf en de zonden, maar de Heere. Dan maak je kennis met Gods ondoorgrondelijke barmhartigheid in Christus. Dan ben je zoals deze vrouw, een gered schaap dat de Goede Herder kent. Amen.

 
English version

Summary speech Sunday morning 26-8-2018. Pastor evangelist Johan Krijgsman.
M: 06-83571391. E: Amsterdam@bijbelcentrum.nl. W: www.bijsimondelooier.nl.Tel .: 020-6227742.
Theme: "Jesus and the Canaan woman" in connection with Matthew 15: 21-28. (See also Mark 7: 24-30).

Jesus is traveling to pagan Tire and Sidon. To the northwest of Israel, towards the current Lebanon. Look, a woman is following Him. She calls to Him. Who is this woman? A Greek woman, Mark says in his gospel. Matthew calls her a Canaan woman. Just say a Palestinian. She belongs to those who originally lived in Palestine.
When Canaan was invaded and taken at the time, these original inhabitants had to be exterminated. Some of them were allowed to live by grace. This Canaan woman is a descendant of them. So she does not belong to the chosen people of Israel and thence has
 no rights. In spite of that, she comes to Jesus with her need now that He is coming into this region. What does she want from the Lord Jesus? What was her need? We are going to listen to it. We divide the theme into: 1) Her prayer; 2) Jesus' silence; 3) Jesus' answer; 4) Her confession; 5) Jesus' confession.

1) Her prayer (Verse 22)
Look, there she is suddenly with the Lord Jesus. She calls to Him with all that is in her: Lord, Thou Son of David, have mercy on me! She calls Him Lord. In other words: Kurios, Lord, Master, Owner. What a honorary names she gives Him. Her deference for Him is great. She gives Him another name of honour: Son of David. This shows that she must have known of the promised Messiah. After all, that Messiah would be a descendant of King David?
What does she want from this Son of David? A sign of mercy, of inner compassion. Why?
Her daughter is completely under the spell of the devil. The agony of her child had become her distress. This is a trait of a real mother. Mothers among us: you recognize this anyway, don’t you?
The misery of her daughter brought her to Jesus. Otherwise she would probably never have met Him.

Jesus kindly invites to bring all worries by prayer to Him. Also the concerns of your children. Don’t  you have children? Then go to Him with the cares of other children. Also with those of the  children in the neihbourhood.
Don’t you have concerns ? Know: as long as you live outside the real faith in Jesus, you are in great danger.
You are then, without knowing it, in the power of sin. This should be your biggest concern.

2) Jesus' silence (Verse 23)
How does the Lord Jesus respond? He remains silent. He seems to give her the cold shoulder.
 Is this now Jesus who says: pray and you will be given? Is He cast in that mould, this kind Jesus?
In addition to Jesus' silence, the disciples of Jesus are irritated by that cry of hers. They say to Jesus: send her away, because she calls after us. An empathy-free reaction.
Are these people called by Jesus to be fishermen of people? To pay attention to people and assist them in a pastoral way? Yes, these are called men. They are now showing their bad side.
Pastors also remain sinful people with errors and defects. That is why the Lord says that you should never trust in people, but in Him (Psalm 146: 3).
This woman is in dire straights. Jesus is silent, the disciples want to send her away and she is a heathen.
In the past, you had vendors at the door who did not let themselves be sent away. They wanted to sell something.
They put their clog between the door. This is what this Canaan woman does. She continues to persist
 at the mercy door. She puts her 'prayer clog' between His mercy door. Hopefully we will do this too.

3) Jesus' answer (verses 24-26)
The Lord Jesus does not let the disciples have their way. He does not send the woman away. No, He is not like that. He never sends people away. He is full of mercy and compassion.
However He does give the disciples an answer to their remarks to send her away. He deliberately does this so clearly that the Canaan woman can hear it. He says: I am not sent but to the lost sheep of the house of Israel. He says: My job is not to deliver Gentiles, but only Israelites. He who is the Truth Himself speaks the truth with this. Didn’t He told His disciples to go to the lost sheep of Israel ? (Matthew 10: 5-6).

Today we say: this is discrimination. Suppose: You see an Iraqi in great need and you come by. He begs: please help me. And you say: I only help Dutch people. What a reaction there would be on Facebook and Twitter about this discrimination.

The Canaan woman who has heard this answer can not be fooled. She comes even closer to Jesus and worships Him. This means that she honours Him, falls down in front of Him and stays down. 


With that worship she also recognizes that the Lord is nothing  obliged to her.                                                                Here you have such a clear trait of faith. Perhaps you say: does this woman have faith?
Yes, we will still hear that and her faith is heavily tested. Yet she perseveres with the Lord.

The Canaan woman sustains a prayer of three words: Lord, help me! The greater the need, the shorter the prayer.
Listen, the Lord answers her short prayer. But what an answer. He says it is inappropriate to give the Israelites' bread to a pagan, a dog. So again He says, I have not come for the Gentiles. Again a rejection. Yet there is a hidden encouragement in this rejection. Why?

4) Her confession (Verse 27)
As she lies before His feet, she confesses, "Yes, Lord," I am a dog. I do not have any rights.
And
 simultaniously: but the 'dogs' also eat from the crumbs that fall from their lord's table. She is right in that. Small dogs were allowed to partake of the crumbs that fell from the table.
Do you understand why the Lord does not call her a dog, but a small dog (pup)? The Lord gave her the bait with the word 'small dog ' and she eagerly caught it. Faith always falls back on God's Word.
She confesses Jesus again as Lord. With this she confesses Jesus as Giver of the Bread of Life. She asked for a few crumbs from this bread of life. For His compassionate love.

The Holy Ghost teaches us to confess 'Yes, Lord'. Even if the Word condemns us for our sins. Then we say: You are right, so am I. I can not claim any rights because of my sins. That Spirit teaches us as one who does not deserve anything to "beg" for a "crumb" of grace. The Holy Spirit also teaches us to say "Yes, Lord" when we are pointed to Christ, the Saviour. We then confess: Yes, Lord. " He is the only Saviour. There is no salvation outside Him. Give me Jesus, or I die.
I hope you know something about this confession. How does Jesus respond to her confession?

5) Jesus' confession (Verse 28)
Then Jesus openly confesses her great faith. He is, as it were, amazed. He often called the disciples believers of little faith. And here He publicly confesses a pagan as a great believer.
Christ gives what she asked for and immediately healed her daughter from a distance. She had asked for bread crumbs and went home with a whole loaf of bread. What a loving goodness.

Is not this now a loving gospel? Christ is merciful and gracious and great in kindness. He has mercy on those who hope against hope expect it from Him.
Jesus went very far with this woman in trying her faith. This woman went very far in testing His mercy, compassion, and loving kindness. That is the way true faith does.

Jesus saves. He wants to release us from our worst ailment. He wants to break the devilish powers of sin in us. Pray Him for it. When He breaks those powers, you no longer serve yourself and the sins, but the Lord. Then you become acquainted with God's inscrutable mercy in Christ. Then you are like this woman, a saved sheep that knows the Good Shepherd. Amen.