Bijbeluur 29 augustus 2021 - Ik geloof....... in Jezus Christus

Ik geloof… in Jezus Christus

                                                               

Handelingen 4: 1-13

1 En terwijl zij tot het volk spraken, kwamen daarover tot hen de priesters, en de hoofdman des tempels, en de Sadduceën;

2 Zeer ontevreden zijnde, omdat zij het volk leerden, en verkondigden in Jezus de opstanding uit de doden.

3 En zij sloegen de handen aan hen, en zetten ze in bewaring tot den anderen dag; want het was nu avond.

4 En velen van degenen, die het woord gehoord hadden, geloofden; en het getal der mannen werd omtrent vijf duizend.

5 En het geschiedde des anderen daags, dat hun oversten en ouderlingen en Schriftgeleerden te Jeruzalem vergaderden;

6 En Annas, de hogepriester, en Kajafas, en Johannes, en Alexander, en zovelen er van het hogepriesterlijk geslacht waren.

7 En als zij hen in het midden gesteld hadden, vraagden zij: Door wat kracht, of door wat naam hebt gijlieden dit gedaan?

8 Toen zeide Petrus, vervuld zijnde met den Heiligen Geest, tot hen: Gij oversten des volks, en gij ouderlingen van Israël!

9 Alzo wij heden rechterlijk onderzocht worden over de weldaad aan een krank mens geschied, waardoor hij gezond geworden is;

10 Zo zij u allen kennelijk, en het ganse volk Israël, dat door den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, Dien gij gekruist hebt, Welken God van de doden heeft opgewekt, door Hem, zeg ik, staat deze hier voor u gezond.

11 Deze is de Steen, Die van u, de bouwlieden, veracht is, Welke tot een hoofd des hoeks geworden is.

12 En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.

13 Zij nu, ziende de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes, en vernemende, dat zij ongeleerde en slechte mensen waren, verwonderden zich, en kenden hen, dat zij met Jezus geweest waren.

Jezus, Gods eniggeboren Zoon - Leef je geloof

 

 

 

 

 

 

Vragen uit Heidelbergse Catechismus

(originele versie)

29 Waarom wordt de Zone Gods 'Jezus', dat is Zaligmaker, genoemd?

Omdat Hij ons zalig maakt en van al onze zonden verlost; daarbenevens (=bovendien), dat bij niemand anders enige zaligheid te zoeken of te vinden is.

33 Waarom is Hij Gods eniggeboren Zoon genaamd, zo wij (geformuleerd vanuit de gelovigen) toch ook Gods kinderen zijn?

Daarom dat Christus alleen de eeuwige natuurlijke Zoon van God is, maar wij zijn om Zijnentwil uit genade tot kinderen Gods aangenomen (=geadopteerd).

34 Waarom noemt gij Hem: onzen Heere?

Omdat Hij ons met lichaam en ziel van al onze zonden, niet met goud of met zilver,

maar met Zijn dierbaar (=kostbaar) bloed gekocht, en van alle heerschappij (=macht) des duivels verlost heeft en ons alzo Zich tot een eigendom heeft gemaakt.

Vragen:

  1. Heb je opmerkingen/vragen n.a.v. de toespraak over het thema ‘Ik geloof… in Jezus Christus’ of over het Bijbelgedeelte?

  1. Wat is de reden dat in de HC in het antwoord op vraag 29 ook gezegd wordt: ‘…daarbenevens (=bovendien), dat bij niemand anders enige zaligheid te zoeken of te vinden is.’
  • Is het eerste deel niet genoeg als antwoord op de vraag? (Omdat Hij ons zalig maakt en van al onze zonden verlost)
  • Heeft je dit persoonlijk iets te zeggen?

  1. Als het gaat om Jezus als Zoon van God heeft Petrus gezegd: ‘U bent de Christus, de Zoon van de levende God’ (Matth. 16:16)
  • Waarom is de belijdenis van Petrus in bovenstaande tekst het fundament van het geloof?
  • Kun je zalig worden als je dit niet gelooft?

  1. Het geloof in Jezus Christus, kan niet zonder de belijdenis: ‘onze Heere’.
  • Waarom niet?
  • Heb je dit persoonlijk ervaren?