Grote dingen - Lukas 1:49

Samenvatting toespraak zondag 20-12-2020. Thema: ‘Grote dingen’ n.a.v. Lukas 1:49.

Voorganger: evangelist Johan Krijgsman. Tel. 06-83571391.

 

‘Grote dingen’

Wij zoeken over het algemeen allemaal naar het sensationele. Daar lopen we warm voor. 

De Bijbel verstaat onder grote dingen iets anders. 

Maria, de moeder van Jezus, vertelt ons wat God onder grote dingen verstaat. 

Maria zingt. In haar gezang is één regel te vinden waar ze het heeft over die grote dingen. 

Je vindt het in Lukas 1:49: ‘Want grote dingen heeft aan mij gedaan Hij Die machtig is en heilig is Zijn Naam’. Wat bedoelt ze daarmee?

 

Grote beloften. 

Maria zingt omdat ze bezoek heeft gekregen van de engel Gabriël. Door middel van Gabriël ontvangt ze een boodschap van God, een belofte. De engel groet Maria en noemt haar een begenadigde. 

De Heere is met haar en zij is gezegend onder de vrouwen. 

Wat een aanspraaktitel: begenadigde.  

Hier gaat wel heel letterlijk in vervulling wat koning Salomo zegt: ‘Een vrouw die de HEERE vreest, die zal geprezen worden’ (Spreuken 31:30). 

 

Vrouwen en meisjes onder ons: wat een rijke belofte voor jullie.

Vrees je de Heere al? Met andere woorden: heb je je tot Hem bekeerd en geloof je in Hem? 

Heb je Hem lief? Dan zal je geprezen worden! 

 

De engel zegt verder dat Maria genade bij God gevonden heeft! God heeft haar genade gegeven. 

Ze staat weer in goede verhouding tot God. Er liggen geen zonden meer tussen. 

Dat heeft Maria niet aan zichzelf te danken. Iets krijgen waar je geen recht op hebt, is genade.  

Dat woordje genade krijgt bij Maria wel een bijzondere betekenis. Ze heeft óók genade bij God gevonden omdat ze de moeder zal worden van Jezus, Gods Zoon. ‘En zie, gij zult bevrucht worden en een Zoon baren en zult Zijn Naam heten JEZUS’ (Lukas 1:31). Wat een belofte. 

Als dat nog geen grote dingen zijn, dan weet ik het niet meer. 

Op een wonderlijke manier zal ze bevrucht worden. Door God de Heilige Geest (Lukas 1:35). 

De engel zegt er gelijk bij hoe Zijn Naam zal zijn: JEZUS. Dat betekent: Zaligmaker, Redder, Verlosser. 

Waarvan maakt Hij zalig? Van het grootste kwaad, de zonde. Hij brengt mensen ook tot het hoogste goed, de relatie met God. ‘Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden’ (Mattheüs 1:21). 

 

Een persoonlijke vraag: Ken jij Jezus al?

Nee, niet oppervlakkig, maar met een geestelijke kennis. Dan heb je weet van twee dingen. 

Van je zonden en van Zijn bereidwilligheid om zondaren te verlossen. Wees eerlijk. 

Heb jij er verdriet van dat je elke dag je eigen wil doet en niet Gods wil? 

Dat is de kern van de zondekennis. Ben je met die wetenschap tot Jezus gevlucht? 

Leg die vragen niet naast je neer. Het is van levensbelang. Dat zijn grote dingen. 

Het is groot als mensen God gaan zoeken en Hem niet meer kunnen missen. 

Als mensen leren dat ze Jezus nodig hebben als Redder.

 

Dat het persoonlijk is, zegt Maria ook in haar gezang. ‘Want grote dingen heeft aan mij gedaan’. 

Hoor je: aan mij. Daaraan zie je dat kerstfeest vieren een persoonlijke zaak is. Maria weet dat de Heere bij haar grote dingen heeft gedaan. Die grote belofte is tot haar gesproken.

Als dat gebeurt in je leven, vergeet je het nooit meer. Al maken ze je middenin de nacht wakker. 

 

Grote vreugde. 

Maria gaat daarna de Heere grootmaken. Ze is uitzinnig van vreugde. Haar geest verheugt zich in God, haar Zaligmaker (vers 46,47). Opnieuw is ze heel persoonlijk: mijn Zaligmaker. 

Maria is van Hem en Hij is van Maria. Hij heeft mijn zonden op Zich genomen en ik heb Zijn zondeloosheidgekregen. Dat geeft echte vreugde. Begrijp je dat Maria uitzinnig van vreugde is? 

 

We zeggen wel eens: ik ga ‘uit m’n dak’ van vreugde. 

Dat is een vreugde die maar even duurt. Dat is niet te vergelijken met de vreugde van Maria. 

Haar vreugde is eeuwig en heel anders. Dat is een vreugde die de Heilige Geest geeft. 

Tegen de armoedige achtergrond van je verloren leven, laat de Geest de rijke Zaligmaker Jezus zien. Je ziet Hem dan door het geloof. Dat kun je niet op. 

Dat geeft tranen van vreugde. De één zingt het dan uit. 

Een ander uit dit meer inwendig. Hoe dan ook: je herkent Maria bij jezelf. 

 

 

Maria kan niet zwijgen. Ze zingt verder: ‘Omdat Hij de nederheid van Zijn dienstmaagd heeft aangezien’ (Lukas 1:48). Ze kan het niet begrijpen dat de Heere Zich met haar bemoeide.

 

Hier heb je gelijk weer een grondtrek van elk kind van God. Die is niet hoogmoedig, maar nederig. 

De Bijbel noemt dat ootmoed. Als je een kind van God mag worden is dat een wonder. 

Dat wonder wordt steeds groter naarmate je langer een kind van God bent. 

Waarom? Omdat je jezelf steeds meer gaat tegenvallen. Wat een zonden kom je tegen. 

Maar daar tegenover zie je steeds weer Gods trouw in de Heere Jezus. Dat is onbegrijpelijk voor je. 

Wat een liefde van Zijn kant! Hij verbreekt steeds weer de macht van de zonden in je. 

Door de tranen van de belijdenis van je zonden, is er toch vreugde. 

Vreugde, omdat Hij de getrouwe en machtige Zaligmaker is.

 

Grote macht.

Maria gaat verder. Ze zingt: ‘Hij Die machtig is’. Waarin komt dat uit? 

Hij brengt hoogmoedige mensen in verwarring. Hun plannen doorkruist Hij. Machtige koningen heeft Hij onttroond en geringe mensen zijn door Hem op een voetstuk gezet (Lukas 1:51,52). 

We kunnen wel eens denken heel wat te zijn, maar Hij regeert. Hij heeft alle macht. 

Waar zijn alle groten van de aarde gebleven? Ze zijn er niet meer. Je hoort zelden meer iets van hen. 

Maria, een eenvoudige jonge vrouw van tweeduizend jaar geleden, komt steeds weer in het nieuws. 

Wereldwijd is zij bekend en blijft ze dat. We mogen haar wel eren, maar niet vereren. 

Dat zal ze nooit gewild hebben. Niet één kind van God wil vereerd worden. Zullen we het onthouden?

Maria heeft ervaren dat Hij machtig is. Daar hebben we al iets van gehoord. 

 

Geloof jij dat God machtig is?

Wat een wonder als je dat zelf ervaren hebt omdat Hij jou het geestelijke leven met Hem gaf. 

Hij gaf je de wedergeboorte en het geloof. Dat is een machtig werk. 

We luisteren nog even naar Maria. Ze zingt: ‘Hij Die machtig is en heilig is Zijn Naam’. 

Op Zijn Naam rust de hele zaligheid. Die Naam is geopenbaard aan ons. Zijn Naam is Jezus en ‘de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder de hemel geen andere naam, die onder de mensen gegeven is, door welken wij moeten zalig worden’ (Handelingen 4:12).

Al die grote dingen die Hij gedaan heeft en nog doet, die doet Hij om die grote Naam. 

Hij is machtig de krachten van het ongeloof en de duisternis te verbreken. 

Bij wie dan ook. Dat geeft hoop en moed.

Dát is om van te zingen. Van die Naam. Die is heilig. Van Hem, want Hij is machtig. 

Van die daden, die Hij doet aan mij en aan anderen.

Van Hem hebben al Gods kinderen gezongen: Abraham, Mozes, Mirjam, Debóra, Jesaja, Elisabeth, Anna, Johannes en …jij en je familieleden en je buren? 

 

Van Zijn heerlijkheid en macht zal tot in alle eeuwigheid gezongen worden. 

Luister eens mee. ‘En zij zongen het gezang van Mozes, de dienstknecht van God en het gezang van het Lam, zeggende: Groot en wonderlijk zijn Uw werken, Heere, Gij almachtige God; rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Gij Koning der heiligen’ (Openbaring 15:3). 

Hoor je het? Dan komt het weer terug dat Hij wonderlijk, almachtig, rechtvaardig en waarachtig is. 

Hij is de almachtige Koning tot in eeuwigheid. 

Daar hoor ik Maria zingen. Daar hoor ik mijn ouders, broers en zussen zingen. Daar hoor ik…

Daar hoor ik ook mezelf zingen…Wat een wonder. Ik heb het niet verdiend. 

Maar Hij is getrouw. Door genade heb ik ervaren dat Hij Zijn beloften vervult. Dat gaf grote vreugde te midden van de zondedroefheid. Omdat Hij machtig is en blijft, ben ik thuisgekomen. Op kosten van het bloed van het Lam. Want Hij heeft grote dingen aan mij gedaan. Hallelujah, lof zij het Lam!