Jezus zien - Johannes 12:20-22

Samenvatting toespraak zondagmorgen 28-2-2021. Thema: ‘Jezus zien’ n.a.v. Johannes 12:20-22

Voorganger evangelist Johan Krijgsman, M: 06-83571391.

Verlangen

Je kent dat verlangen misschien ook wel van vroeger. Je hoorde verhalen over de Heere Jezus.

Je dacht: ik zou willen dat Hij nu nog op aarde was. Dan kon ik Hem zien en naar Hem toe gaan.

Nu is Hij voor mijn gevoel zo ver weg. Bestaat Hij wel? En als Hij bestaat: waarom ervaar ik Hem dan zo weinig in deze moeilijke tijd? Bekende vragen. Je staat daarin niet alleen.

Toch begin je aan de verkeerde kant met je vragen. Je stelt deze vragen als het ware aan de Heere. Maar het probleem ligt niet bij Hem, maar bij ons. Wij ervaren zo weinig van Hem omdat wij zo druk zijn met van alles. We nemen niet de tijd om Hem rustig tot ons te laten spreken. Ook vandaag ‘spreekt’ Hij nog tot ons door de Bijbel. Hij wil Zich in de Bijbel laten zien. Dan gaat je vroegere verlangen in vervulling. Wel anders dan jij dacht, maar je ziet Hem dan door het geloof.

Grieken

Ook in de tijd dat de Heere Jezus op aarde was, waren er mensen die Hem wilden zien.

Het was op één van de Joodse feesten in Jeruzalem. Daar kwamen ook buitenlanders.

Die werden niet uitgesloten. Daar kunnen wij van leren.

Deze buitenlanders waren waarschijnlijk in contact gekomen met Joodse gelovigen. Door die contacten hadden zich ze bekeerd.

Een vraag. Met hoeveel buitenlanders ben jij al in contact gekomen? En wat werkte dat uit?

Hier in Jeruzalem zijn het een aantal Grieken die zich bekeerd hadden tot het Jodendom.

Ze zijn in Jeruzalem vanwege het Pascha en willen daar de Heere aanbidden.

Deze Grieken hebben gehoord van Jezus. Mooi, he, als mensen horen van Jezus. Dat doet altijd wat. Neutraal tegenover Hem staan kan niet. Of je verwerpt of je vereert Hem. Onthoud dat.

Deze Grieken zoeken contact met Filippus, één van Jezus’ discipelen. Via Hem willen ze in contact komen met de Heere Jezus. Heel indringend vragen ze aan Filippus of hij dat kan regelen.

Filippus gaat met deze vraag naar z’n collega Andréas en samen zeggen ze het tegen Jezus.

Filippus en Andréas worden vaak in één adem genoemd in het Evangelie. Ze konden het blijkbaar goed vinden met elkaar. Daarbij kwamen ze alle twee uit het plaatsje Bethsáïda.

Fijn als je iemand hebt waarmee je regelmatig optrekt. Waarmee je dingen kunt bespreken. 

Het is helemaal bijzonder als je elkaar begrijpt in godsdienstige zaken. Dan heb je een dubbele band.

Raadselachtige uitspraak

De Heere Jezus gaat niet op het verzoek van de Grieken in. In plaats daarvan doet Hij een raadselachtige uitspraak. Hij zegt: Het uur is gekomen dat de Zoon des mensen zal verheerlijkt worden. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Indien het tarwegraan niet in de aarde valt en sterft, zo blijft het tarwegraan alleen. Maar als het sterft, zo brengt het veel vrucht voort.

Christus doelt hier op Zijn aanstaande sterven. Waarschijnlijk hebben Filippus en Andréas weinig van deze uitspraak begrepen. En de andere Joden al helemaal niet.

Eerder had Jezus ook zo’n raadselachtige uitspraak gedaan. Dat was tijdens het Loofhuttenfeest.

Hij zei toen o.a.: Nog een kleine tijd ben Ik bij jullie. De Joden dachten dat Jezus bedoelde dat Hij naar het buitenland, naar Griekenland, zou emigreren. Maar ook daar doelde Hij op Zijn aanstaande sterven (Johannes 7:33-35).

Lamp van Zijn genade

Ook nu kunnen we dingen horen en lezen in de Bijbel, die we niet begrijpen. Wat dat betreft moet de Heilige Geest steeds bijschijnen met de lamp van Zijn genade. Dan kan het zijn dat er ineens licht valt over een onbegrepen bijbelgedeelte.

Als we zonder licht in een donkere kelder komen, zien we geen hand voor ogen. Pas als we het licht aandoen, zien we wat er in de kelder is.

Zo is het met ons hart en verstand. Daar is het één duistere boel door de zonden. Zelfs als we de Heere al kennen, ervaar je dit maar al te veel. Ook dan moet de Heilige Geest steeds weer de lamp van Zijn Woord aandoen. Let op: Hij doet het geestelijke licht aan. Niet wij.

De Heilige Geest heeft één begeerte. Hij wil iedereen in het volle licht van Christus zetten.

Graankorrel

De Heere Jezus werkte graag met beelden uit de natuur. Zo ook in onze geschiedenis.

Hij spreekt tot Andréas en Filippus over een graankorrel. Zo’n graankorrel moet in de aarde vallen en sterven. Dan pas brengt hij veel vrucht voort.  

Als in de natuur een graankorrel op een plankje blijft liggen, blijft het één graankorrel. De graankorrel moet de grond in en afgebroken worden en zo blootgesteld worden aan vocht.  

De Heere Jezus noemt dit het sterven van de graankorrel.

Niet de hele graankorrel sterft. Binnenin de kern, in het hart, zit leven. Dat leven komt er op de plank niet uit. Maar als de harde kern door de vochtige grond week wordt, wel. Dan breekt het leven door en geeft veel vruchten. 

Bedoeling

Wij weten wat er met de Heere Jezus gebeurd is. Hij is gekruisigd en gedood. Hij gaf Zijn leven.

Hij werd begraven, maar stond ook weer op. Dit sterven van Christus en Zijn opstanding zorgt voor veel vrucht. Zoals het sterven van de graankorrel veel vrucht geeft.

Door het sterven van Christus komen veel mensen tot bekering en geloof. Daaronder zijn ook Grieken die Jezus zien door het geloof. Het zal een mensenmassa worden die niemand kan tellen. Zo veel.

En dat allemaal omdat Christus Zich vrijwillig overgaf aan het kruis.  

In onze geschiedenis zie je dat Hij daarmee haast maakt. Hij haast Zich uit liefde tot Zijn Vader en Zijn kinderen naar de kruisdood. Daarom slaat Hij de uitnodiging van de Grieken van de hand.

Niets en niemand kon Hem van Zijn opdracht afhouden. Zijn weg ging dwars door de dood om leven voort te brengen. Tot eer van Zijn Vader.

Zijn kruisdood, Zijn bloed, is het enige dat verlost van de macht van de zonden (1 Joh. 1:7b).

Door het geloof in Hem, hoe het ook twijfelt, deel je in die verlossing.

Persoonlijk

Alleen wie Jezus volgt door het geloof, weet van dat stervende leven van de graankorrel.

Die gaat steeds meer op Christus vertrouwen. Die leert zichzelf verloochenen.

De zonden willen ze met wortel en tak uitroeien. Of te wel: ze sterven aan de zonden. Dat kost pijn.

Net zoals de graankorrel, groeien ze in het geloof. Dat geloof gaat de diepte in. Met dat geloof word je niet de man of de vrouw. Nee, je blijft je verwonderen over de HEERE van het geloof.

Als het goed is heeft dat leven een aantrekkingskracht op anderen. Ze brengen vruchten voort van bekering en geloof. Ze wekken ook anderen op tot bekering en geloof. Ze willen de wil van hun hemelse Vader doen. Dat gaat met vallen en opstaan. Ze houden door de Heilige Geest hart en oog op Jezus gericht. Ze belijden: God zij geprezen voor Christus Jezus. Amen.