zondag 5 februari 2017

Omgaan met elkaar - Mattheüs 5:21-26

Samenvatting toespraak zondagmorgen 5-2-2017. Voorganger evangelist Johan Krijgsman. 
T 020-6227742; M 06-83571391; E Amsterdam@bijbelcentrum.nl;  www.bijsimondelooier.nl
Thema van de toespraak: ‘Omgaan met elkaar’ n.a.v. Mattheüs 5:21-26

Hoog op de agenda
Hoe we met elkaar moeten omgaan, staat vaak hoog op de agenda. Niet alleen in de Bijbel, maar ook in programma’s van politieke partijen. Zeker nu de verkiezingen voor de deur staan. 
Vaak worden er voor bedrijven cursussen gegeven op dit terrein. Men hecht blijkbaar grote waarde aan het omgaan met elkaar. Aan relaties. En terecht.
Gek genoeg kunnen relaties soms snel worden ontbonden of verzwakt. Dan gaat men niet meer om met een ander zoals het moet. Hoe hoog men eerst wat dit betreft van de toren blies. 
Bijvoorbeeld wanneer de kwaliteit van die relatie te wensen overlaat. Of wanneer de kwaliteit van het leven een relatie in de weg staat. Dan laat men mensen vallen. Dat kan ook gaan om ongeboren kinderen. Maar ook ouderen waarvan men vindt dat die geen relatie meer kunnen hebben.
Die  worden dan overgegeven aan een zachte dood. Als je vindt dat je leven voltooid is, stap je uit.
Je kunt immers toch niet eeuwigdurend met een ander omgaan? 

Crisis
Uit al deze voorbeelden blijkt dat de omgang met de ander in een grote crisis is gekomen.
Dit blijkt ook in de maatschappij. De tegenstellingen tussen rassen en groepen worden steeds groter. Ondanks de positieve programma’s van sommige politieke partijen. 
We weten niet hoe we moeten omgaan met vluchtelingen. Of met andere religies. Of met mensen die te kampen hebben met bepaalde gevoelens, met verleidingen. 
Jezus leert het ons anders. Hij leert ons hoe we met elkaar moeten omgaan. Ook tijdens een crisis. 

Bescherming
Steeds blijkt dat onze medemens niet veilig is in ons sociale bestel. Hoe goed we dit ook organiseren.
Daarom heeft de Heere onze naaste niet aan ons sociale bestel overgegeven. Wel schrijft Hij ons Zijn liefdeswetten voor. Dat doet Hij tot ons welzijn. Daarom worden de Tien Geboden hier elke zondagmorgen gelezen. Dat is geen formaliteit, maar een normaliteit.
De Heere heeft onze naaste en ons onder de bescherming van Zijn wet geplaatst.
In de Tien Geboden staat: U zult niet doodslaan. 
Sommige dieren behoren tot een beschermd soort. Je mag ze niet afschieten. De mens wordt door niemand minder dan God Zelf tot beschermd ‘soort’ uitgeroepen. De Heere gaat voor onze naaste staan en zegt: handen thuishouden. Daarmee wil de Heere de ander én ons beschermen. 

Niet vleiend
Het zesde gebod is niet zo vleiend voor ons. Volmaakte mensen hoeft het niet verboden te worden elkaar te doden. Voor ons is zo’n gebod blijkbaar nodig. Wij zijn niet meer volmaakt. Dat is al begonnen in het Paradijs. Kaïn is het levende bewijs. Hij was de eerste moordenaar (Genesis 4). 
Bij hem zie je dat onze natuur het meest bedreigend is voor hen die dicht bij ons zijn. Lees je het niet soms: man doodt vrouw of moeder doodt haar kinderen? Er vallen zelfs doden als er een erfenis verdeeld moet worden. En wat een familieruzies zijn er. Zij die het dichtst bij ons staan, ontvangen soms de hardste woorden. Hiertegen waarschuwt Jezus in ons Bijbelgedeelte. Daarom worden die zus, ouders, broeder of zuster van de gemeente, collega’s beschermd door de Heere. Hij beschermt hen waartegen wij het makkelijkst uitvaren. Hij beschermt ons ook tegen onszelf. Wat een liefde.

Goeddoen
Jezus spitst het zesde gebod van de wet nog verder toe. Hij zegt dat zelfs iedereen die kwaad wordt op een broeder, gestraft moet worden. Hij verduidelijkt dit met twee voorbeelden.
Wie tegen een ander Raka – dit betekent dwaas of leeghoofd – zegt, moet voor de rechter komen. Stel dat dit gebod van Jezus vandaag in de praktijk gebracht werd. Wat zouden de rechters het druk hebben. Dan stonden jij en ik bijna dagelijks voor de rechter…
Jezus gebruikt nog een voorbeeld. Wie tegen iemand dwaas of gek zegt, komt in het eeuwige vuur. 
Stel dat ook dit gebod van Jezus in praktijk gebracht werd. Wat dan? Waar zouden jij en ik dan zijn?
Waarom gebruikt Jezus zulke extreme voorbeelden? Omdat God zwaar tilt aan liefdeloosheid. 
Wij moeten zo met onze naaste omgaan, zoals een moeder met haar pasgeboren baby. Ze neemt dat kind in haar armen. Koestert het en spreekt lieve woordjes tegen haar baby. Zo moeten wij onze naaste koesteren.   


Wij tillen er niet zo zwaar aan als we tegen een ander iets zeggen wat niet leuk is. Als je een ander beschadigt met je woorden. Dat is tenslotte nog geen moord, denken we dan. Ja, die man die zijn vrouw vermoordde, daar zijn we hoogst verontwaardigd over. 
Jezus leert het ons anders. Het is niet de vraag of we onze naaste vermoorden. Wel is het de vraag of we hem of haar het beste gunnen. Het gebod om niet te doden reikt dus veel verder en dieper.
Door dit gebod ben je verplicht je naaste alleen maar goed te doen. Hem of haar met liefde te omringen. Zoals die moeder haar baby koestert. De Heere vraagt dus een positieve houding van ons naar onze naaste.

Zwakkeren
De twee voorbeelden die Jezus gebruikt slaan op de zwakkeren in de maatschappij. Dus op mensen die minder sterk of verstandig zijn dan wij. Dwazen en leeghoofden staat er in het oorspronkelijke. 
Tegen minderen zetten we ons gemakkelijk af. Zowel in de wereld als in de kerk.
Daaruit blijkt hoe diep in ons hart de hoogmoed en trots leeft. Die trots doortrekt de hele wereld. Landen waar onontwikkelden wonen, komen er bij ons niet zo best vanaf. Mensen die een minder opleidingsniveau hebben dan wij, cijferen we vaak weg. En wat te denken van iemand die uit een minder sociaal milieu komt? Dit soms ongemerkt wegcijferen van mensen, is een bron van verdriet voor mensen. 
Jezus leert ons een andere houding. Hij leert ons om liefde en respect voor onze naaste te hebben. Ja, juist voor die zwakkeren in de maatschappij. Echte liefde is niet neerbuigend, maar staat naast de ander. Jezus Zelf gaf het voorbeeld. Hij is tussen de zondaren gaan leven. Hij stond naast de minderen. Hij hield Zich vaak bezig met het uitschot van de maatschappij. Daar had Hij oog voor. 
Hij die sterk was, werd zwak. Hij maakt sterken in eigen oog, afhankelijk van Hem. Zo komen ze naast die zwakkeren te staan. Zo leren ze samen dat ze het van Jezus’ genade moeten hebben. 

Verzoenen
Jezus gebruikt nog een voorbeeld. Stel dat je in de tempel bent om een offer te brengen aan God. Opeens bedenk je dat je iets met een ander hebt. Voordat je verder gaat in de tempel met je offer, moet je je eerst met de ander verzoenen. Daarna kun je terugkomen om je offer te brengen. 
Jezus zegt het heel sterk: je kunt beter de priester in de tempel laten wachten, dan dat je je naaste laat wachten op schulderkenning. Dan dat je je naaste laat wachten op verzoening.   
Stel dat je hier zit terwijl je weet dat een ander boos op je is. Je hebt dus een akkefietje met een ander. Dan moet je je dus eerst verzoenen met die ander, voordat je verder luistert. 
Dus eerst verzoenen met een ander. Dan pas kan er verzoening met God komen. 
Jezus leert hiermee dat we in ons leven verzoend met de ander moeten leven. Dat we vriendelijk met de ander moeten omgaan. Zo niet, dan zal onze medemens eens onze aanklager worden. 

Vooruitblik
Jezus’ ernstige woorden hebben alles te maken met het komende Koninkrijk van Hem. Het Koninkrijk waar alleen liefde heerst. Als je bij dit Koninkrijk hoort, moet je je hier oefenen in die liefde die komt. Wie gelooft dat de hemel dichtbij is, leert anders omgaan met z’n naaste.
Juist mensen die dit geloven, zien zichzelf schuldig aan dit liefdegebod van Jezus. Ze komen er alles aan te kort. Met die liefdeloosheid komen ze tot Jezus om verzoening. Niet één keer, maar steeds weer. Ze geloven dat er in Jezus verzoening is. Ook voor deze zonde. Ja, voor ál hun zonden. 
Om dit geloof is het Jezus te doen. Daar worden we zelf niets mee, maar zo wordt Hij alles voor ons.
Dan zeggen we: God zij geprezen voor Jezus Christus. Amen.     

English version

Summary speech Sunday 5-2-2017. Pastor evangelist Johan Krijgsman.
T 020-6227742; M 06-83571391; E Amsterdam@bijbelcentrum.nl; www.bijsimondelooier.nl
The theme of the speech: "Associating with each other 'w.r.t'. Matthew 5: 21-26

High on the agenda
How should we treat each other, is often high on the agenda. Not only in the Bible but also in programs of political parties. Especially now elections are at hand.
Companies often organize courses in this field. They apparently think highly of interacting. Of relationships. And rightly so.
Oddly enough relationships can sometimes be dissolved or debilitated rapidly. Then we no longer associate with one another as we should.  So far as that is concerned we initially bragged  and boasted of our achievements.
For example, when the quality of that relationship leaves much to be desired. Or, when the quality of  life stands in the way of a relationship. Then we drop people. This may also involve unborn children. But also older people of whom we think that they don’t need a relationship any longer.
These are then delivered up  to a so-called ‘mercy killing’. If you find that your life is accompliced ,you just step out of it.
Anyhow,You can’t endlessly associate with someone else. Can you?

Crisis
From all these examples it is evident that the interaction with the other person has come into a major crisis.
This also appears in the society. The contrasts between races and groups are increasing. Despite the positive programs of some political parties.
We do not know how to deal with refugees. Or with other religions. Or with people who suffer from certain feelings or with temptations.
Jesus teaches us otherwise. He teaches us how to get on with each other. Even during a crisis.

Protection
It continually appears that our neighbour is not safe in our society. How well we try to organize this.
Therefore, the Lord hasn’t delivered us up our fellow human being to our social order. However, He does prescribe His laws of love. He does that to our benefit and well-being. That is why the Ten Commandments are read out here every Sunday morning. That's not a formality but a normality.
The Lord has placed our neighbour and us under the protection of His law.
The Ten Commandments say: You shall not kill.
Some animals belong to a protected species. You may not shoot them. Man is proclaimed by none other than God Himself as a protected 'species'. The Lord will stand by our neighbour and say: Keep off with your hands. With that the Lord wants to protect us and the another one.

Not complimentary
The sixth commandment is not so flattering for us. Perfect people needn’t be prohibited to kill each other. For us such a commandment is apparently needed. We are not perfect any more. That has already begun in Paradise. Cain is a living proof. He was the first murderer (Genesis 4).
With him you see that our nature is most threatening to those who are close to us. Don’t we read it sometimes: husband kills wife or mother kills her children?  Even death occurs at a partition of an inheritance. And what  family quarrels are there. Those who are closest to us, sometimes received or pronounce the harshest words.  In the passage we just read  Jesus warns us for such a verbal duel. Therefore, the sister, parents, brother or sister of the congregation, colleages are protected by the Lord. He protects those whom we easiest inveigh against. He also protects us from ourselves. What a love.

Doing well
Jesus even intensifies the meaning of the sixth commandment of the law. He says that even everyone who is angry with a brother must be punished. He illustrates this with two examples.
Who imputes the word  Raka - meaning fool or empty head – to some one , must be brought to justice. Imagine,if this commandment of Jesus would have been put into practice today.  The judges would  be very busy and soon be at home with a burn-out if not worse. Then you and I would be part of the daily clientele of the court ...
Jesus uses another example. Who names someone  silly or crazy, comes into everlasting fire.
Fancy, this commandment of Jesus was put into practice. What then? Where would you and I be?
Why does Jesus use such extreme examples? Because God makes heavy weather of  lovelessness.
We should  deal with our neighbour, like a mother with her newborn baby. She takes the child in her arms, cherishes it and speaks sweet words to her baby. So we must ‘cherish’ our neighbour.


We don’t  make such heavy weather as we address someone else using words which sound anything but  friendly. If you damage or offend another with your words. That is after all no murder, we think. Yes, the man who killed his wife, that’s what highly fills us with indignation and disgust.
Jesus teaches us otherwise. It is not a question of whether we murder our neighbour. However, the question is whether we seek the best for him or her.The commandment not to kill reaches so much further and deeper.
Through this command, you are required to do good to your neighbour and surround him or her with love. As a mother hugs and cherishes her baby. The Lord therefore requires a positive attitude towards our fellow human being.

weaklings
The two examples that Jesus uses refer to the weaker members of society. So to people who are less- both physical and mental- powerful or intelligent than we are. Fools and empty heads states the original text.
We easily disassociate ourselves from those who are less intelligent or belong to a lower social environment . Both in the world and in the church.
This shows how deep in our hearts pride and prejudice is alive and kicking. That pride pervades throughout  the world. Countries where undeveloped people live, don’t get off well in our mind-set. People who have received less education than we, we often set aside. And what about someone who comes from a lower social background? This sometimes inadvertently eliminating of people, is often a source of grief for people.
Jesus teaches us a different attitude. He teaches us to have love and respect for our neighbour. Yes, just for the weaker members of society. True love is not condescending, but stands next to the other. Jesus Himself gave the example. He put Himself among sinners. He stood next to the less endowed and favoured. He kept himself often engaged with the dregs of society. There He had an eye for.
He, Who was strong, became weak. He makes those who are strong in their own eyes depending on Him. In that way they come to stand alongside the weaker ones. So they learn together that they are dependent on Jesus' grace.

Atonement
Jesus used another example. Imagine, you are in the temple to make an offering to God. Suddenly you realize that there is something wrong between you and your neigbour. Before you go into the temple with your sacrifice, you must first reconcile with the other. Then you can come back to take your offering.
Jesus says very explicitly: you'd better let the priest wait in the temple, than your neighbour whom you owe a confession of guilt and reconciliation.
Imagine, you are sitting here when you know that the one you’re talking to is angry with you. So you have a trifle with the other. Then you should first be reconciled with that person before you continue listening.
So first be reconciled with one another. Only then reconciliation with God can be brought about.
Jesus thus teaches us that we should live our lives in a reconciled relationship with our neighbour. That we should kindly deal with one another. If not, our fellow- human being will once become our accuser .

Vision
Jesus' severe words have everything to do with the coming Kingdom of Him. The kingdom where there is only love. If you belong to this Kingdom, you have to practice here in that love that comes. Whoever believes that heaven is close by, learns to deal differently with his neighbour.
Just people who believe this, see themselves guilty of this commandment of love of Jesus. In this respect they fall short of everything. With that lack of love they come for reconciliation to Jesus. Not once, but again and again. They believe that there is reconciliation in Jesus. For this sin as well. Yes, for all their sins. This is the belief that Jesus wants. This belief makes them humble and makes them feel to be nothing in themselves, but thus He becomes everything for them.
Then we say: Praise be to God for Jesus Christ. Amen