maandag 8 mei 2017

Een uitzondering - Numeri 14:24

Samenvatting toespraak zondagmorgen, 7-5-2017. Voorganger evangelist Johan Krijgsman. 
M: 06-83571391. E: Amsterdam@bijbelcentrum.nl. W: www.bijsimondelooier.nl
Thema toespraak: ‘Een uitzondering’ n.a.v. Numeri 14:24

In een gezin lijken alle kinderen soms op elkaar, behalve één. Die is echt een uitzondering. 
Vanmorgen gaat het ook over een uitzondering. Een gunstige uitzondering. 
We gaan ernaar luisteren en verdelen het thema in drieën. 1) Een gegeven uitzondering; 2) een getrouwe uitzondering en 3) een genadige uitzondering.

1) Een gegeven uitzondering
Wat is er aan de hand? Het volk Israël dat bevrijd is uit Egypte, is op weg naar het land Kanaän. 
Het beloofde land. Ze hebben die bevrijding groots gevierd (Exodus 15).
Ook wij hebben afgelopen vrijdag Bevrijdingsdag gevierd. Het is bijzonder hoe de Heere 72 jaar geleden de vrijheid teruggaf. Hoe zijn we met die vrijheid omgegaan? Zijn we dankbaar daarvoor of…   Hoe is het volk Israël met de bevrijding omgegaan? In het gedeelte dat we gelezen hebben hoor je geen dankbare tonen. Integendeel. Ze zijn aan het murmureren. Aan het mopperen. 
Niet zomaar een beetje, meer heel heftig. Waarom? 
Na een reis van ongeveer een jaar zijn ze aan de grenzen van het beloofde land gekomen. 
Een reden om dankbaar te zijn. Ja toch? Eenmaal voor de grens moet Mozes van de Heere twaalf verspieders eropuit sturen. Ze moeten poolshoogte gaan nemen in het beloofde land. 

Na veertig dagen komen de mannen terug en brengen verslag uit. 
Het is een prachtig, rijk en vruchtbaar land. Ze hebben zelfs een aantal vruchten meegenomen om dat te bewijzen. Maar de mensen daar beschikken wel over een modern en sterk leger. Bovendien zijn ze veel groter en sterker dan wij. We redden het nooit om dat land in te nemen (Numeri 13:26-29). 
Als de Israëlieten dat laatste horen, worden ze kwaad en de protesten zijn niet van de lucht. 
De waaroms en verwijten vliegen door de lucht. Ze willen zelfs terug naar Egypte (Numeri 14:1-4). 

Alleen Jozua en Kaleb, twee van de twaalf verspieders, vertrouwen op de Heere. Ze weten zeker dat de Heere hun het land zal geven (Numeri 14:6-9). Die positieve geloofsinstelling nemen de overige Israëlieten niet en ze willen de twee stenigen. Dit snode plan belet de Heere.
Dan gaat de Heere spreken. Hij kan nog maar één ding en dat is de Israëlieten doden om deze revolutie. Ja, wie tegen de Heere ingaat, zal Zijn straffen vroeg of laat ondervinden. Vergeet dat niet. Het is alleen door het gebed van Mozes dat deze straf niet doorging. 
Even tussendoor: Mozes wordt weleens de ‘middelaar’ van het Oude Testament genoemd. Hierin is hij een voorbeeld van de Middelaar van het Nieuwe Testament Jezus. Het is alleen door het gebed van Jezus dat Gods kinderen niet verloren gaan. Wat een noodzaak om in Jezus te geloven. 

De Israëlieten krijgen wel een andere straf. Ze moeten nog veertig jaar in de woestijn zwerven. Bovendien zullen alle mannen vanaf twintig jaar sterven in de woestijn. Die zullen niet in het beloofde land komen. Behalve twee: de verspieders Jozua en Kaleb. 
Kaleb is op de grote massa (met Jozua) een uitzondering. Hoe komt dat? Was Kaleb zo’n optimist? Nee, maar omdat in Kaleb een andere geest was. De Héilige Geest was met hem. Die had hij niet van zichzelf. De Heilige Geest was aan Kaleb gegéven. Daarom was hij een uitzondering. Daarom gaf hij een positief geloofsgetuigenis over het beloofde land. Daarom wist hij zeker dat de Heere hun het land zou geven. Die Geest misten de andere Israëlieten. Dat neemt niet weg dat het hun schuld was dat ze het land niet in konden. Dat lag aan hun ongeloof (Hebreeën 3:19).   

Wat is het trouwens belangrijk als er nog positieve geloofsgetuigenissen worden gegeven. 
Laten we oppassen voor zwartkijkers. Ja, ik weet het: wij leven in een ernstvolle tijd, maar we hebben en ontvangen nog veel. Ondanks onze zonden. 
Nu persoonlijk. Heb jij de Heilige Geest ontvangen? Die krijg je bij de wedergeboorte. Je weet wel, die totale inwendige vernieuwing die God zonder ons in ons werkt. Dit moet je nu echt gegeven worden. Vandaar: een gegéven uitzondering. Het is te krijgen. Je mag erom bidden (Mattheüs 7:7). 
Hoe weet je trouwens of je de Heilige Geest ontvangen hebt? Dan wordt je net als Kaleb een knecht van de Heere. Dat staat er toch: ‘Doch Mijn knecht Kaleb’. Wat doet een knecht? Die luistert naar zijn baas. Dat ligt ons niet zo. We bevelen liever dan dat we luisteren en gehoorzamen. Een knecht van de Heere vraagt: wat wilt U dat ik doen zal? Ze ervaren het knecht-zijn als een liefdedienst aan Jezus. 
Een knecht weet ook dat er voor de Heere niets onmogelijk is. Dat zie je aan Kaleb. Iedereen zag leeuwen en beren om het beloofde land binnen te komen. Kaleb zag die ook. Hij wist ook dat de Heere sterker is dan alle leeuwen en beren tegelijk. Dat is nu geloof.  
Kaleb wist dat de Heere in alles voorziet. Hij was in tegenspoed geduldig en in voorspoed dankbaar.

Als je een knecht van de Heere bent, ga je een beetje op de Grote Knecht, de Heere Jezus lijken. 
Hij sprak Zijn Vader nooit tegen. Hij heeft de gestalte van een dienstknecht aangenomen. 
Hij is tot in de dood gehoorzaam geweest aan Zijn Vader (Filippenzen 2:7,8). 
Een knecht van de Heere bidt: O, Zoon maak mij Uw beeld gelijk.
Voor een knecht van de Heere wordt Jezus onmisbaar. Vaak gaat dit via een proces waarin beleefd wordt wat zonde nu echt is. In dat proces valt er op Gods tijd licht over de Heere Jezus. 
Is het bij jou iets anders gegaan? Ook dat kan. Wij mogen God niet de weg voorschrijven. 
Kijk maar of je iets van dat knecht-zijn van de Heere herkent. Daar komt het op aan. 

2) Een getrouwe uitzondering
De Heere zegt dat Kaleb volhard heeft Hem na te volgen. Dat heeft Kaleb niet van zichzelf.
Toch wordt het aan Kaleb toegeschreven dat hij volhardde de HEERE te volgen (Jozua 14:8,9). 
Wie volharden zal tot het einde zal zalig worden (Mattheüs 24:13). Wonderlijk. Hier zie je dat genade en verantwoordelijkheid elkaar niet uitsluiten, maar insluiten. Genade heeft alles te maken met onze verantwoordelijkheid. Ook geldt: onze verantwoordelijkheid heeft alles te maken met genade. ‘Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht’ (2 Korinthe 12:9). 

Denk erom dat het voor Kaleb niet meeviel. Na dit voorval moest hij weer opnieuw de woestijn in. Niet zomaar een paar weken, maar veertig jaar. Kaleb heeft ongetwijfeld zijn geloofsstrijd gehad in die veertig jaar. Wie was hij tegenover zoveel anderen? 
Misschien herken je het wel binnen je familie, werk, school of universiteit. Je bent een eenling.
Kaleb heeft de Heere getrouw geacht Die het beloofd had (Hebreeën 11:11). Kaleb is binnengekomen. Kwam dat door de getrouwheid en het volharden van Kaleb? Neen en nog eens neen. 
Dat kwam alleen door de getrouwe Getuige Jezus (Openbaring 1:5). 

Wat een les ligt hierin voor het geestelijk leven. Als je pas de Heere mag volgen, denk je dat je van kracht tot kracht verder zult gaan. Daarna ga je als een ‘geestelijke krachtpatser’ de hemel in.  
Je vergeet dan dat je nog verder moet door de ‘woestijn’ van dit leven. In die woestijn moet je veel geestelijke lessen leren. De grootste les is om je eigen geestelijke krachten te verachten. Er komen geen geestelijke krachtpatsers in de hemel, maar arme zondaren. Ze verwachten alles van Jezus.     

De Heere roept op Hem getrouw te volgen (Mattheüs 8:22). Daar kunnen we niet onder uit. De zonde van de Israëlieten was ongeloof en ontrouw. Daarom kwamen ze niet in het beloofde land. Dus eigen schuld. Kaleb kwam erin omdat hij een getrouwe uitzondering mócht zijn. Dat was hem gegeven. 
Dit is het dilemma van het christendom. Niet te begrijpen met het verstand. Alleen te aanvaarden door het geloof. ‘Zijt getrouw tot de dood en Ik zal u geven de kroon des levens’ (Openbaring 2:10). Vraag om ‘getrouwmakende’ genade. Hij is getrouw. Dat is de bron.

3) Een genadige uitzondering
Hierin kunnen we kort zijn. Het is de climax van de vorige twee punten. Er staat aan het einde van onze tekst dat God Kaleb zal brengen in het land. Dit is nu pure genade. 
Vijf en veertig jaar later (!), toen hij vijf en tachtig was, kreeg hij pas zijn erfdeel in het land Kanaän. Hij krijgt Hebron als grondgebied (Jozua 14:7-15; Jozua 15:13). God zorgde daarvoor. 

De nadruk in deze tekst moet liggen op het ‘Ik zal’ van God. Ik zal Kaleb brengen. Ik zal zorgen voor hem. Ik ga met hem. Ik laat hem niet los. Wat een genade. Dit is terecht een genadige uitzondering. Het is Kaleb door genade niet in de eerste plaats te doen geweest om het beloofde land. Nee, het ging Kaleb om de belovende God. Dit is ook een eigenschap van een knecht van de Heere. 

Wat een wonder om die genadige uitzondering bij jezelf te herkennen. Dan herken je een ‘geestelijke’ bevrijding. Dan gaan je ook anders om met de bevrijding van ons land. Dat wonder van de geestelijke bevrijding, wordt niet kleiner, maar steeds groter. 
Mensen die dit beleven, komen ook in aanraking met de tegenstanders van Kaleb. Niet alleen van buiten, maar vooral van binnen. Wat een vijanden. Het is een genadige uitzondering als ze weerstand mogen bieden. Dat doen ze alleen op kosten van Jezus. Hij is de Grote ‘Ik zal’. 
Door Hem gaan ze ook steeds meer zien in Hem en meer en meer uit Hem leven. 
Herken je dit niet? Vraag er om met vrijmoedigheid aan de troon der genade (Hebreeën 4:16).

English version

Summary speech Sunday morning, 7-5-2017. Evangelist Johan Krijgsman.
M: 06-83571391. E: Amsterdam@bijbelcentrum.nl. W: www.bijsimondelooier.nl
Theme speech: "An exception" w.r.t. Numbers 14:24

In a family, all children sometimes bear resemblance to each other, except one. He or she is truly an exception.
This morning, it’s also about  an exception. A favorable exception.
We are going to listen and divide the theme into three. 1) A given exception; 2) A true exception and 3) A gracious exception.

1) A given exception
What is going on? The people of Israel who are delivered from Egypt are on their way to the land of Canaan.
The promised land. They celebrated that liberation greatly (Exodus 15).
We also celebrated Liberation Day last Friday. It is unique how the Lord returned our freedom 72 years ago. How did we deal with that freedom? Are we grateful for that or ... How did the people of Israel deal with their liberation? In the section we have read, you do not hear any gratifying tones. On the contrary. They are murmuring. Freaking out. Not just a bit, but very vehemently. Why?
After a journey of about one year, they reached the borders of the Promised Land.
A reason to be grateful. Is not it? Once before the border, Moses is ordered by the Lord to send out twelve spies. They must examine the promised land.

After forty days the men return and give their account.
It is a beautiful, rich and fertile country. They even brought some fruits to prove that. But the people over there have a modern and strong army. In addition, they are much taller and stronger than we are. We’ll never succeed in taking possession of that land (Numbers 13: 26-29).
When the Israelites hear that last information, they get angry and the protests become rife.
The why’s, blaming  and accusations fly through the air. They even want to return to Egypt (Numbers 14: 1-4).

Only Joshua and Caleb, two of the twelve spies, trust in the Lord. They are sure that the Lord will give them the land (Numbers 14: 6-9). That possitive attitude of faith is an eyesore to the other Israelites and they want to stone the two.  But the Lord thwarts their malicious plan.
Then the Lord will speak. He can only do one thing and that is to kill the Israelites because of this revolution. Yes, whoever counteracts the Lord will suffer His punishment sooner or later. Do not forget that. It is only through the prayer of Moses that this punishment is not executed.
By the way: Moses is sometimes called the "mediator" of the Old Testament. Herein he is an example of the Mediator of the New Testament Jesus. It is only through the prayer of Jesus that God's children are not lost. What a necessity to believe in Jesus.

The Israelites will get a different punishment. They have to wander about in the desert  for forty years . In addition, all men will die in the desert from twenty years old and above. They will not come into the Promised Land. Except two: the spies Joshua and Caleb.
Caleb (with Joshua) is an exception on the great mass . How does that happen? Was Caleb such an optimist? No, but because in Caleb there was a different spirit. The Holy Ghost was with him. He did not have that from himself. The Holy Spirit was given to Caleb. That's why he was an exception. Therefore, he gave a positive testimony of the promised land. Therefore he knew for sure that the Lord would give them the land. That Spirit missed the other Israelites. It does not put away that it was their fault that they could not get into the country. That was because of their disbelief (Hebrews 3:19).

By the way, what is important is that testimonies of faith can still be heard. Let's watch out for pessimists. Yes, I know: We live in a serious time, but we possess and receive a lot. Despite our sins.
Now personal. Have you received the Holy Spirit? You will receive it at the spiritual re-birth. You know, that total internal renewal that God works without us in us. You really need to be given this to you. Hence: a given exception. It is possible to get it. You may pray for it (Matthew 7: 7).
How do you know if you have received the Holy Spirit? Then, like Caleb, you become a servant of the Lord. That does it say doesn’t it, "But my servant Caleb." What does a servant do? He listens to his boss. That is not how we are. We prefer to exert power rather than listening and obeying. A servant of the Lord asks: What do you want me to do? They experience being a servant as a love- service to Jesus.
A servant also knows that nothing is impossible for the Lord. You can see that with Caleb. Everyone saw unsurmountable objections (lions and bears ) to enter the promised land. Caleb saw that too. He also knew that the Lord is stronger than all lions and bears together. That is now faith.
Caleb knew that the Lord provides everything. He was patient in adversity and grateful in prosperity.

If you're a servant of the Lord, you start to resemble a bit the Great Servant, the Lord Jesus. He never opposed His Father. He has assumed the figure of a servant.
He has been obedient to His Father unto death. (Philippians 2: 7, 8).
A servant of the Lord prays: O Son, make me equal to Your image. For a servant of the Lord, Jesus becomes indispensable. This often happens through a process that makes us encounter what sin really is. In that process there falls light on the Lord Jesus on God's time.
Did you experience it differently? Also that can. We can not prescribe God the way.
Find out if you recognize something of that servant of the Lord in you. That's what it's all about.

2) A faithful exception
The Lord says that Caleb persists to follow Him. Caleb can’t do that from himself.
Yet it is attributed to Caleb that he persevered to follow the Lord (Joshua 14: 8,9).
Whoever perseveres until the end will be saved (Matthew 24:13). Wonderful. Here you see that mercy and responsibility do not exclude, but include each other. Grace has everything to do with our responsibility. Also, our responsibility has everything to do with grace. "My mercy is sufficient for you; for my strength is made perfect in weakness "(2 Corinthians 12: 9).

Keep in mind that it was hard for Caleb. After this incident he had to re-enter the desert again. Not just a couple of weeks but forty years. Caleb undoubtedly has had his religious struggle in the forty years. Who was he, compared to so many others?
Perhaps you will recognize it in your family, work, school or university. You are a loner.
Caleb considered the Lord faithful Who had promised it (Hebrews 11:11). Caleb has entered the Promised Land. Was that due to the faithfulness and perseverance of Caleb? No and no again.
That came only by the faithful Witness Jesus (Revelation 1: 5).

What a lesson lies in this history for the spiritual life. If you are initially allowed to follow the Lord, you think you will go from strength to strength. Then you enter into heaven as a "spiritual bruiser".
You forget that you have to go further through the 'desert' of this life. In that desert you have to learn a lot of spiritual lessons. The biggest lesson is to despise your own spiritual powers. There are no spiritual bruisers in heaven, but poor sinners. They expect everything from Jesus.

The Lord calls upon us to follow Him faithfully (Matthew 8:22). We can not ignore that. The sin of the Israelites was unbelief and infidelity. Therefore, they did not arrive in the promised land. So it was their own fault. Caleb came in the promised land because he was allowed to be a true exception. That was given to him.
This is the dilemma of Christianity. Uncomprehensible for the mind. Only to be accepted by faith. "Be faithful to death, and I will give you the crown of life" (Revelation 2:10). Ask for 'grace that makes you trustworthy'. He is faithful. That is the source.

3) A gracious exception
In this we can be short. It is the climax of the previous two points. At the end of our text is says that God will bring Caleb into the land. This is sheer mercy.
Forty-five years later (!), when he was eighty-five, he just got his inheritance in the land of Canaan. He is given Hebron as a territory (Joshua 14: 7-15; Joshua 15:13). God took care of it.

The emphasis in this text must be on the "I will" of God. I will bring Caleb. I'll take care of him. I'm going with him. I will not let him go. What a mercy. This is rightly a gracious exception.  Caleb, by grace, didn’t directed his attention in the first place on the promised land. No, Caleb’s focus was on the promising God. This is also a feature of a servant of the Lord.

What a miracle to recognize that gracious exception in yourself. Then you will recognize a "spiritual" liberation. Then you will deal  differently with the liberation of our country. That miracle of spiritual liberation will not grow smaller, but ever greater.
People who experience this also come into contact with the opponents of Caleb. Not only from outside, but especially from within. What an enemies. It is a gracious exception if they are allowed to resist. They can only do that at the expense of Jesus. He is the Great 'I Will'.
Through Him, they increasingly see more in Him and live more and more out of Him.
Don’t you recognize this? Ask for it with boldness  at the throne of grace (Hebrews 4:16)