zondag 2 september 2018

Jezus en de blinde Bartiméüs - Markus 10:46-52

Samenvatting toespraak zondagmorgen 2-9-2018. Voorganger evangelist Johan Krijgsman. 
M: 06-83571391. E: Amsterdam@bijbelcentrum.nl. W: www.bijsimondelooier.nl.Tel.: 020-6227742.
Thema: ‘Jezus en de blinde Bartiméüs’ n.a.v. Markus 10:46-52 (zie ook: Matth. 20:29-34 en Luk.18:35-43).

De toespraak verdelen we in vier gedeelten: 1) Bartiméüs zit aan de weg als bedelaar; 2) Hoort als blinde; 3) Roept als hulpeloze tot Jezus en 4) Volgt Jezus als gelovige op de weg.

1) Bartiméüs zit aan de weg als bedelaar (Vers 46)
Je zult maar net als Bartiméüs blind zijn! In Jezus’ tijd moest een blinde uit armoede vaak bedelen. Volgens de wet moesten armen geholpen worden (Leviticus 25:35-38). Of dat altijd gebeurde?
Voordat Jezus Bartiméüs ontmoet, ontmoet Hij een rijke twintiger. Een ‘yup’. Enthousiast vraagt hij aan Jezus wat hij moet doen om eeuwig leven te krijgen (Markus 10:17). Geen onbelangrijke vraag… 
De Heere Jezus houdt deze jongeman wat plichten voor. Braaf zegt hij die nageleefd te hebben. 
Jezus keurt dit niet af, maar bemint hem zelfs. Alleen één ding moet hij nog doen: alles verkopen en aan de armen geven. Dit wil zeggen dat hij zijn rijkdom anders moet gaan gebruiken. Hij moet naastenliefde in praktijk brengen, door bijvoorbeeld mensen zoals Bartiméüs te helpen. Als je zo leeft heb je een schat in de hemel. Kom dan terug, zegt Jezus en neem je kruis op en volg Mij. 
Deze opdracht gaat de jongeman te ver. Verdrietig verlaat hij Jezus. Let wel: Jezus stuurt hem niet weg, maar hij gaat zelf. Nee, Jezus stuurt mensen nooit weg die tot Hem komen.
De discipelen zijn over dit voorval verbaasd en vragen wie er dán zalig kan worden. Ook zij hebben niet begrepen dat rijk zijn op zich niet erg is, als je maar geen vrek bent (Markus 10:24).

Dan gaat Jezus naar Jeruzalem. Het feest van het Pascha komt er immers aan. Het feest dat herinnert aan de bevrijding van de Israëlieten uit Egypte. 
De weg van Jericho naar Jeruzalem was juist dan voor blinden en bedelaars een goede plek om te gaan bedelen. Dan passeerden er veel mensen die in een opperbeste stemming opgingen naar het feest. Ook Bartiméüs zit aan die weg. Bartiméüs was waarschijnlijk een bekende blinde bedelaar in Jericho. Daarom staat er: ‘Bartiméüs de blinde’, alsof iedereen direct weet over wie het gaat. 

2) Hoort als blinde (Vers 47a)
Al kan Bartiméüs dan niets zien, horen kan hij als de beste. Volgens Lukas ‘boodschappen’, vertellen anderen hem dat Jezus voorbij komt (Lukas 18:36,37). Hij gelooft deze boodschap van anderen gelijk. 

Heb jij anderen al verteld dat Jezus ‘voorbij’ komt als uit de Bijbel gepreekt wordt? Hij is daar waar mensen in Zijn Naam samenkomen (Mattheüs 18:20). Waar Hij komt, brengt Hij altijd een boodschap mee. Daarom moet je in de samenkomsten zijn als je Hem nog niet kent met je hart. 
Vraag aan de Heilige Geest om ‘geestelijke hoortoestellen’. Waarom? Horen met je oren, wil nog niet zeggen horen met je hart. De geestelijke leiders van die tijd zagen en hoorden de wonderen van Christus. Toch waren ze geestelijk blind en doof voor Zijn ware identiteit. Ze snapten er niets van. 

3) Roept als hulpeloze tot Jezus (Vers 47b-51)
Bartiméüs gelooft het woord dat anderen zeggen over Jezus. Wat doet het met hem? Hij gaat uit alle macht roepen als een hulpeloze. Meer kon hij niet doen. 
Bartiméüs geeft de Heere mooie namen. Net zoals de Kananése vrouw van vorige week. Hij noemt Hem: Jezus, Gij Zone Davids. Jezus: Jehoshua, Jahweh Die verlost. Zone Davids: daaruit blijkt dat hij geloofde dat Jezus de lang verwachte Messias was. 
Het woord dat anderen over Jezus vertelden had ‘wortel’ geschoten in zijn hart. Al zag hij Hem dan niet, hij geloofde wel in Hem. Dat is nu met recht: niet zien en toch geloven. 
Toch moet Bartiméüs nog even geduld hebben voordat Jezus hem helpt. Zijn geloof wordt beproefd.  

Bartiméüs roept niet zachtjes. Hij roept zelfs zo hard dat anderen zich eraan storen. Die willen hem het zwijgen opleggen (vers 48a). Waarom? Zo worden ze aan hun schuldige plicht herinnerd om armen te helpen. Ook willen ze niet dat Jezus op dit belangrijke moment gestoord wordt. 
Hij is immers op weg naar het feest van het Pascha. Hoe dan ook: Bartiméüs moet het zwijgen opgelegd worden. Hoe meer ze dat proberen, hoe luider Bartiméüs gaat roepen tot Jezus. 

Hieruit blijkt dat het echte geloof niet kan stoppen met roepen tot Jezus. Ook al zeggen anderen dat er niets van je bidden klopt. Roepen doen deze mensen. Ze weten met Bartiméüs dat alleen Jezus kan en wil helpen. Geef mij Jezus, of ik sterf. Wat een beproeving! 
Jezus maakt én houdt Bartiméüs roepende. Zo gaat dat. Alleen dit besefte Bartiméüs nog niet. 

Op het geroep van Bartiméüs staat Jezus stil. Jezus heeft zelfs oog voor hen die Bartiméüs het zwijgen wilden opleggen. Hij schakelt hen in. Ze moeten Bartiméüs roepen en bij Hem brengen. 
Ze moedigen Bartiméüs nu zelfs aan. Kom joh, Jezus roept je. Heb goede moed! 

Eerst waren ze tegen Bartiméüs, nu voor hem. 
Zo snel kunnen mensen omslaan. Houd hiermee rekening in je contacten. 

Bartiméüs doet zijn mantel uit om sneller bij Jezus te komen. Daar staat Bartiméüs voor Jezus. 
Hij ziet Hem niet, maar hoort Hem wel. Wat een spannend moment! 
Christus vraagt: wat wilt u dat Ik u doen zal? Wat een domme vraag. Weet Hij dit dan niet?
Natuurlijk weet Hij dit. Waarom vraagt Hij dit dan?
Ten eerste: Jezus wil weten wat Bartiméüs wil. Ten tweede: Christus laat hem vragen en neemt hem serieus. Ten derde: Christus vult het niet voor Bartiméüs in wat hij wil hebben. Wat een les voor ons. In je gesprekken met anderen moet je Nivea gebruiken. NIVEA: Niet Invullen Voor Een Ander. Dus de ander uit laten praten. Tot slot: Jezus geeft gehoor aan Bartiméüs’ vraag.   
  
Wij kunnen Jezus niet zien met onze natuurlijke ogen, maar wel met geestelijke ogen. Het is nodig dat de geestelijke Opticien, de Heilige Geest, je een geestelijke bril met de juiste glazen geeft. 
Wat je dan ziet? Aan de ene kant jouw geestelijk failliet zijn. Geen opknappen aan. Maar Hij richt je geestelijk oog ook op de schoonheid van Christus. In de natuur gaat de zon geleidelijk op. Zo gaat het ook vaak met het geestelijk zicht krijgen op Christus. Houd moed.        

4) Volgt Jezus als gelovige op de weg (Vers 52)
Terwijl Bartiméüs voor Jezus staat, vraagt hij: ‘Rabboni, dat ik ziende mag worden’. Rabboni: Mijn Meester, Rabbi. Dit is geloof dat niet teleurgesteld wordt. Op het Woord van Jezus wordt hij ziende. Dan ziet hij zijn Redder met zijn natuurlijke ogen. Wat er toen door Bartiméüs is gegaan? 
Ook prijst Jezus het geloof van Bartiméüs. Hij zegt: uw geloof heeft u behouden. 
Behóuden. Dit betekent niet alleen lichamelijke genezing, maar ook eeuwig behoud. 
Christus doet geen half werk bij hen die het van Hem verwachten. 

Daarna volgt Bartiméüs Jezus ‘op de weg’. Hij zat áán de weg te bedelen en volgt nu door het geloof Jezus óp de weg. De weg heeft hier een diepe betekenis. Het is de weg naar Jeruzalem waar Christus gekruisigd zal worden (Markus 10:32). Het is de kruisweg. 
Jezus volgen betekent kruis dragen zoals Hij tegen die jongeman zei. Zie boven en Markus 10:21.
Kruis dragen houdt veel in. We noemen er iets van. Je gaat strijden tegen je verkeerde lusten en verlangens. Dit kan een hevige innerlijke strijd zijn. Maar het is een góede strijd. Welkom in deze strijd. Kruis dragen houdt ook in dat je met andere ogen naar de wereld kijkt. Je ziet het betrekkelijke en de zondige leegheid van alles. Je krijgt kennissen die ook Jezus volgen. Bij hen kun je je hart luchten. Als het even kan, probeer je anderen op Jezus te wijzen. Dit is je lust en leven. 

Bartiméüs is echt geen bijzonder mens geworden omdat hij Jezus volgde. God maakt van zijn kinderen geen bijzondere mensen. Voor bijzondere mensen moet je bijzonder oppassen. Volgelingen van Jezus zijn gewone mensen. Ze staan met beide benen op de grond. Onthoud dat maar. 

Hoe is het met jou? Bartiméüs was blind, bedelaar en arm. Eén en al ellende. Dit is een voorbeeld van wie wij zijn zonder het echte geloof in Christus. Dan zijn we blind voor onze zonden, maar ook voor de heerlijkheid van Jezus. De Bijbel noemt dit ‘dood door de misdaden en de zonden’ (Efeze 2:1). 
Herken je je geestelijk in de situatie van Bartiméüs? Je weet je blind, arm en een bedelaar door eigen schuld. Roep dan net zoals Bartiméüs tot Jezus. Houd je lege gebedshand, bedelaarshand maar op. 
Heeft Christus Zich over jou ontfermd? Wat een genade. Bid dan voortdurend om Christus standvastig te volgen op de kruisweg. Dit is de enige goede weg omdat Jezus Zelf de Weg is. Amen.
 

English version

Summary speech Sunday morning 2-9-2018. Pastor evangelist Johan Krijgsman.
M: 06-83571391. E: Amsterdam@bijbelcentrum.nl. W: www.bijsimondelooier.nl.Tel .: 020-6227742.
Theme: "Jesus and the blind Bartiméus" in connection with Mark 10: 46-52 (see also: Matthew 20: 29-34 and Luke 18: 35-43).

We divide the speech into four parts: 1) Bartiméüs sits on the road as a beggar; 2) Hears being blind; 3) Calls Jesus being in a helpless situation and 4) Follows Jesus as a believer on the road.

1) Bartiméüs sits on the road as a beggar (Vers 46)
Imagine,you will be blind just like Bartiméüs! In Jesus' time, a blind person living in poverty often had to beg. According to the law, poor people had to be helped (Leviticus 25: 35-38). Whether that always happened?
Before Jesus meets Bartiméüs, He meets a rich man in his twenties. A 'yuppy'. Enthusiastically, he asks Jesus what he has to do to get eternal life (Mark 10:17). No unimportant question ...
The Lord Jesus mentions this young man some duties. He sincerely says Jesus that he has observed them. Jesus does not disapprove this, but even loves him. Only one thing he has to do: sell everything and give it to the poor. This means that he has to use his wealth differently. He has to put charity into practice, for example by helping people like Bartiméüs. If you live like this you have a treasure in heaven. Then come back, Jesus says and take up your cross and follow Me.
This assignment goes too far for the young man. Sadly he leaves Jesus. Mind you: Jesus does not send him away, but he goes himself. No, Jesus never sends people away who come to Him.
The disciples are amazed about this incident and ask who can be saved. They too have not understood that being rich is not bad in itself but it is if you are a miser (Mark 10:24).

Then Jesus goes to Jerusalem. The feast of the Passover is coming shortly. The feast that recalls the liberation of the Israelites from Egypt.
The road from Jericho to Jerusalem was at that time a good place to beg for the blind and beggars. There many people passed along in a cheerful mood to celebrate Easter. Bartiméüs sits also on that road. Bartiméüs was probably a well-known blind beggar in Jericho. That is why it says: 'Bartiméüs the blind ', as if everyone knows immediately who he is.

2) Hears as being  blind (Verse 47a)
Although Bartiméüs can not see anything, he can be heard as the best. According to Luke's messages, others tell him that Jesus is passing (Luke 18: 36,37). He believes this message from others at once.

Have you already told others that Jesus 'passes' when the Bible lies open and preached from it? He is there where people assemble in His Name (Matthew 18:20). Where He comes, He always brings a message. That is why you must be in the meetings if you do not yet know Him with your heart. Ask the Holy Spirit for "spiritual hearing aids." Why? Hearing with your ears, does not automatically mean to hear with your heart. The spiritual leaders of that time saw and heard the miracles of Christ. Yet they were spiritually blind and deaf to His true identity. They did not understand anything.

3) Calls to Jesus as one being helpless (Vers 47b-51)
Bartiméus believes the word that others say about Jesus. What does it do to him? He is going to call at the top of his voice as one who is helpless. He could not do more.
Bartiméüs gives the Lord beautiful names. Just like the Canaan woman last week. He calls Him: Jesus, Son of David. Jesus: Jehoshua, Yahweh Who redeems. Son of David: this proves that he believed that Jesus was the long-awaited Messiah.
The word that others told about Jesus had taken "root" in his heart. Even though he did not see Him, he did believe in Him. That is right now: not seeing and believing.
Still, Bartiméus must have a little patience before Jesus helps him. His faith is being tested.

Bartiméüs does not call with a hardly audible voice. He even calls so hard that others are bothered by it. They want to silence him (verse 48a). Why? Thus they are reminded of their guilty duty to help the poor. Nor do they want Jesus to be disturbed at this important moment. After all, he is on his way to the feast of the Passover. Anyway: Bartiméüs must be silenced. The more they try that, the louder Bartiméus calls to Jesus.

This shows that the real faith can not stop calling to Jesus. Even though others say that nothing of your praying is correct. What these people are doing is calling . 
They know with Bartiméüs that only Jesus can and wants to help. Give me Jesus, o r I die. What a trial!
Jesus makes and keeps Bartiméus calling. That's how it goes. Bartiméüs did not realize this yet.
On the calling of Bartimeus, Jesus stands still. Jesus even has an eye for those who wanted to silence Bartiméüs. He turns them on. They have to call Bartimeus and bring him to Him.
They are even now encouraging Bartiméüs. Come on, Jesus calls you. Have good courage!
First they were against Bartiméüs, now in favour of him. People can change so quickly. Keep this in mind in your contacts.

Bartiméus puts off his mantle to come to Jesus sooner. There Bartiméüs stands before Jesus. He does not see Him, but hears Him. What an exciting moment!
Christ asks: what do you want me to do for you? What a stupid question. Doesn’t He know this?
Of course He knows. Why then does He ask this?
First, Jesus wants to know what Bartiméüs wants. Secondly: Christ lets him ask and takes him seriously. Thirdly, Christ does not fill it out for Bartimeus in what he wants. What a lesson for us. You must use in your conversations with others NIVEA (initials of the Dutch equivalent for: Do not fill out for another. So give the other person time to say what he wants to say.  Finally: Jesus responds to Bartimeus' question.
  
We can not see Jesus with our natural eyes, but we can with spiritual eyes. It is necessary for the spiritual Optician, the Holy Spirit, to give you spiritual specs with the right glasses. What you then see? On the one hand your mental bankrupcy. No way of refurbishing. But He also directs your spiritual eye to the beauty of Christ. In nature, the sun gradually rises. That is how it often happens with the spiritual vision on Christ. Keep courage.

4) Follows Jesus as a believer on the road (Verse 52)
While Bartiméüs stands before Jesus, he asks: 'Rabboni, that I may become seeing.' Rabboni: My Master, Rabbi. This is faith that is not being disappointed. On the Word of Jesus he regains his eyesight. Then he sees his Saviour with his natural eyes. You can imagine what then went through Bartiméüs?
He also praises the faith of Bartiméüs. He says: your faith has saved you. Redeemed.
This doesn’t only mean physical healing, but also eternal preservation.
Christ does not do half-work to those who expect it from Him.

Subsequently Bartiméus follows Jesus "on the road." He sat begging along the road and now follows Jesus on the road. The road has a deep meaning here. It is the way to Jerusalem where Christ will be crucified (Mark 10:32). It is the way of the cross.
Following Jesus means carrying the cross as He told the young man. See above and Mark 10:21.

Carrying the cross includes a lot. We’ll mention a few things. You are going to fight against your wrong lusts and desires. This can be a fierce, inner struggle. But it is a good fight. Welcome to this fight. Carrying the cross also means looking at the world with different eyes. You see the subjectivity and the sinful emptiness of everything. You get acquaintances who also follow Jesus. With them you can speak confidentially and unburden your heart. If possible, you try to point out others to Jesus. This is meat and drink to you.

Bartiméüs really did not become a special person because he followed Jesus. God does not make special people of his children. For unique people you must be uniquely careful. Followers of Jesus are ordinary people. They are standing on the ground with both feet. Just remember that.

How about you? Bartiméus was blind, a beggar and poor.  One and all misery. This is an example of who we are without the real faith in Christ. Then we are blind to our sins, but also to the glory of Jesus. The Bible calls this "death through the crimes and sins" (Ephesians 2: 1).
Do you recognize yourself spiritually in the situation of Bartiméüs? You feel being blind, poor and a beggar by your own fault. Then call as loud as Bartiméus to Jesus. Stick out your empty, begging hand of prayer to Jesus.
Has Christ taken care of you? What a grace. Pray continually to follow Christ steadfastly on the way of the cross. This is the only proper way because Jesus Himself is the Way. Amen.