zondag 4 november 2018

David’ - 1 Samuël 16:12 en 13

Samenvatting toespraak zondagmorgen 4-11-2018. Voorganger evangelist Johan Krijgsman. 
M: 06-83571391. E: Amsterdam@bijbelcentrum.nl. W: www.bijsimondelooier.nl.Tel.: 020-6227742.
Thema: ‘David’  n.a.v. 1 Samuël 16:12 en 13

Inleiding
In gedachten zie ik nog die foto van Max Verstappen. Vorige week had hij in Mexico een goede race gereden. Vol trots stond hij op z’n formule 1 wagen. Wat een eer viel hem te beurt…Wat zoeken we allemaal naar eer en aanzien. Het zit er bij ons ingebakken.  
Soms krijgen mensen eer en aanzien, zonder dat ze het zelf gezocht hebben. Het wordt hun gegeven. Zo ging het bij David. Hij is een centraal figuur in de Bijbel. De komende weken denken we hierover. Denk je eens in: eerst was David een eenvoudige schaapherder, dan koning van Israël. Wie krijgt dat voor elkaar? Wat een verschil! Hij heeft dit niet zelf gezocht, maar de Heere gaf hem dit. 

Wie was David? Als we aan David denken, denken we aan een schaapherder, dichter, muzikant, overwinnaar van de reus Goliath. Maar hij was ook koning van Israël van 1011-971 voor Chr. en voorvader van Jezus. Toch is de Bijbel zo eerlijk om ons ook de schaduwkanten van David te tekenen. Hij was ook een verrader, leugenaar, overspeler en een moordenaar. David had veel positieve kwaliteiten, maar ook veel negatieve kanten. 
Ondanks alles, trok David op God aan. Dat had hij niet van zichzelf, nee Gód had hem lief. 
Daardoor ging David ook zijn schaduwkanten zien en belijden en ging daarmee de strijd aan.
Als David weer eens de fout was ingegaan, beleed hij dit eerlijk voor God en ontving vergeving. 
David nam Gods vergeving nooit licht op en zag zijn zegeningen nooit als vanzelfsprekend. 
Hoe meer David op God aantrok, des te groter werd het wonder dat God hem niet zat werd. 
Weet je wat hét wonder is? Dat eeuwen later Jezus geboren werd uit het nageslacht van David. 
Stel dat jij een voorgeslacht had waarin niet alleen een koning gevonden werd, maar ook pooiers en moordenaars en drugverslaafden. Ik denk dat wij alleen maar zouden vertellen dat een verre voorvader van ons koning was. De rest verzwijgen we. Het is toch om je voor te schamen. 
Het onbegrijpelijke is dat de Heere Jezus dat niet doet. Hij schaamt Zich niet dat David Zijn voorvader was. Weet je waarom niet? Omdat Hij niets liever doet dan mensen zoals David, tot Zich trekken. 
Dat is Zijn lievelingswerk. Mensen tot inkeer, tot bekering, brengen. 
Vanmorgen denken we na over een belangrijk moment uit het leven van David: zijn voorlopige benoeming tot koning over Israël. We verdelen de toespraak in drieën: 1) Davids verkiezing tot koning; 2) Davids aanstelling tot koning en 3) Davids opleiding tot koning.

1) Davids verkiezing tot koning. 
In opdracht van God moet Samuël naar Bethlehem gaan. De woonplaats van David.
Hij moet daar iemand tot koning benoemen in plaats van Saul. Saul was de eerste koning van Israël. Saul is door zijn ongehoorzaamheid door de Heere afgeschreven. 
Samuël was in die tijd een belangrijk man in Israël. Hij was niet alleen profeet, maar ook richter. 
De richters waren een soort voorlopers van de koningen van Israël. 
Hoe Samuël ook tegenstribbelt, hij moet naar Bethlehem gaan en verdere instructies afwachten. 

In het stadje Bethlehem is het snel bekend dat Samuël eraan komt. Alles is in rep en roer, want wat komt Samuël doen? Als er zulk hoog bezoek komt, dan moet er iets bijzonders aan de hand zijn. Samuël stelt hen gerust en vertelt dat hij komt om met hen te offeren. Hij vertelt nog niet dat God hem heeft gestuurd om een koning aan te stellen. Als alles klaar is voor het offerfeest gaan ze beginnen. Het gezin van Isaï is ook aanwezig op dit feest. 
Volgens de bijbelverklaarders heeft Samuël zeer waarschijnlijk aan Isaï verteld dat hij gekomen is om één van zijn zonen tot koning te zalven. Wie dat is, weet Samuël niet en uiteraard Isaï ook niet. 
Om dat te weten te komen laat Isaï al zijn zeven zonen voor Samuël komen. Hij gelooft dat de Heere het Samuël zal zeggen wie van zijn zonen tot koning is verkoren. 

Als eerste komt de oudste binnen. Het is Eliab, een lange, knappe man. Een krachtig figuur. 
Als Samuël alleen zijn verstand zou laten spreken, dan zou hij Eliab gekozen hebben. 
Maar de Heere rekent anders. De Heere zegt: beoordeel hem niet op zijn uiterlijk. Ik beslis op andere gronden dan jij. Jij ziet aan wat voor ogen is, maar Ik kijk naar het inwendige, het hart.  
God rekent niet met onze maatstaven. Hij houdt geen rekening met onze voorkeuren. Hij gaat soeverein Zijn weg. 
Toen liet Isaï zijn tweede zoon komen, Abinádab. Ook deze is het niet. De volgende, Samma, ook niet. Niemand van de aanwezige zeven zonen is het die Samuël moet zalven tot koning. 
Eén zoon blijkt nog in het veld bij de schapen te zijn, David heet hij. Hij wordt geroepen. Deze moet Samuël van de HEERE tot koning zalven. (zie vers 12).    


2) Davids aanstelling tot koning.  
Wat een moment voor Samuël wanneer David binnenkomt. Een jongen nog, klein van figuur, maar wel blozend en fris en vol energie. Het is een knappe jongen met rood haar en vriendelijke ogen. 

Direct zegt de Heere tot Samuël: dit is degene die Ik bedoel, sta op en zalf hem. 
Zalven was een oosters ritueel. Daarbij werd ‘heilige’ olie uitgegoten over iemand die tot een ambt geroepen was. Daardoor werd symbolisch gezegd dat die persoon door de Heere was geroepen. 
Ook dat hij de kwaliteiten ontvangt die daarvoor nodig zijn. 
Wat een plechtig moment voor David en Samuël en voor het hele gezin van Isaï. Zichtbaar voor iedereen wordt David tot koning gezalfd. Het opmerkelijke is dat dit voor David totaal onverwacht is. Ook wordt niet gevraagd of hij er zin in heeft. Het overkomt hem ineens. 

Zo gaat het altijd als je met God te maken krijgt in je leven. Hij wacht niet tot iemand zich meldt. Door Zijn Heilige Geest roept Hij mensen. Of we willen of niet, als dat gebeurt gaan we naar Hem. 
Zo gaat het ook als Hij wil dat je een bepaalde baan krijgt. Al is dan iedereen daar tegen, als Hij het wil, zul je die baan krijgen. 
Wij zijn wel verantwoordelijk. We moeten solliciteren als we een baan graag willen hebben. 
God roept ons ook op tot bekering. We mogen niet zeggen: als God me hebben wil, dan zal het wel gebeuren. Zo werkt het niet. Door de Bijbel roept God iedereen welmenend en ernstig. Hoe ernstig roept Jezus: ‘Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke’ (Johannes 7:37).

3) Davids opleiding tot koning. 
Zomaar van het ene op het andere moment is David geroepen en gezalfd tot koning. 
Moet hij dan geen opleiding volgen voor zijn taak? Jazeker, maar ook dat gaat er anders aan toe dan wij denken. Die opleiding gebeurt achter de schapen. Net zoals bij Mozes gebeurde. 
Zolang hij nog niet officieel koning is, blijft hij schaapherder. David onderneemt niets, maar wacht zijn tijd af. Wat zou David daar bij de schapen kunnen leren? Dat is een geheim tussen de Heere en hem. 

Gods opleidingen zijn anders dan de onze. David heeft bij de zalving, de ‘wijding’ van de Heilige Geest ontvangen. Zou Die hem niet de nodige lessen kunnen leren? 
Straks mag de kleine David in Gods kracht grote dingen doen. David moest leren wat al Gods kinderen moeten leren. De Heere zegt tegen hen: Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht (2 Korinthe 12:9). 

David is in meerdere opzichten een voorbeeld van de Heere Jezus. Toen Jezus op aarde kwam, is Hij ook niet meteen begonnen met Zijn werk. Tot Zijn dertigste jaar heeft Hij deel uitgemaakt van het gezin van Jozef en Maria. 
Christus is ook gezalfd tot het werk dat Hij moest doen (Ps. 2:6; Spreuken 8:23; Jesaja 61:1).
David was herder en koning. Jezus Christus is Herder, Koning én Priester. Hij is een Herder (Profeet) die Zijn kudde, Zijn kinderen leidt. Als Koning beschermt Hij hen (Ps. 23). Als Priester offerde Hij Zijn leven op voor Zijn schapen (Joh. 10). 
Hoor jij al bij deze Herder? Het is nooit te vroeg om in dienst te treden bij deze Herder, Koning en Priester Christus. Vraag dat maar aan Zijn kinderen. Ze hebben er nooit spijt van gekregen. 
Kom, steek nu de witte vlag uit van de capitulatie. Als we deze witte vlag hebben mógen uitsteken, gedragen we er ons dan ook naar? Strijden we in Zijn kracht tegen de vijanden vanbinnen en vanbuiten? Alleen zo gaan we steeds meer op de Grote David, de Heere Jezus lijken. Zo komt God aan Zijn eer. Amen. 
 

English version

Summary speech Sunday morning 4-11-2018. Pastor evangelist Johan Krijgsman.
M: 06-83571391. E: Amsterdam@bijbelcentrum.nl. W: www.bijsimondelooier.nl.Tel .: 020-6227742.
Theme: 'David' according to 1 Samuel 16:12 and 13

preface
In my mind I see that photo of Max Verstappen. Last week he had been successful during a formula 1 race in Mexico. He proudly stood on his formula 1 car. What an honour he fell to the share of ... What are we all looking for honour and prestige. It is ingrained in us.
Sometimes people get honour and respect, without having sought it themselves. It is given to them. That's how it went with David. He is a central figure in the Bible. We will be thinking about this in the coming weeks. Imagine: first David was a simple shepherd, then king of Israel. Who will fix that? What a difference! He did not search for this himself, but the Lord gave him this.

Who was David? When we think of David, we think of a shepherd, poet, musician, conqueror of the giant Goliath. But he was also king of Israel from 1011-971 BC. and ancestor of Jesus. Yet the Bible is so honest to also draw David's drawbacks. He was also a traitor, liar, adulterer and murderer. David had many positive qualities, but also many negative aspects.
In spite of everything, David felt attracted towards God. He did not have that of himself, no God loved him. As a result, David started to see and confess his drawbacks and thus started to fight them.
If David had once again misbehaved, he openly confessed it for God and received forgiveness.
David never took God's forgiveness light and never saw his blessings as a matter of course.
The more David drew on God, the greater the miracle that God did not get rid of him.
Do you know what the miracle is? That centuries later Jesus was born from the offspring of David.
Suppose you had an ancestry in which not only a king was found, but also pimps and murderers and drug addicts. I think we would only tell  that a distant forefather of us was king. The rest we hush up. Isn’t it to be ashamed of.
The incomprehensible is that the Lord Jesus does not act accordingly. He is not ashamed that David was His forefather. Do you know why not? Because He prefers nothing more than to draw people like David to Himself.
That is His favourite work. Bringing people to repentance, to conversion.
This morning we are reflecting on an important moment in David's life: his provisional appointment as king over Israel. We divide the speech into three: 1) David's election as king; 2) David's nomination as king and 3) David's training as king.

1) David's election as king.
On God’s command Samuel has to go to Bethlehem . The residence of David.
He has to appoint a king there instead of Saul. Saul was the first king of Israel. Saul had been written off by the Lord by his disobedience.
At that time Samuel was an important man in Israel. He was not only a prophet, but also a judge.
The judges were a kind of forerunners of the kings of Israel.
No matter how Samuel argues, he must go to Bethlehem and await further instructions.

In the town of Bethlehem it is soon known that Samuel is coming. Everything is in commotion, because of the reason of Samuel’s coming. If there is such a high visit, there must be something special going on. Samuel reassures them and tells them that he has come to sacrifice with them. He does not yet say that God sent him to appoint a king. When everything is ready for the sacrifice feast they start. The family of Jesse is also present at this party.
According to the Bible scribes (interpreters), Samuel is very likely to have told Jesse that he has come to anoint one of his sons as king. He does not know who that is, neither does Jesse.
To learn that, Jesse has all his seven sons brought before Samuel. He believes that the Lord will tell Samuel whom of his sons will be chosen king.

The eldest comes in first. It is Eliab, a tall, handsome man. A powerful figure.
If Samuel would only let his reason speak, he would have chosen Eliab. But the Lord counts differently. The Lord says: do not judge him on his appearance. I decide on other grounds than you. You see what is in view, but I look at the interior, the heart.
God does not act on our standards. He does not take our preferences into account. He sovereignly goes His way.
Then Jesse made his second son come, Abinadab. Also this son is not chosen. The next one, Samma, neither. None of the seven sons present is the one who Samuel has to anoint as king.
One son still appears to be in the field with the sheep, David is his name. He is called.  This son the Lord pointed out to Samuel to be anointed to be king. (see verse 12)

2) David's nomination as king.
What a moment for Samuel when David entered  A boy still, small in figure, but blushing and fresh and full of energy. It is a handsome boy with red hair and friendly eyes.

Immediately the Lord says to Samuel: this is the one I mean, stand up and anoint him.
Anointing was an oriental ritual.‘Holy' oil was poured over someone who was called to a position. Thus it was symbolically said that that person was called by the Lord. Also that he receives the qualities that are necessary for this.
What a solemn moment for David and Samuel and for the whole family of Jesse. Visible to everyone, David is anointed king. The remarkable thing is that this happened totally unexpected for David. Also, he is not asked if he feels a liking for it . It happens to him suddenly, it surprised him.

That's how it always goes when you have to do with God in your life. He does not wait for someone to report. He calls people through His Holy Spirit. Whether we want it or not, when that happens we go to Him.
That's how it is when he wants you to get a certain job. Even if everyone is against it, if He wants it, you will get that job.
However we are responsible. We have to apply if we want to have a job.
God also calls us to repentance. We can not say: if God wants me, it’s sure to happen. It does not work like that. Through the Bible God calls everyone well-meaningly and seriously. How earnestly does Jesus cry: "If anyone thirsts, let him come to Me and drink" (John 7:37).

3) David's training as king.
Just from one moment to the next, David was called and anointed as king.
Should he then not receive training for his task? Yes, but that also goes differently than we think. That training happens behind the sheep. Just as it happened with Moses.
As long as he is not yet officially king, he remains a shepherd. David does not take action, but waits his time. What could David learn from the sheep there? That is a secret between the Lord and him.

God's training scheme is different from ours. David received the "ordination" of the Holy Spirit at the anointing. Wouldn’t He be able to teach him the necessary lessons?
Later the little David may do great things in God's power. David had to learn what all of God's children have to learn. The Lord says to them, My strength is accomplished in weakness (2 Corinthians 12: 9).

David is in many ways an example of the Lord Jesus. When Jesus came to earth, He did not immediately begin His work. Until His thirtieth year He was part of the family of Joseph and Mary.
Christ is also anointed to the work that He had to do (Psalm 2: 6, Proverbs 8:23, Isaiah 61: 1).
David was a shepherd and king. Jesus Christ is Shepherd, King and Priest. He is a Shepherd (Prophet) who leads His flock, His children. As King, He protects them (Psalm 23). As a Priest he sacrificed His life for His sheep (John 10).
Do you already belong to this Shepherd? It is never too early to join this Shepherd, King and Priest Christ. Just ask His children. They never regretted it.
Come, now stick out the white flag of the capitulation. If we have been able to stick out this white flag, do we also act accordingly? Do we fight in His strength against the enemies inside and out? Only in this way do we increasingly resemble the Great David, the Lord Jesus. Thus is how God is honoured. Amen.