zondag 23 december 2018

De mars voor het Leven - Maleachi 3:1a

Samenvatting toespraak zondagmorgen 23-12-2018. Voorganger evangelist Johan Krijgsman. 
M: 06-83571391. E: Amsterdam@bijbelcentrum.nl W: www.bijsimondelooier.nl 
Tel.: 020-6227742.Thema: ‘De mars voor het Leven’ n.a.v. Maleachi 3:1a

Zaterdag 8 december, was de jaarlijkse ‘Mars voor het Leven’. Dit is een mars tegen abortus. Deze mars wordt elk jaar georganiseerd door de stichting ‘Schreeuw om Leven’. Een goede zaak. 
Jaarlijks worden in ons land immers 30.000 kinderen in de moederschoot vermoord. 
Vreselijk en hemeltergend, want alle leven is van en door God gegeven. Mensen hebben niet het recht in te grijpen aan het begin en aan het eind van het leven. Dat de Heere ons nog duldt is een wonder. Hij geeft nog tijd voor bekering. Wat een goedheid. Hij stuurt nog mensen erop uit die oproepen tot bekering en geloof. Daar gaat het vandaag over.

Zie, Ik zend…
Waar gaat het over? De profeet Maleachi is de laatste profeet van het Oude Testament. 
Hij profeteerde in 430 voor Christus. Rijke voorzeggingen mag hij doen over de komende Christus. Maleachi profeteert dat God eerst een ánder stuurt die de komst van Jezus aankondigt en voorbereidt. 
Zo gaat het bij ons ook als de koning bekend maakt welke plaatsen hij op Koningsdag bezoekt. 
Dan worden al weken van te voren maatregelen genomen om de koning te ontvangen. 

Zie, Ik zend. Dat kan niemand en niets tegenhouden. Zelfs al schijnt er niets van Gods beloften terecht te komen. Honderden jaren zou het nog duren voordat Christus, de Verlosser, geboren werd. Het werd steeds onmogelijker. Dat was de uitwerking van Gods plan toen, maar ook nu. 
De uitwerking van Zijn plannen gaan door het onmogelijke van onze kant. 

Zie, Ik zend… Wat een verlossend woord was dat aan een verloren wereld. Alles gaat van Hem uit. Deze tekst wordt nog vier keer in de Bijbel aangehaald om de zekerheid van Gods plan aan te geven (Mattheüs 11:10; Markus 1:2 en Lukas 1:76; 7:27).  
Zie, Ik zend… Daar is Hij mee begonnen in het Paradijs. Daar zocht Hij de verloren mens op (Genesis 3:9). Hij beloofde de Verlosser (Genesis 3:15). Hij noemt zelfs al honderden jaren van te voren de namen van de Verlosser (Jesaja 9:5). Zie, Ik zend…Daar is Hij doorlopend mee bezig. Zelfs al een eeuwigheid lang (Spreuken 8:23; Psalm 45:3). 

Troost
Wat een troost dat de Heere zendt. Dat Hij Zijn antwoord op onze vragen al klaar heeft voordat wij met vragen zitten. Of vraag jij vanuit jezélf wat je moet doen om zalig, gered te worden (Handelingen 16:30)? Om de straf op de zonden te ontlopen? Nee toch. Terwijl dit geen onbelangrijke vragen zijn. Dit zijn levensvragen waar je niet omheen kunt. Nogmaals: het antwoord op deze vragen ligt al klaar. Al een eeuwigheid lang. Het antwoord op deze vragen is Jezus Christus en Die gekruisigd.  
Alleen je geestelijke ogen moeten daarvoor worden geopend door de Heilige Geest. 
Wat een troost dat Hij je deze geestelijke vragen wil leren. Hij zoekt je behoud (Jesaja 45:22). 

Mijn engel
Nee, hiermee wordt niet bedoeld zoals wij wel eens zeggen: wat ben je toch een engel. Dat moeten we trouwens maar niet te snel zeggen. Alleen God heeft engelen. Die zijn volmaakt. Dat kun je van ons niet meer zeggen. Helaas niet. 
Als de Heere zegt: ‘Mijn engel’ dan bedoelt Hij Johannes de Doper. Hij was een vooraankondiger van de komende Christus. Hij werd door de Heere gebruikt als middel om Jezus’ komst aan te kondigen. 
Wat een taak! Onmogelijk in eigen kracht. Vandaar: Ik zend… In die kracht is Johannes gegaan. 
Hij heeft voorafgaande aan de komst van de Heere Jezus geroepen: de Koning komt eraan, knielt!

Mars voor het Leven
Johannes de Doper kan gezien worden als iemand die een ‘Mars voor hét Leven’ liep. Hij liep de mars, de weg, vóór de Heere Jezus: ‘Mijn engel, die voor Mijn aangezicht de weg bereiden zal’.  
Dus vlak voordat de Heere Jezus, Die hét Leven is, kwam om Zijn werk te doen. 
Johannes zorgde dat er bij mensen behoefte kwam aan de Heere Jezus. 
Wat was de taakomschrijving van Johannes de Doper? Hij moest als een roepende in de woestijn tot de mensen zeggen: ‘Bereidt de weg des HEEREN, maakt recht in de wildernis een baan voor onze God’  (Jesaja 40:3). Dat wil zeggen: mensen, weer alle boosheid en zonde uit je hart en zoek bij Christus vergeving opdat Hij in je hart kan wonen. 
Wat was zijn boodschap verder? ‘Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen’ (Mattheüs 3:2). ‘Zie, het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt’  (Johannes 1:29).
Recht op de man af. Alle beletsels om Christus te ontvangen moeten worden weggenomen.


Alleen…Johannes de Doper was een roepende in de woestijn. Zijn boodschap vond nauwelijks aftrek (Mattheüs 3:3). Het is vandaag nog zo. Tenzij God ingrijpt. En dat doet Hij. Geprezen zij Zijn Naam! 

Deze korte en krachtige boodschap is nog de taak van alle voorgangers. De geestelijke weg moet worden geëffend om Jezus te ontvangen. Hét geneesmiddel moet worden aangewezen en aangeprezen. Mensen moeten worden opgeroepen tot bekering van hun zonden en tot geloof. Mensen moeten leren dat ze buiten Jezus op een doodlopende weg zijn. 
Ze moeten de mensen de wet van God voorhouden. Hun laten zien dat ze schuldig staan aan de wet. Ze moeten wijzen op het Lam van God Dat de zonden der wereld wegneemt (Johannes 1:29). 
Zo komt er behoefte aan de Zaligmaker Jezus. Zo gaat het van advent naar Kerst. Op deze wijze gaan mensen bidden en zingen: ‘Hoe zal ik U ontvangen, hoe wilt U zijn ontmoet, o ’s werelds hoogst verlangen, der mensen zaligst goed?’ Dan zingen ze ook: ‘Nu zijt wellekome Jesu, lieve Heer’. 

Hij gíng er voor
Johannes de Doper ging er ook voor, zoals wij wel eens zeggen: ik ga er voor. Het was zijn lust en zijn leven om voor Jezus het ‘vuur uit z’n sloffen’ te lopen. ‘Die voor Mijn aangezicht’.   
Als je ervaart dat Jezus redt van de verdiende straf op de zonde. En dat Hij Gods liefde kan geven, ga je voor Hem. Dan doe je alles voor Hem uit liefde en kom je overal voor Hem uit. 
Dan word je een evangelist op de plaats waar God je stelt in de maatschappij. 

Tijdens de ‘Mars voor het Leven’ van zaterdag 8 december kwam men op voor het ongeboren leven. En dat in een maatschappij waarin iedereen z’n zegje moet kunnen doen. Althans dat zegt men. 
Dit geldt niet voor deze ongeboren groep mensen en voor allen die voor Jezus uitkomen. Die worden vermoord en/of monddood gemaakt. Wat een door en door zondige mensheid! 

Alle ware Christenen komen niet alleen op voor het ongeboren leven, maar ook voor hét geboren Leven Jezus. Ze weten uit ervaring dat bij Hem de Levensbron is (Psalm 36:10; Johannes 7:37). 
Als bij Hem hét Leven is, houdt dat in dat het bij ons niet meer is. Wij zijn vanuit onszelf niet levensmoe of levensarm, maar levenloos. Geestelijk dood in zonden en misdaden. 
Niet zo maar een beetje, maar actief in zonden en misdaden (Efeze 2:1). 
Misdaden? Is dat niet te scherp gezegd? Neen! Want het doden van het ongeboren leven is een misdaad tegen de Allerhoogste en tegen de mensheid. Hij neemt dit niet. 

Overtreders
Mensen die ervaren dat ze misdadigers zijn tegen de rechtvaardige God, hebben het niet breed. 
Die vinden het niet te scherp als er over misdaden gesproken wordt. Ze herkennen en erkennen zichzelf als misdadiger want ze hebben de wet van God overtreden. Maar daar blijft het niet bij. 
Door de Heilige Geest zijn ze gebracht tot Jezus. Hij Die tussen de overtreders aan het kruis wilde hangen. Die zelfs voor de overtreders gebeden heeft (Jesaja 53:12).
Ze komen en hangen aan Jezus’ lippen Die dé Mars voor hét Leven ging. Hij Die Zelf het Leven is. 
Christus ging vaak onbegrepen en met tegenstand van mensen, Zijn Mars voor het Leven. 
Hij prees en prijst Zichzelf aan als hét Leven (Johannes 14:6). Met eerbied gesproken: Hij ging voor de eer van Zijn Vader en om mensen te redden. Dat is Zijn lust en leven. 

Weet je wat Hij wil? Dat overtreders het leven kiezen (Deuteronomium 30:19; Amos 5:4,6). 
Dat ze zich bekeren. Dat ze tot geloof komen in Jezus Die hét Leven is. Dat mensen die Hem al liefhebben voor Hem uitkomen en voor Hem leven. Dat ze groeien in de genade en kennis van Christus. Dat ze hun misdaden bestrijden en afleggen (Efeze 4:22; Hebreeën 12:1). Alleen zo zul je in staat zijn om dé ‘Mars voor hét Leven’ te lopen.