zondag 13 januari 2019

De grote Onbekende - Johannes 1:26b

Samenvatting toespraak zondagmorgen 13-1-2019. Voorganger: evangelist Johan Krijgsman. 
Telefoon 020-6227742; mobiel: 06-83571391. Amsterdam@bijbelcentrum.nl  www.bijsimondelooier.nl
Thema van de toespraak: ‘De grote Onbekende’  n.a.v. Johannes 1:26b

De Heere Jezus is bij de Jordaan. Hij staat tussen mensen die zich verdringen rond de prediking van Johannes de Doper. Niemand weet dat Hij er is. Alleen Johannes de Doper weet dit, maar hij zegt dit nog niet. Hij zegt alleen: Hij staat midden onder u, Dien jullie niet kennen. De Heere Jezus is daar de grote Onbekende. Dat is ons thema vanmorgen: 1) Hij staat tussen Zijn volk;
2) Hij is werkzaam onder Zijn volk en 3) Hij is verborgen voor Zijn volk.

1) Hij staat tussen Zijn volk. 
Johannes de Doper is dertig jaar als hij begint met zijn werk. Het lijkt wel alsof hij uit het niets tevoorschijn komt. Ineens staat hij bij de rivier de Jordaan te preken. Hij trekt met zijn preken veel mensen. Niet dat hij zachtzinnig met de mensen omging, integendeel. Hij vertelde de mensen eerlijk waarop het stond. 
De officiële leiders geven aan zijn optreden eerst niet zoveel aandacht. Er is altijd wel een nieuwlichter die wat te vertellen heeft. Maar nu Johannes de Doper zoveel mensen blijft trekken, gaan ze zich zorgen maken. Daarom willen ze het fijne ervan weten. Ze sturen een delegatie naar de Jordaan, de plaats waar Johannes de Doper zijn werk doet. Ze willen wel eens weten wie hij is. 
Bent u Elia, bent u een profeet? Misschien bent u wel de Christus. Nee, de Christus is hij niet. 
Daar komt Johannes de Doper eerlijk voor uit. Wat is hij dan wel? Ik ben niet meer dan een stem. 
Een stem die roept in de woestijn. Ik ben alleen maar gekomen om de weg vrij te maken voor Hem Die komt, zegt Johannes de Doper. De leiders van het volk begrijpen er niets van. Ze willen weten wie Johannes de Doper is, maar Johannes wil dat ze weten wie Jezus is. 

Dat is altijd het kenmerk van een voorganger. Die wijst van zichzelf af naar de Heere Jezus. 
Johannes de Doper zegt dat ze niet lang op Zijn komst hoeven te wachten.  
Hij staat midden onder u. Wat een wonder. Dat betekent dat Hij makkelijk te bereiken is. 
Hij staat daar als het ware te wachten tot mensen naar Hem toe komen. Hij staat midden onder u. Midden: Hij is als het ware van alle kanten bereikbaar. Links, rechts, voor en achter.
Hij staat ook onder ons door middel van Zijn Woord. In dat Woord wacht Hij om genadig te zijn. 
Wat een aanklacht voor ons. Waarom een aanklacht? Omdat er niemand is die vanuit zichzelf naar Hem toe gaat. Maar… wat een wonder: Híj zoekt mensen. Hij staat midden onder ons terwijl je deze toespraak hoort of leest. Door Zijn Woord en Geest trekt Hij mensen tot Zich. Ook vandaag. 

2) Hij is werkzaam onder Zijn volk. 
Wat houdt dat in? Hij begeeft Zich tussen de mensen. Tussen de Israëlieten, de Joden. Zijn volk.
Hij is Mens tussen de mensen. Zijn eerste bezoek was op een huwelijksreceptie. Daar deed Hij ook Zijn eerste wonder. Water in wijn veranderen. Hij maakte zieken beter, al is het midden op straat. 
Hij sloeg zelfs een uitnodiging voor een maaltijd niet van de hand. 
Iemand die in een boom geklommen was om Hem goed te kunnen zien, wilde Hij zelfs thuis bezoeken. Hij zocht hoeren en tollenaars op. Nooit deed iemand tevergeefs een beroep op Hem. Hij stelde de mensen het niet mooier voor dan het was. Hij had een hart voor mensen. 
Hij had ook altijd tijd en aandacht voor de mensen. Zelfs iemand die midden in de nacht tot Hem kwam, wees Hij niet van de hand. 
Zelfs toen Hij Zelf in grote doodsnood aan het kruis hing, had Hij nog aandacht en genade voor een moordenaar naast Hem. Wat een Zaligmaker.

Zo was Hij rusteloos werkzaam onder het volk van Israël. Hij was voor iedereen makkelijk te bereiken. Is Hij dat nu nog? Jawel. Al is Hij dan niet meer persoonlijk bij ons, maar met Zijn Godheid, majesteit, genade en Geest is Hij er nog. Hij heeft dat trouwens ook gezegd: ‘En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld. Amen’ (Mattheüs 28:20). 
Om Hem te ontmoeten hoeven we geen verre reis te maken. We hoeven ook geen aanvraag in te dienen om Hem te bezoeken. Hij heeft ook geen wachtlijst. Nee, Hij is dag en nacht bereikbaar. 
In elke samenkomst is Hij werkzaam met Zijn Woord en Geest. Wie dat beseft doet er alles aan om zo veel mogelijk dat Woord van Hem te horen. Heb jij van Zijn tegenwoordigheid al gebruik gemaakt? Ben je al tot Hem gekomen? Nee, niet als iemand die Zijn hulp wel kan gebruiken, maar zelf ook nog iets wil doen. Zo werkt het niet. 

Als je met je auto stil staat door een lekke band, zet je er een nieuwe onder. Als je echter stil staat door een in elkaar gedraaide motor, los je dat niet op. Een ander moet dit doen.
Zo is het geestelijk. Zolang je jezelf nog kunt helpen, heb je Jezus niet nodig. Ik probeer die zonden te bestrijden en ik doe dit en ik doe dat…En ik doe…En ik doe…


Je hebt Hem wel nodig als je bent vastgelopen met alle zelfverlossingspogingen. Als je er door de Heilige Geest achter bent gekomen dat jouw zondenbestrijdingsmiddelen niet werken. Integendeel.
Na de samenkomst zingen we wel eens een lied waarin staat: ‘moede kom ik, arm en naakt, tot de God, Die zalig maakt’. Zo bedoel ik het als ik vraag: ben je al tot Hem gevlucht? 

Wij zeggen wel eens: hier zijn verborgen krachten werkzaam. Zo is het met de Heere Jezus. Hij is wel werkzaam onder ons, maar het is een verborgen Kracht voor ons. Hij moet geopenbaard, zichtbaar gemaakt worden voor de ‘ogen’ van ons hart, door de Heilige Geest. 

3) Hij is verborgen voor Zijn volk. 
Johannes de Doper zegt erbij: ‘Dien gij niet kent’. Misschien zeg je: ze kunnen Hem toch nog niet kennen? Dit is toch de eerste keer dat Hij in het openbaar komt? Ergens heb je gelijk, toch zit er ook een maar aan vast. De Heere Jezus is nu dertig jaar. Dertig jaar geleden is het bericht van Zijn geboorte overal verspreid. Ondanks dat is niemand op kraambezoek gegaan. We lezen dat alleen van een paar herders en de wijzen uit het Oosten. De mensen waren wel verwonderd over Zijn geboorte, maar komen kijken…ho maar, dat was teveel moeite. 
Bovendien hebben de rabbi’s Hem in de tempel ontmoet toen Hij nog maar twaalf jaar was. 
Ze hebben zich toen verwonderd over Zijn wijze antwoorden (Lukas 2:47). 
Dus ze zijn niet te verontschuldigen als ze zeggen dat ze Hem niet kennen. Ze hadden het kunnen weten als ze de boodschap maar hadden geloofd van Zijn geboorte. En van Zijn onderwijs in de tempel toen Hij twaalf jaar was. 
Toch blijft staan: Hij staat midden onder u Dien u niet kent. Weet je waarom Hij verborgen voor hen was? Ze wilden zichzelf niet erkennen als totaal verloren zondaren. De Farizeeën, de Schriftgeleerden en veel anderen hadden genoeg aan hun eigen godsdienst. 

Tot de dag van vandaag blijft gelden: wie zichzelf niet kent, kent ook Hem niet en wie Hem niet kent, kent zichzelf niet. Ook de velen in ons land die niets meer met de godsdienst hebben, zijn niet te verontschuldigen. Op straat en waar dan ook kom je veel mensen tegen die zeggen dat hun ouders of opa en oma nog wel naar een kerk gingen. Maar zij houden het voor gezien. Dus ze hebben ervan gehoord. Sterker: ze hebben van Hem gehoord. Ze hebben zich afgekeerd van de Bijbel en daarmee van Hem. Ondanks dat er levensgroot op de gevel van een huis staat op de hoek van de Lijnbaansgracht / Elandsgracht: ‘Lees de Bijbel het boek voor u’. Daarom is het schuld dat Hij verborgen blijft. 

Hij staat midden onder ons. Je kunt Hem nog leren kennen. Al zit je tot je oren in de zonden. 
Hij staat midden onder ons door Zijn Woord. In dat Woord staat o.a. dat het bloed, het plaatsvervangend leven, van Jezus Christus reinigt van alle zonden (1 Johannes 1:7b). 
Weet je wat het probleem is? Wij zijn te goed om slecht te zijn. 
Weet je wie gaan beleven dat Hij wel onder ons staat, maar verborgen is? Mensen die met hun zonden zitten. Die ‘zien’ dat God niet alleen barmhartig is, maar ook rechtvaardig. Dat Hij onze zonden moet straffen. Die mensen horen wel van Jezus, maar om Hem te zien door het geloof… 
Je kunt eerder de zon aanraken dan dat. Dat is de ervaring van die mensen, voor dat ‘volk’.  
Voor die mensen moet Hij geopenbaard worden zoals een monument onthuld wordt. 
Daar gaan ze biddend om smeken. Op Zijn tijd en manier wil de Heere Zijn heerlijkheid openbaren in  hun ‘hartsogen’. Daarna ervaren deze mensen dat Hij steeds weer en meer geopenbaard moet worden. Dat is hun verlangen, want iemand die je liefhebt, wil je graag beter leren kennen. 

Hij staat midden onder u, Dien gij niet kent. Geldt dit nog voor jou? Dat is vreselijk. Deze Onbekende komt een keer terug. Zijn voetstappen zijn al te horen in de wereldgeschiedenis. Dan zal Hij staan voor het oog van alle mensen. Niet meer als de Onbekende, maar als de Bekende. De Heerser van hemel en aarde. Dan niet als Redder, maar als Rechter. Zoek Hem als Redder te kennen. Jezus leeft!