zondag 17 februari 2019

Jezus en een zekere vrouw - Markus 5:25-34

Samenvatting toespraak zondagmorgen 17-2-2019. Voorganger: evangelist Johan Krijgsman. 
Telefoon 020-6227742; mobiel: 06-83571391. Amsterdam@bijbelcentrum.nl  www.bijsimondelooier.nl
Thema van de toespraak: ‘Jezus en een zekere vrouw’ n.a.v. Markus 5:25-34

Vandaag vestigt Markus de aandacht op Jezus en een ‘zekere vrouw’. Haar naam weten we niet, maar wil Markus zeggen: dat is ook niet belangrijk. Deze zekere vrouw had een bijzondere ontmoeting met de Heere Jezus. Daar was ze goed mee. Om deze geschiedenis duidelijk te maken gaat het over: 
1) de ziekte van de vrouw. 2) de belijdenis van de vrouw. 3) het geloof van de vrouw.

1) De ziekte van de vrouw. 
Wat is er aan de hand? In deze geschiedenis gaat het over twee vrouwen. De één is een meisje van twaalf jaar oud. Ze is ernstig ziek en ligt op sterven. De vader van dat twaalfjarige meisje komt in deze grote nood bij Jezus om hulp vragen. Hij valt aan Zijn voeten en bidt Hem om alstublieft mee te gaan. Hij zegt: als U de handen op haar legt, zal ze beter worden. Hij is er zeker van, Jezus kan en wil haar genezen. Wat een geloof! Nooit kan het geloof teveel verwachten. 
Die andere vrouw in deze geschiedenis verliest al 12 jaar lang bloed. Terwijl de vader van het twaalfjarige meisje haast heeft, houdt zij Jezus op. Ze leed aan bloedvloeiingen. Een vrouwenkwaal, waar mannen, die het in Israël voor het zeggen hadden, niet graag over wilden nadenken. Ze hield niet op met menstrueren. We weten niet veel van haar. Ze is waarschijnlijk nog niet oud geweest. Anders had de overgang een einde aan haar probleem gemaakt.  
Het leven vloeit uit haar weg. Ook haar geld stroomt weg, want ze doktert wat af. Door haar ziekte is ze naar de Joodse wetgeving ook al twaalf jaar onrein. Al die tijd mocht ze niet in de tempel en niet onder de mensen komen. Ze is één hoop ellende. 

Voel je de spanning in deze geschiedenis? Twee mensen die in grote nood zijn, die alle twee op hetzelfde moment de Heere Jezus nodig hebben. Bij het twaalfjarige meisje ‘stroomt’ het leven weg en bij die andere vrouw stroomt ook het leven weg. In het bloed is immers het leven. Haar leven is één doorlopend verlies. Ze wordt almaar leger en armer. 

Zonder Jezus leven, is geen leven
Wat een aangrijpend voorbeeld is dit van ons leven zolang we niet in Jezus geloven. Wij zijn er eigenlijk nog erger aan toe dan deze bloedvloeiende vrouw. Zij vóelt dat het leven bij haar weg stroomt. Dat is haar grote nood en daarmee gaat ze naar Jezus. Onze nood is dat wij onze geestelijke nood niet voelen. Bij ons is het leven met God al lang weggevloeid. In Adam, de eerste mens, hadden wij het leven met onze Schepper. Wij hebben in Adam de bloedband doorgesneden. Daardoor beseffen wij niet meer dat we het leven met God missen. Zonder Hem worden we net als deze vrouw almaar leger en armer. Alleen… we merken dit niet. Ook ons tijdelijke leven vloeit weg. Ga maar eens kijken in een verzorgingshuis wat dit betekent. 
Zolang wij het leven met de Heere Jezus niet kennen, bezitten wij het échte leven niet. Wat een ellende. Jezus zegt: ‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven’ (Johannes 14:6). Kom dan door het gebed tot Hem. Zo kun je hetzelfde ervaren wat deze bloedvloeiende vrouw mocht ervaren.

2) De belijdenis van de vrouw. 
Hoe is deze vrouw tot de Heere Jezus gekomen? Er staat zo opmerkelijk dat ze van Jezus hoorde. Denkend aan Jezus, aan wat Hij gedaan heeft bij andere mensen, gaat ze ook anders over zichzelf denken. Zou zij dan toch nog genezing kunnen vinden? Ze zeggen dat er een helende kracht van Jezus uitgaat. Hoe, dat weet ze niet. Ze weet dat ze niet tussen de mensen mag komen, vanwege haar onreinheid. Bovendien schaamt zij zich in het bijzijn van zoveel mannen over haar ziekte te spreken. Ze heeft alles tegen. De wet, haar ziekte en de mensen. En toch… ze weet het zeker: Jezus kan mij beter maken. Als ik zelfs maar de zoom van Zijn jas aanraak, zal ik genezen zijn. Wat een geloof in Zijn bereidwilligheid. 

Als door een onzichtbare hand wordt ze tot Hem getrokken. Dan gaat ze bij zichzelf overleggen. 
Als ik bij Hem wil komen, dan moet ik Hem ongemerkt naderen. Hij kan mij ook best genezen als ik anoniem blijf. Ik wil niet door Hem herkend worden. Dan zal ik Hem maar van achteren aanraken. 
Zo nadert ze Hem te midden van de opdringende mensenmassa van achteren. Ze strekt zich uit naar de zoom van Zijn jas en raakt Hem aan. En het resultaat? ‘en terstond is de fontein van haar bloed opgedroogd en zij gevoelde aan haar lichaam, dat zij van die kwaal genezen was’ (Markus 5:29). 
Ze is gezond! Hoe bestaat het. Ze deed iets wat ze eigenlijk niet mocht omdat ze onrein was. 
Ze mocht zich niet tussen de mensen begeven en zeker niet iets van Jezus aanraken. 

Komen tot Jezus
Ook nu zijn er mensen die zeggen dat je niet zomaar naar Jezus mag gaan. De één zegt dat je dit moet doen en een ander dat. Je moet zoveel van deze mensen. Je weet het niet meer. 


Je hebt al heel wat ‘afgedokterd’ met al die adviezen van goed bedoelende mensen. 
De situatie van deze vrouw kun je zo goed begrijpen. Op religieus gebied word ook jij almaar leger en armer. Nu pas voel je goed dat je geen geestelijk leven vanuit jezelf bezit. Daarbij voel je dat je het niet verdient dat Jezus jou het leven met Hem geeft. Redeneer niet, maar doe zoals deze bloedvloeiende vrouw. ‘Dring’ door al deze mensen heen en ga ook ongemerkt naar Hem toe. Ongemerkt? Ja, ga ’s nachts je bed eens uit. Ga dan in het gebed naar Jezus en raak de zoom van Zijn jas aan. Wat ik bedoel? Leg je gevouwen handen op de Bijbel. Daar staat: ‘Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen’ (Johannes 6:37). Zeg maar: trek mij tot U. Hier ben ik.  

Er voor uitkomen
Deze bloedvloeiende vrouw moet er wel voor uitkomen dat ze genezen is. Deze vrouw moet nu het verhaal van haar jarenlange schaamte vertellen. Anoniem hoopte ze iets van Jezus’ kracht te ontvangen en dan wil ze weer weg, maar dat wil Jezus niet. Vrezend en bevend komt ze en valt voor Hem op haar knieën. Ze is bang voor een uitbrander omdat ze iets gedaan heeft wat niet mocht. Jezus geeft haar geen uitbrander, maar Hij zorgt ervoor dat ze alles vertelt. 
Mensen die geloven in Zijn macht moeten ervoor uitkomen. Ze moeten Zijn Naam belijden voor andere mensen. Zo kunnen er nog meer mensen tot Jezus gebracht worden. 
Reken maar dat iedereen aandachtig heeft geluisterd. Niemand loopt nu voor haar, de onreine, weg. Iedereen moet het horen dat alleen Jezus redt. Ze horen het nu niet van Hem, maar van een ander. 

3) Het geloof van de vrouw. 
Openlijk gaat Jezus haar daad prijzen: ‘en Hij zeide tot haar: Dochter, uw geloof heeft u behouden’ (Markus 5:34). Dochter, met dat ene woord wordt een slepende ziektegeschiedenis afgesloten en een nieuwe toekomst ontsloten. Dochter, zegt Hij, je hoort erbij. Ik erken je als de Mijne. 
Hij is heel persoonlijk: Uw geloof. Niet haar aanraken van Jezus was haar behoud, maar haar geloof in Jezus. Het geloof dat Jezus haar gaf. Hij trok haar tot Zich. Uw geloof heeft u behouden. 
Behouden is veel meer dan genezen. Het geloof is niet alleen voor het lichaam en voor dit leven van belang, maar het behoudt ziel en lichaam voor eeuwig. 

De bewogenheid van Jezus
Jezus is niet alleen uit op genezing van je lichaam, maar Hij wil je het geestelijke leven met Hem geven. Hij wil de verbroken bloedband herstellen. Jezus is bewogen met iedereen. Hij wil dat je Hem alles vertelt. Wij kunnen niet meer tot Hem gaan zoals de bloedvloeiende vrouw. Dat hoeft ook niet. Toen Hij op aarde was, kon Hij maar op één plaats tegelijk zijn. Nu is Hij overal. Hij ziet en hoort ons. Hij kent onze zorgen en noden veel beter dan wij beseffen. Wij mogen ons rechtstreeks in het gebed tot Hem begeven. ‘Bidt en u zal gegeven worden’ (Mattheüs 7:7). Hij ziet en hoort graag dat je Zijn hulp inroept. Er zijn geen hopeloze gevallen voor Jezus. Als je zo tot Hem komt, zul je hetzelfde ervaren als deze vrouw. Hij prijst dan jouw geloof. Niet als een prestatie, maar als gratie. Iets dat Hij je gaf. Je kunt niet meer anders dan alles in Jezus’ handen leggen. 

Eerlijk zijn
Wel is het zaak dat je onderzoekt of je het echte geloof hebt. Je moet daarin eerlijk zijn. Wat heb je eraan als je jezelf en anderen bedriegt? Weet je wat een uiting van zwak of sterker geloof is? 
Je zoekt als een religieus doodzieke en nederige de genezing van je ziel bij Hem alleen. 
Echt geloof richt zich op Christus zoals een zonnebloem op de zon. Gelovigen kennen bij tijden ook nog hun twijfels. Ook kennen ze een strijd tussen ‘vlees en geest’ (Romeinen 7:14-21). Ondanks dat is Jezus voor hen dierbaar. Waar geloof wil voor de Heere leven. Die willen er voor Hem zijn. Het ‘draagt’ vruchten zoals berouw, dankbaarheid, nederigheid, vriendelijkheid (Galaten 5:22).  
Geloof richt voor zichzelf geen standbeeld op, maar in gedachten voor Christus. Je gelooft het: mijn levensbloed, mijn leven is door eigen schuld weg. Maar Zijn levensbloed, Zijn leven redt. 
Zo wordt je leven gericht op Hem. Onthoud: alleen hét geloof redt. Mis je dit echte geloof? Zoek dit bij Hem Die zegt: bekeert u en gelooft het Evangelie.