zondag 10 maart 2019

Belastingaangifte Markus 12:13-17

Samenvatting toespraak zondagmorgen 10-3-2019. Voorganger: evangelist Johan Krijgsman. 
Telefoon 020-6227742; mobiel: 06-83571391. Amsterdam@bijbelcentrum.nl  www.bijsimondelooier.nl
Thema van de toespraak: ‘Belastingaangifte’ n.a.v. Markus 12:13-17

De tijd dat we onze belastingpapieren weer moeten invullen is aangebroken. Voor 1 mei moet je alles hebben ingeleverd. Belasting betalen is niet iets van onze tijd. Ook in de bijbelse tijd kom je het tegen. Kijk maar naar onze geschiedenis die vanmorgen onze aandacht vraagt. Deze geschiedenis kun je ook lezen in Mattheüs 22:15-22 en Lukas 20:20-26. We zullen ook citeren uit deze evangeliën.

Een eenheid 
Terwijl Jezus op weg is naar Jeruzalem om gekruisigd te worden, wordt Hij opgehouden. Een paar farizeeën en herodianen stellen Hem een vraag. Ze zijn gestuurd door hun leiders (vers 13). 
De farizeeërs waren een geestelijke groepering. Ze mochten Jezus niet omdat hij hun schijnheiligheid aan de kaak stelde. De herodianen waren een politieke groepering die koning Herodes steunden. De farizeeën en de herodianen waren water en vuur. Nu opeens trekken ze samen op, omdat ze allemaal de Heere Jezus haten. 
Vandaag zie je dit nog. Mensen die niets met elkaar hebben, maar één zijn in hun verzet tegen christenen. Je komt dit verzet vaak tegen. Zowel in de politiek als bij de gewone man. Deze mensen zijn samen één tégen christenen.
Als het goed is zijn christenen samen één in de Naam van Jezus. Wat dat betreft kunnen christenen leren van die eenheid tégen christenen.  

Een strikvraag 
De farizeeën en herodianen willen Jezus op Zijn woorden vangen. Ze komen met een schijnbaar loyale vraag. Heel slijmerig noemen ze Hem Meester. Vervolgens zeggen ze heel vriendelijk: wij weten dat U echt voor de waarheid uitkomt. U gaat Uw eigen gang en trekt Zich niets aan van wat mensen denken. Alles wat U over de weg Gods zegt is waar. Maar wij zitten met een vraag. Is het toegestaan de keizer belasting te betalen of niet? (vers 14). Dus ze zitten met hun belastingaangifte.  
De Joden waren verplicht belasting te betalen aan hun onderdrukkers, de Romeinen. Daar zaten ze niet op te wachten. Dat haatten ze zelfs. Hun belastinggeld werd immers weer gebruikt om hen te onderdrukken. 

De farizeeën en de herodianen hoopten Jezus met deze vraag in de val te lokken. Zowel ‘ja’ als ‘nee’ kon Hem in moeilijkheden brengen. Als Hij ja zei, betekende dit dat Hij de Romeinen steunde. 
Als Hij nee zei, konden ze Hem beschuldigen van belastingontduiking en opstand tegen de Romeinen. 
Voel je de spanning en de schijnheiligheid in die vraag? Waar is een mens al niet toe in staat. Zeker op godsdienstig gebied. 

Jezus alwetendheid
Jezus doorziet hun schijnheiligheid (vers 15). Hoe kan het ook anders. Hij is God, de Alwetende. 
Hij doorziet en kent zelfs van verre onze gedachten (Psalm 139: 2). Zul je er rekening mee houden?
Hij weet dat ze Hem in de val willen lokken. Ondanks hun schijnheilige vriendelijkheid. Wat een lijden is ook dit voor Hem geweest. Hij Die de goedheid Zelf is. 
De farizeeën en de herodianen gebruiken de godsdienst om Jezus te grazen te nemen. 
Zo zie je waar schijngodsdienst toe in staat is. Maar de Heere Jezus weet er raad mee. Ze krijgen de opdracht een penning, zeg maar een euro, te halen (vers 15). 
In hun schijnheiligheid gehoorzamen ze de Heere Jezus gelijk. Ze rennen voor Hem en halen een penning (vers 16). Hoe eerder ze Hem erin kunnen luizen, hoe beter. Vandaar hun gehoorzaamheid.

Jezus’ vraag
Dan is de beurt aan de Heere Jezus om een vraag te stellen. Hij doet dat niet stiekem, maar zelfs met een voorbeeld. Hij houdt de penning omhoog en vraagt: Wiens beeld staat erop en van wie is dit opschrift? (vers 16). Dit is een vraag naar de bekende weg. Daar zit niets geheimzinnigs en huichelachtigs in. Een open en eerlijke vraag. Ze kunnen er niet omheen en zeggen onomwonden: van de keizer (vers 16). 
Laten wij hierin de Heere Jezus volgen. Gewoon open en eerlijke vragen stellen aan elkaar. Geen strikvragen om elkaar erin te luizen. 

Jezus’ antwoord
Dan is de beurt weer aan de Heere Jezus. Geef dan de keizer wat van de keizer is en Gode wat van God is (vers 17). Met dit antwoord konden ze het doen. Heel wijs wijst Hij hen op hun belastingplicht. 
Ook nu is iedereen verplicht belasting te betalen. Daarbij mogen we niet sjoemelen met het invullen van ons belastingformulier. Laten we in deze een voorbeeldfiguur zijn in onze corrupte maatschappij. 


Wat is de uitwerking van Jezus’ antwoord? Ze verwonderen zich zeer over Zijn antwoord. 
Ze zijn met stomheid geslagen. Ze staan perplex (vers 17).
De farizeeën en de herodianen dachten met hun vraag de Heere Jezus in de val te lokken. 
Hij legde met dit antwoord opnieuw hun eigen belang en verkeerde motieven bloot. Hij wilde hen met dit antwoord ontdekken aan hun zonden. Hij wilde dat ze tot bekering en geloof kwamen. 

Geestelijke lessen
De Heere Jezus zegt ook dat we God moeten geven waarop Hij recht heeft. Hij zegt: geef Gode wat van God is. Wat bedoelt Hij daarmee?
Wij zijn geschapen naar Gods beeld (Genesis 1:27). Zoals het beeld van de Romeinse keizer op de penning stond, zo staat Gods beeld op ons. Wij hoorden bij God. Let wel: hoorden. 
Door de zondebreuk horen wij niet meer bij God. Door de zonde zijn nog wel kleine ‘stukjes’ over van Gods beeld. Ondanks die kleine delen, eist Hij Zijn héle beeld van ons. Hij vraagt aan ons: wiens beeld bent u? Wiens beeld draag je? Geef dan aan God wat van God is. We horen Hem onze liefde en gehoorzaamheid te geven. Ja, ons hele leven eist Hij op. Doen we dit? De vraag stellen is hem beantwoorden. Deze vraag houdt ons onze schuldige plicht voor. Deze vraag roept om bekering. 
Deze vraag roept om de Heere Jezus. Door Zijn lijden, sterven en opstanding heeft Hij ons verloren beeld weer hersteld. Niet voor Zichzelf, maar wel voor allen die in Hem geloven. 

Beeld van God
De Heere Jezus wordt het Beeld van God genoemd (2 Korinthe 4:4; Kolossenzen 1:15; Hebreeën 1:3). In de Heere Jezus zien we wie God is. Hij is als het ware het ‘zegel’ van God. Door het ware geloof in Hem ontvangen wij weer het beeld van God terug. Hij zet dan Gods ‘zegel’ op ons. 
Zo kunnen we de Heere weer ‘betalen’ waar Hij recht op heeft. Met andere woorden: in Jezus kunnen we God Zijn beeld geven. Hem de eer geven. 
Je ziet wel eens een euro die ligt te schitteren in de zon. Zo wil de Heere ons door Zijn Beeld, de Heere Jezus, een schitterend beeld maken van Hem. Dan gaan we schitteren als een nieuw muntstuk. Dat is met recht een schitterend leven. Dat is pas leven!  

‘Munten’ van God
Als het goed is, zijn wij door bekering ‘munten’, penningen van God. We mogen niet voor onszelf leven. Een euro betaalt nooit uit aan zichzelf. Geld is bedoeld om het aan iemand of iets uit te geven. 
Zo is het ook met onze ‘munten’, onze talenten, die we van God hebben ontvangen. Daar staat Gods beeld op. Met andere woorden: die hebben we van God ontvangen. Geef dan aan God wat van Hem is. Gebruik ze tot Zijn eer. Dit omvat je liefde, tijd, lichaam, studie, werk, maar vooral je ziel. 
Je innerlijk. Dit alles kun je aan God geven door het geloof in de Heere Jezus. Zo krijgt Hij waarop Hij recht heeft. Dat eist Hij. 

Zie je hoe deze geschiedenis ons oproept tot bekering en geloof in Jezus? Dat mag je niet uitstellen. Je gaat toch ook niet roekeloos om met je geld? Als het goed is, zorg je er toch voor dat je belastingaangifte op tijd bij de belastingdienst ligt? Zo moet je nu op tijd voor je ‘ziel’ zorgen. 
Geef hem over in de handen van hét Beeld Gods, de Heere Jezus. Hij is de Bezitter van alles. 
Hij wil ons als de Pottenbakker vormen naar Zijn beeld. Een ‘munt’ van Hem maken. Wij zijn als klei in de hand van de Pottenbakker (Jeremia 18:1-6). Laat je vormen door Hem.  

Geloofstoename
Mag je Hem al kennen in welke mate dan ook? Dan roept deze geschiedenis je op tot geloofstoename. Geef Gode wat van Hem is. De Heere wil dat we door het geloof leven. Dat is een levenslange les die de Heilige Geest wil leren. Op deze wijze houd je steeds minder ‘eigen’ penningen over. Je wordt geestelijk gezien armer in jezelf, maar rijker door en met Hem. Je gebed is: O Zoon maak mij Uw beeld gelijk. Zo krijgt hét Beeld Gods, Jezus, steeds meer betekenis voor je. 
Wie je ook bent: Betaal je ‘belasting’ aan de Heere. Geef Gode wat van Hem is. Geef door de Heere Jezus je leven aan Hem. Bid: ‘Neem mijn leven laat het Heer, toegewijd zijn aan Uw eer. Maak mijn uren en mijn tijd tot Uw lof en dienst bereid’. Amen.