vrijdag 19 april 2019

Jezus en het kruis - Johannes 19:17,18 en 38-42

Samenvatting toespraak Goede Vrijdag 19-4-2019. Voorganger: evangelist Johan Krijgsman. 
Telefoon 020-6227742; mobiel: 06-83571391. Amsterdam@bijbelcentrum.nl  www.bijsimondelooier.nl
Thema van de toespraak: ‘Jezus en het kruis’ n.a.v. Johannes 19:17,18 en 38-42

Het thema is verdeeld in:1) Jezus onder het kruis; 2) Jezus aan het kruis en 3) Jezus zonder het kruis.

1) Jezus onder het kruis. 
Eindelijk is het zover. Het heeft wel veel moeite gekost. Maar eindelijk hebben de vijanden van Jezus voor elkaar waar ze al jaren op uit zijn. Jezus moet dood! En dan liefst de kruisdood. Het was nog niet zo eenvoudig Hem tot de kruisdood te veroordelen. Alles is uit de kast gehaald om maar een beschuldiging te vinden. Wat hebben ze met Hem onrustig gesold. Toen ze Hem gegrepen hadden, brachten ze Hem eerst naar Annas, de schoonvader van Kájafas, de hogepriester. Annas weet niet zo goed wat hij met Jezus moet beginnen. Hij stuurt Hem door naar z’n schoonzoon Kájafas. Een grotere huichelaar is niet denkbaar. Als hij Jezus aangehoord heeft, scheurt hij zijn kleren. Zo ‘erg’ vindt Kájafas het dat de Heere Jezus zegt dat Hij Gods Zoon is. Nee, wie dat zegt moet dood. 
Kájafas heeft het recht niet om Jezus te veroordelen. Daarom stuurt hij de Heere Jezus naar Pilatus, de Romeinse stadhouder of gouverneur. Die is bevoegd Hem tot de dood te veroordelen. 
Dat is een opmerkelijk proces geweest. Tot vijf keer zegt Pilatus dat hij geen schuld in Jezus vindt. 
Stel dat een rechter tot vijf keer zegt dat iemand onschuldig is en zo iemand krijgt toch een zware straf. Ik denk dat Nederland te klein is om alle protesten te bergen. 

Wat Pilatus ook doet, de mensen zijn van één ding overtuigd: Jezus moet gekruisigd worden. Uiteindelijk zwicht Pilatus voor die politiek en geeft hij Jezus over tot de kruisdood. 
Nu het zover is, moet het ook snel gebeuren. Hoe eerder hoe beter. 
Voor het rechthuis wordt het kruis op de schouders van Jezus gelegd. Dat behoort bij de straf. 
Wie tot de kruisdood veroordeeld is, moet zelf het kruis dragen. 
Tot nu toe is Jezus tijdens dit proces bijna alleen maar passief geweest. Nu het zover is dat Hij gekruisigd moet worden, wordt Hij actief: ‘en Hij dragende Zijn kruis, ging uit naar de plaats genaamd Hoofdschedelplaats, welke in het Hebreeuws genaamd wordt Golgotha’  (Johannes 19:17). 
Daarmee geeft Hij aan dat Zijn lijden geen lot is, maar een daad. Hij neemt het kruis vrijwillig op Zich. Hij kan dat kruis zo van Zich afwerpen. Dat doet Hij niet. 
Wie zo onder zijn kruis liep, wist maar één ding: aan dit kruis moet ik sterven. Ook Jezus weet dit. Daarvoor was Hij toch gekomen? Daarom gaat Hij uit liefde vrijwillig onder het kruis. 

Misschien ga je ook wel gebogen onder een kruis. Het kruis van eenzaamheid, ziekte, verslaving. Weet je wat ik hoop? Dat je gebukt gaat onder het kruis van je zonden. Dat dát jouw kruis is omdat je weet dat je met al die zonden Hem een groot verdriet aandoet. Dan zul je ook leren dat niet Hij, maar jij daar onder dat kruis had moeten lopen. Ik heb de dood verdiend. Toch tintelt je hart soms ook van geestelijke blijdschap. Hij draagt dat kruis om voor de zonden te betalen. Als je het oog op deze Kruisdrager mag richten, wil je graag al je zonden kruisigen voor Hem. 

2) Jezus aan het kruis. 
Terwijl Jezus gebukt gaat onder Zijn kruis, zet de stoet zich in beweging richting Golgotha. 
Wat een stoet. Vloekende soldaten. Deftige theologen. Huilende vrouwen en sensatiebeluste mensen. 
Weet je wie ik er in gedachten ook zie lopen? Mezelf. 
Met elke zonde die we doen, roepen we: kruist Hem. Het zijn onze zonden die Jezus onder en aan het kruis brachten. 

De stoet nadert Golgotha. Dat was de plaats waar misdadigers werden terechtgesteld. 
Nu gaat het gebeuren. Jezus wordt aan het kruis gespijkerd. De Almachtige aan het kruis. 
Zijn handen waarmee Hij zoveel zegeningen heeft verricht, vastgespijkerd. Zijn voeten waarmee Hij tot zondaren kwam, vastgespijkerd. 
Zie je ze in gedachten staan, al die mensen onder aan het kruis? 
De één met een traan, de ander blij dat Hij nu eindelijk aan het kruis hangt. Een ander denkt: het is Zijn eigen schuld. Had Hij maar niet moeten zeggen dat Hij de Zoon van God is. 
Wie z’n schuld is het eigenlijk dat Hij daar hangt? Van Kájafas, van Pontius Pilatus? Van de Schriftgeleerden, Farizeeën, de soldaten? Ja, al die mensen zijn er schuldig aan. 

Weet je wie z’n schuld het ook is? Jouw en mijn schuld. Het zijn onze zonden die Jezus ónder het kruis brachten, maar die Hem er ook áán brachten. Als de Heilige Geest met Zijn vlijmscherpe liefdepunt van overtuiging jouw hart raakt, leer je dat beamen. Elke zonde die ik doe is een hamerslag op de spijkers waarmee Jezus aan het kruis gespijkerd werd. 

Hij hangt met wijd uitgebreide armen. Die armen die Hij altijd nodigend uitstak naar kinderen en allerlei mensen. Aan het kruis doet Hij dat nog. Deze armen beslaan de hele dwarsbalk. 
Die wijd uitgebreide armen betekenen dat de grootste zondaar bij Hem welkom is. De vastgespijkerde voeten geven aan dat Hij geen mens wegschopt die eerbiedig aan Zijn voeten knielt. 
Naast Hem hangen de grootste bandieten. Tijdens Zijn leven werd Hij beschuldigd dat Hij een vriend was van tollenaren en zondaren. Minderwaardig werd er van Hem gezegd: ‘Deze ontvangt de zondaren en eet met hen’ (Lukas 15:2). Nu hangt Hij tussen de misdadigers en sterft met hen. 
Hij lijkt nu machteloos. Dat is Hij niet. Zelfs nu bekeert Hij één van de moordenaars naast Hem.  
Jezus hangt in het midden, tussen moordenaars. Hij hangt ook tussen God en de mensen. 
Hij hangt in het midden en is de Middelaar. Hij is het die de vijandschap tussen God en mensen weer kan wegnemen. Hij verenigt hemel en aarde. Hij is de brug tussen hemel en aarde. Die brug die wij door onze zonden hebben opgeblazen.

Hij hangt in het midden. Die plaats wil Hij ook hebben in ons leven. Hij moet het centrum worden van ons handelen en wandelen. Vanuit onszelf hebben we Hem buiten de deur van ons leven gezet. 
Het wonder is dat Hij door Zijn Geest voor Zichzelf plaats maakt, waar geen plaats is. Plaats in ons hart. Daar wil Hij schoon schip maken. Hij in het middelpunt van onze gedachten. Hij in het middelpunt en ik de laagste plaats. Dat is pas zalig.

3) Jezus zonder het kruis. 
Als Jezus gestorven is, wordt het weer wat stiller op Golgotha. De spottende soldaten zijn weg. 
De joelende menigte is huiswaarts gegaan. Er zijn erbij die een toontje lager zijn gaan zingen. 
Ze zijn diep onder de indruk gekomen door wat ze op het laatste moment hebben gezien en gehoord. Ze zijn verslagen van geest. 

Terwijl de anderen naar huis zijn gegaan, komt Jozef van Arimathéa. We weten niet zoveel van hem. Hij is rijk en lid van het Sanhedrin, het Joodse rechtscollege. Hij is ook een discipel van Jezus, maar in het geheim. Hij is veel te bang dat ze hem daardoor z’n baan zullen afnemen. Hij verwacht het Koninkrijk van God. Hij heeft dus de Heere lief gekregen. Dat komt nu naar buiten. Hij dient een verzoek in bij Pilatus om het lichaam van Jezus een eervolle begrafenis te geven. Zijn verzoek wordt ingewilligd. Wat de mensen er ook van zeggen, nu komt hij ervoor uit dat hij een liefhebber van Jezus is. ‘Hij dan ging heen en nam het lichaam van Jezus weg’. (Johannes 19:38). Hij blijft niet alleen. 
Er komt nog iemand aan. Het is Nicodémus. De Farizeeër die een paar jaar geleden Jezus ’s nachts opzocht omdat hij met levensvragen zat. Nicodémus komt niet met lege handen. Hij heeft zeer dure middelen bij zich om het lichaam van Jezus te verzorgen. Alles heeft hij voor Jezus over. 
Deze beide mannen hebben liefde tot een dode Jezus. Het beste is nog niet goed genoeg. 
Samen leggen ze het lichaam van de Heere in een nieuw graf. Een graf waarin nog nooit iemand heeft gelegen. Het kruis ligt achter Hem en de opstanding wacht. 

Zijn kruis ligt achter Hem. Maar Zijn kruisevangelie gaat nog steeds de wereld rond. Niemand kan om dit kruisevangelie heen. Of het is je tot eeuwig oordeel of tot eeuwig voordeel. Vriendelijk zegt Hij: ‘Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven’  (Mattheüs 11:28). Misschien vermoeid van al je levensvragen. Wellicht de vraag of er wel een God is. Leg je vragen bij Hem neer door het gebed. 
Als we Hem mogen navolgen, brengt dat ‘een kruis’, lijden met zich mee: ‘die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig’.  (Mattheüs 10:38). 
Het betekent ook belijden dat jij het kruis verdiend hebt door je zonden. Toch klem je je met alles wat in je is, vast aan Jezus, Die ‘het kruis heeft verdragen en schande veracht (…)’ (Hebreeën 12:2). 
Heb je je nog niet bekeerd? Hij is bereid te verlossen van ons grootste kruis: eigenliefde. Wend je tot Hem en word behouden (Jesaja 45:22).