zondag 12 mei 2019

Een verrassende ontmoeting - Lukas 24:13-27

Samenvatting toespraak zondagmorgen 12-5-2019  Voorganger: evangelist Johan Krijgsman. 
Telefoon 020-6227742; mobiel: 06-83571391. Amsterdam@bijbelcentrum.nl  www.bijsimondelooier.nl
Thema van de toespraak: ‘Een verrassende ontmoeting’ n.a.v. Lukas 24:13-27

Soms kan iets ons zo in beslag nemen dat we aan niets anders denken. Bijvoorbeeld een kind dat een spannend boek aan het lezen is. Als moeder roept om te komen eten, hoort het kind dat niet. 
Het verhaal neemt het kind helemaal in beslag. Het ‘zit in het verhaal’.
Vanmorgen gaat het over twee mannen. Ze gaan helemaal op in de dingen die de afgelopen dagen gebeurd zijn in Jeruzalem. Ze staan bekend als de Emmaüsgangers. Ze zijn er vol van. Ze wandelen samen van Jeruzalem naar het kleine gehucht Emmaüs, zo’n 10 kilometer verderop. Laten we eens een stukje met hen meelopen. 

Verdrietig
De evangelist Lukas begint deze geschiedenis met: ‘en zie’. Met andere woorden: let op, wat nu komt is heel belangrijk. Lukas gaat verder en zegt: ‘twee van hen’. Van wie? Twee van Jezus’ volgelingen. Ze verlaten Jeruzalem en wandelen door het veld naar Emmaüs. 
Ze kijken bedroefd. Ze zijn met elkaar in gesprek over wat zich de laatste dagen heeft afgespeeld in Jeruzalem. Daar is immers de Heere Jezus gekruisigd, gestorven en begraven. Alles wat daar gebeurd is, is met één woord verschrikkelijk! 
Jezus, Die alles voor hen was, is niet meer. Op Hem hadden ze hun vertrouwen gesteld als op de Verlosser van Israël. Ze zagen uit naar de dag, waarop iedereen Hem zou kronen tot Koning van Jeruzalem. Maar nu is alles voorbij. Ze denken nog vol eerbied aan Hem. Hoe vaak had Zijn Woord hun troost gegeven? Hoeveel wonderen heeft Hij gedaan die van Zijn liefde en macht getuigden? 
En nu? Ze zijn diep teleurgesteld.
Ondanks alles is één ding positief: ze hebben het over de Heere Jezus. Dit tot voorbeeld voor ons. 

Hartsvrienden
Het zijn twee echte hartsvrienden die geen geheimen voor elkaar hebben. Ze zijn één in hun raadsels en verdriet. Ze begrijpen elkaar volledig en vertrouwen elkaar. Er staat dat ze met elkaar spreken en elkaar vragen stellen (vers 14 en 15). Dus het is niet zo dat er steeds één spreekt en dat de ander zwijgt. Nee ze spreken met elkaar en stellen elkaar vragen.

Wat een zegen is het als je in je leven iemand mag hebben waarmee je één van hart bent. 
Iemand waaraan je geheimen vertelt. Die je kunt vertrouwen. Het is een nog grotere zegen als je iemand kent waarmee je ook geestelijke, religieuze dingen kunt bepraten. 
Als je elkaar vertelt hoe Hij je leven is binnengekomen door Zijn Heilige Geest. Je vertelt elkaar over het leven met de Heere omdat je er vol van bent. Hoe Jezus alles voor je geworden is. Je legt elkaar ook je vragen voor. Die zijn er immers ook nog genoeg. 
Het zou fijn zijn als er hier in de inloop meer gesprekken komen over deze dingen. Niet elkaar veroordelen, maar samen hierover spreken en elkaar je vragen voorleggen.

Vragen stellen
Terwijl ze al pratend verder lopen, komt Jezus Zelf bij hen lopen. Dan komt er een opmerkelijk zinnetje: ‘en hun ogen werden gehouden, dat ze Hem niet kenden’ (vers 16). Door een wonder zorgt Jezus ervoor dat ze Hem niet kennen. Hij heeft daar Zijn wijze bedoelingen mee. Hij wil dat ze met hun vragen voor de dag komen. Hij gaat hun een vraag stellen: Waarover lopen jullie zo druk te praten en waarom zien jullie er zo bedroefd uit? 
Eén van hen, Kléopas, neemt het woord en vraagt vol verbazing: U bent zeker een vreemdeling in Jeruzalem. Weet u niet welke verschrikkelijke dingen er zijn gebeurd? 
Er klinkt in deze vraag verbazing en verwijt door. Hoe bestaat het dat u dat niet weet. 

Als een wijs Psycholoog lokt Hij hen uit de tent met de vraag: welke dingen? 
Zo kan de Heere ook nu nog mensen behandelen. Hij weet alles op een volmaakte wijze. 
Hij weet precies wat er in je hart leeft. Hij is alwetend. Toch hoort Hij het zo graag uit je eigen mond. Je mag je vragen en raadsels aan Hem voorleggen. Vooral je vragen op religieus terrein. Hij lokt je als het ware uit je tent. Kom, waar zit je mee, waarom ben je zo bedroefd? Begrijp je nog zo weinig van de geestelijke dingen en van de Bijbel? Vertel het Hem in het gebed. Hij moedigt je Zelf aan: ‘Bidt en u zal gegeven worden’ (Mattheüs 7:7).     

Hun hart openleggen
Na deze vraag gaan ze Hem samen alles van de afgelopen dagen vertellen. Zie vers 19-24. 
Ze hebben verschrikkelijke dingen gedaan met Jezus de Nazaréner. Die Man was een Profeet. 
Hij deed wonderen en was een geweldige Spreker. Wat een aanzien had Hij bij God en de mensen.

De leiders van ons volk en de kerkelijke macht hebben Hem gevangen genomen en uitgeleverd aan de Romeinen. Tenslotte is Hij aan het kruis gestorven. Wij hadden al onze hoop op Hem gevestigd. Wij dachten dat Hij Israël zou bevrijden. Het is nu al de derde dag nadat ze Hem hebben gedood. 
Nu zijn er vanmorgen een paar vrouwen bij Zijn graf geweest en vertelden ons dat Zijn Lichaam weg was. Wel zagen ze bij Zijn graf een paar engelen die zeiden dat Hij leeft. Een paar van onze vrienden gingen kijken bij het graf en inderdaad: het Lichaam was weg, maar Jezus Zelf zagen ze niet. 
We snappen er niets meer van! 

Bestraffen
Wat is de reactie van de Heere Jezus op dit relaas? Ook weer heel wijs. Hij zegt nog niet wie Hij is, maar gaat wel hun ongeloof bestraffen. Hij windt er geen doekjes om. Dat doet Jezus trouwens nooit.
Nu gaat Hij spreken en ze luisteren naar Hem. Hij noemt hen onverstandigen en tragen van hart om te geloven alles wat de profeten gezegd hebben. Met andere woorden: jullie hebben de profetische woorden niet serieus genomen. Hij vertelt hun wat de Bijbel leert over deze dingen. 

Alleen de Bijbel
Wij kunnen soms vol met onze geestelijke ervaringen zitten. Even tussen haakjes: dit wil niet zeggen dat het leven met de Heere geen geestelijke ervaringen heeft. Dat heeft het wel degelijk. Iets van de ervaring van jouw schuld en Jezus’ vergevingsgezindheid is er altijd. Maar niet wat jij daarbij beleeft mag centraal staan. De Bijbel moet ons tot een gids zijn. Niet onze ervaringen. We moeten ‘gaan’ op het woord van de belofte. Je vastklampen aan of rusten op Zijn Woord. Net zoals een schilder op z’n ladder vertrouwt op eenzame hoogte. Het Woord alleen moet het doen. 
Daarom grijpt Jezus terug op de Bijbel. Hij begint bij Mozes en vandaar gaat Hij naar de profeten. Allemaal hebben ze geprofeteerd dat de Messias gekruisigd moest worden. 
Hij moest gekruisigd worden omdat God de zonden moet straffen. God eist dat de schuld van de zonden betaald wordt. Vandaar dat de nadruk moet vallen op moest. Jezus wilde Zich laten kruisigen voor al Zijn kinderen. Dat deed Hij uit liefde.

Woorden indrinken
Wat wordt het nu begrijpelijk voor Kléopas en zijn vriend, nu die onbekende Wandelaar alles uitlegt. Nog nooit is het zo duidelijk voor hen geweest. Hun hart wordt brandend van verlangen. Ze drinken de woorden van die Vreemdeling in. 
Wat een wijs Profeet is de Heere Jezus. Zo handelt Hij nog met Zijn kinderen. Hij maakt dan opnieuw hun hart brandend van verlangen naar Hem. 

Ken je Hem nog niet en begrijp je veel dingen nog niet? Hij wil het je leren. Lees de Bijbel en kom naar de samenkomsten en bid Hem om uitleg. Hij gebruikt daar mensen voor. 
Volgende week hopen we te horen hoe Hij Zich bekend maakt aan de Emmaüsgangers. Leg je vragen voor Hem neer. Hij ziet dat graag. Zo wordt ook jouw hart brandend gemaakt.