zondag 29 september 2019

Elía en Achab - 1 Koningen 18:16-21.

Samenvatting toespraak zondagmorgen 29-9-2019. Voorganger: evangelist Johan Krijgsman. 
Telefoon 020-6227742; mobiel: 06-83571391. Amsterdam@bijbelcentrum.nl  www.bijsimondelooier.nl
Thema van de toespraak: ‘‘Elía en Achab’ n.a.v. 1 Koningen 18:16-21.

Vorige week hoorden we dat Elía aan Obadja opdracht gaf om Achab te roepen. Hoe is deze ontmoeting verlopen en wat zijn de gevolgen daarvan? 

Elía ontmoet Achab. 
We hoorden hoe Obadja uiteindelijk overstag is gegaan. Hij is Achab de boodschap gaan brengen dat hij bij Elía moet komen. Er staat niet hoe Achab deze boodschap heeft ontvangen. Hij gaat. 
Als Achab Elía ontmoet, blaast hij gelijk hoog van de toren. Hij denkt Elía goed de waarheid te moeten zeggen. Bent u die beroerder van Israël? Bent u die man die Israël in het ongeluk hebt gestort? 
Wat een ontmoeting en dat na drie en een half jaar.
We merken hieruit dat de ellende van drie en een half jaar droogte niets bij Achab heeft uitgewerkt. Hij is er niet door tot inkeer gekomen. Het heeft hem zelfs verhard. 

Daaraan zien we dat ellende op zich, mensen niet tot bekering brengt. 
Wat brengt mensen dan wel tot bekering? De genade en liefde van God. Als we oog krijgen voor de liefde en de genade van God voor zo één als ik ben, dan breekt ons hart. Dat verdiept zich als we oog krijgen voor de zondaarsliefde van de Heere Jezus. Dan bekeren we ons van harte tot de Heere. 
Wat leren we nog meer van de reactie van Achab? Dat ook toen al de christenen de schuld kregen van alle ellende. Vandaag de dag is het niet anders. Hoe vaak wordt er gezegd: alle ellende en oorlogen komen door het geloof. Door zoiets te zeggen geeft men er blijk van niets van het ware geloof te begrijpen. Een waar gelovige zoekt de schuld bij zichzelf en vindt daar ook de schuld. 

Hoe reageert Elía op deze valse beschuldiging? Hij zegt: ik heb Israël niet in het ongeluk gestort. 
Dat hebt uzelf gedaan. U en het koningshuis van uw vader. U hebt de geboden van God naast u neergelegd. U bent de Baäls gaan volgen. Dat neemt de Heere niet! 
Ten eerste zie je hier dat Elía niet over de schuld van Achab heen gaat. Hij zegt hem eerlijk de wacht aan. Zonder aanzien des persoons. 
Wat een les voor voorgangers. Die moeten ook zeggen dat we door onze zonden schuldig staan voor God. Maar ook dat er genade is voor schuldige mensen door het gegeven geloof in Christus. 
Ten tweede zie je aan de reactie van Elía dat een christen best eens mag uitvallen. Die hoeven niet alles te nemen. Zeker niet als de eer van de Heere ermee gemoeid is. Maar we mogen niet boos blijven ‘De zon ga niet onder over uw toornigheid’  (Efeze 4:26). Maak het goed voor je gaat slapen. Een ware christen is tenslotte ook vergevingsgezind (Galaten 5:22).  

Hoe reageert Achab op de beschuldigingen? Daar heeft hij niet van terug. Hij grijpt Elía niet bij de keel, want zo’n lieverdje was Achab niet. Hij zwijgt in alle toonaarden. De Heere beschermt Elía. 
De macht van het Woord van de waarheid beschermt Elía. Is dat een prestatie van Elía? Ach nee, Elía was een mens net als wij. Vaak een grote mond, maar een klein hartje. 
Het is de kracht van de Heilige Geest die Elía dit woord laat spreken. Die Geest heeft alle vrees bij Elía weggenomen. Op dit moment was het praktijk bij Elía: ‘De HEERE is bij mij, ik zal niet vrezen; wat zal een mens mij doen? (Psalm 118:6). Wat een geloofsmoed. Dit heeft Elía gekregen uit genade. 

Elía zegt nog niets over het komende einde van de straf. Dat het weer zal gaan regenen naar het woord – het gebed – van Elía. Hij geeft Achab een opdracht. 
Alle Israëlieten moeten naar de berg Karmel komen. Daarbij moet hij ook de 450 profeten van Baäl roepen die dienst doen in de door Achab gebouwde afgodstempels.
Alsof het nog niet genoeg is moeten ook de 400 profeten erbij komen die door Izébel aan het hof zijn aangenomen. Wat een bonte verzameling. Eigenlijk zegt Elía: We doen deze ernstige zaak niet tussen ons af. Daar is het te ernstig voor. Achab: dit wordt een publiek gebeuren. Roep de mensen op. 
Met die boodschap gaat Achab naar huis. Hij kan zich niet onttrekken aan het onweerstaanbare woord van Elía dat gesproken werd in de Naam van de Heere. Toch geeft hij zich niet gewonnen. 
Hij erkent geen schuld. Het valt ook niet mee om de waardeloosheid van je afgoden toe te geven. 
Dat doen ook wij zomaar niet. Wat kunnen mensen zich vastklampen aan iets buiten het enige houvast in dit leven: Jezus Christus. Dit geeft onze ellende aan.

Elía ontmoet het volk Israël. 
Op de berg Karmel is het intussen een drukte van belang geworden. Baälprofeten en de Israëlieten zijn samengekomen. Het is wel drie en een half jaar geleden dat Elía zijn volksgenoten heeft ontmoet. Maar nu is het zover. Je kunt begrijpen dat de spanning te snijden is. Wat zal er gaan gebeuren? 

Het valt opnieuw op dat Elía er geen doekjes om windt. Hij vraagt aan de Israëlieten: hoe lang hinken jullie nog op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na en zo het Baäl is, volgt dan hem. 
Dit is een glasheldere beschuldiging en vraag. 
Wat een les voor ons. Recht op de man af. Eerlijk zeggen waaraan het schort in ons leven en hoe dat komt. Maar ook hoe en dát het weer goed kan komen. Ook een les voor iedereen die wat aan evangelisatiewerk doet. Helder en duidelijk zijn. Niet teveel discussie. Daarmee bereik je niets. 
Elía beschuldigt het volk dat ze God en de Baäl samen willen dienen. Maar God heeft recht op hun hele leven.

Religieuze besluiteloosheid is zonde. 
Misschien noem ik nu één van jouw zonden. Laat dan deze vraag eens op je inwerken: hoe lang blijf je nog op twee gedachten hinken? Elke dag zo doorgebracht, is er één te veel. Dat is zonde.   
Van religieuze besluiteloosheid heeft de Heere een afkeer. 
God wat en de afgod, ‘de wereld’, wat. Wie herkent het niet? Van twee walletjes eten. 
De Heere wil niet afgescheept worden met een stúkje van ons leven. En de andere rest houden we voor onszelf. Die andere rest zijn dingen waarvan we wel voelen: helemaal goed is het niet, maar ik vind het wel prettig. Dan wordt de norm van ons denken en handelen wat óns aanstaat. Dat is levensgevaarlijk. De Heere wil dat Zijn wet de norm van ons handelen is. Dat we Hem alléén volgen en dienen uit liefde. Daaraan ontbrak het bij de Israëlieten. Dan ontbreekt alles. 

Als we het zo bezien staat het volk Israël naast ons met de Baälprofeten erbij. Sterker: we vinden dit vanuit onszelf ín ons hart. Misschien denk je wel: dat vind ik sterk overdreven. Baäl, daar doen we niet meer aan, anno 2019 en Izébel, die is al bijna 3000 jaar dood. Vergis je niet. Hebben we niet allemaal onze afgodjes, onze Baäls? Het kan een bekende diskjockey of beroepssporter zijn of een bekende voorganger. 
De naam van Izébel komen we als symbolisch figuur weer tegen in Openbaring. Daar staat Izébel symbool voor verleidster tot allerlei goddeloosheid (Openbaring 2:20). 
De verleidingen zitten als het ware in de lucht, maar ook in onszelf. Ook wij leven in bedreigd gebied. Als de Heilige Geest in je komt wonen, kom je erachter dat ‘Izébel’ in je zit. En laten we eerlijk zijn: 
Jij en ik luisteren nog graag naar haar ook.  

De Heere wil ons hele leven, of niets. 
Daarom brengt Elía hun het Woord van de Heere en stuurt hij aan op een beslissing. Hij roept ze op om mensen uit één stuk te worden en op te houden met schipperen. 
Hoe reageert het volk? ‘Maar het volk antwoordde hem niet één woord’. Het blijft doodstil. 
Ze voelen wel aan wie de ware God is. Misschien is het ook wel goed dat het stil blijft. Laat ze eerst maar eens goed nadenken. Als ze gelijk roepen: wij kiezen God, dan kan dat wel eens een opwelling zijn. Zo was het tenslotte ook al vaak gegaan met hun voorgeslacht. Zie Jozua 24:14-28. 
Elía weet dat de appel niet ver van de boom valt. De Heere wil een weloverwogen keus. 

Misschien herken je deze opwelling. Je koos enthousiast voor God. Later nam je enthousiasme zienderogen af. Hopelijk ben je er nu achter dat het Gods genáde is als je voor de Heere kiest. 
Jij kiest voor Hem omdat Hij voor jou koos. Dat wonder kun je niet op. Je ervaart ook steeds meer waaróm er genade kan zijn. Dat kan alleen door het levensoffer van de Heere Jezus. 
Mis je het zicht op deze genade? Dan moet je bij de Heere Jezus zijn. Heb je er geen oog voor dat ‘Izébel’ in je zit? Hij wil je dit leren. Vraag Hem erom. Klaag je dat je keus niet standvastig genoeg is? Hink je zo op twee gedachten? De Heere Jezus noemt Zichzelf de Weg. 
Zolang je door genade je hart op Hem mag richten, hink je niet op twee gedachten. Dan bepaalt Hij je denken en doen. 
Tot slot: de allervriendelijkste Jezus wil ‘hinkende’ mensen, een vaste levensgang geven door het geloof in Hem. Zoek dit te kennen.