zondag 8 december 2019

Een gegeven Zoon - Jesaja 9:5

Samenvatting toespraak zondagmorgen 8-12-2019. Voorganger: evangelist Johan Krijgsman. 
Telefoon 020-6227742; mobiel: 06-83571391. Amsterdam@bijbelcentrum.nl  www.bijsimondelooier.nl
Thema van de toespraak: ‘Een gegeven Zoon’ n.a.v. Jesaja 9:5

‘We hebben een zoon gekregen!’ Dit zegt een echtpaar die een zoon heeft gekregen.
De profeet Jesaja, die profeteerde van 750-700 voor Christus, zegt ook zoiets. Hij roept het uit: Een Zoon is ons gegeven. Dit is een geloofsuitroep. Op Wie heeft hij het oog?

Een geloofsuitroep
Vorige week hebben we ook iets gehoord uit dit Bijbelboek. Het ging over het ‘Licht in de duisternis’ n.a.v. Jesaja 60:1. We hoorden dat hij met dit Licht de Heere Jezus bedoelt. Het was een voorzegging van de geboorte van de Heere Jezus. Nu horen we opnieuw een voorzegging, een profetie daarover.  
Nu zegt Jesaja het iets duidelijker. Hij heeft het nu niet over Licht. Wel over een Zoon Die Zichzelf het Licht der wereld noemt (Johannes 8:12). Deze Zoon is de Heere Jezus.   
Deze woorden zegt Jesaja dus ruim zevenhonderd jaar voordat Jezus geboren wordt. 
Het is toekomstverwachting. Het is een geloofsuitroep. Jesaja ziet dingen die voor de mens onmogelijk zijn. Jesaja’s geloof is hier dan ook op eenzame hoogte gebracht door de Heilige Geest. 
Jesaja lijkt hier op Abraham. Ongeveer 2100 jaar voor Christus’ geboorte zag Abraham door het geloof Christus. Dit geloof gaf diepe innerlijke vreugde in Abrahams hart (Johannes 8:56). 

Hieraan zien we dat het echte bijbelse geloof vreugde in je leven brengt. Dat geloof dat gegeven wordt door de Heilige Geest in de wedergeboorte. Dit geloof kent ook verdriet over de zonden. 
Dit hoort erbij. Dit geloof is ook niet altijd op toonhoogte. Vaak kent het geloof dissonanten. 
Vaak is het onder de maat. Maar ondanks dit, kent het bijbelse geloof momenten van diepe vreugde. Van blijdschap in de Heere. Dit hoort bij het echte geloof (Galaten 5:22). 
Zoals water hoort bij vissen, zo hoort vreugde en blijdschap bij het geloof. 

De toekomst in verleden en in het heden
Jesaja trekt met deze geloofsuitroep de toekomst in het heden. Jesaja houdt door de Heilige Geest de verrekijker van het geloof vast. Hij ziet dingen binnen handbereik die nog eeuwen duren.
Je kunt het vergelijken met een echte verrekijker. Dan haal je dingen die ver weg liggen, als het ware binnen handbereik. Daarom zegt Jesaja niet: een Zoon zal ons gegeven wórden. Maar een Zoon ís ons gegeven. Alsof het al is gebeurd. 
Jesaja is er zelf helemaal bij betrokken. Hij zegt niet: een Zoon zal hén gegeven worden. 
Dat zou trouwens al bijzonder zijn. Maar een Zoon is óns gegeven. 
Dit is het wonder van en voor al Gods kinderen van alle tijden en plaatsen. Zij, die vanuit zichzelf niet op Hem zaten te wachten. Hij kwam hun leven binnen en maakte hen begerig naar Hem.

Hartetaal
Jesaja beleefde en doorleefde zijn boodschap. Door de Heilige Geest geleid, maakte hij zijn boodschap bekend. Hij was er helemaal bij betrokken. Vandaar z’n uitroep: een Zoon is ons gegeven. 
Hij sprak niet als een blinde over kleuren. De boodschap was door hem heengegaan. 
Daar gaat het om, ook voor ons. 
Beluister je de toespraak of hóór je hem? Met andere woorden: gaat de toespraak door je heen? 
Ook als je zonden worden aangewezen. Als je schuld ‘opengelegd’ wordt. Het gaat erom dat je niet naar de buurman kijkt, maar naar jezelf. Dat wij de Heere leren naspreken. Dat je net als Jesaja, vanuit het geloof zegt: een Zoon is ons, ook mij gegeven. Ook al moet het nog Kerst worden.

Zoon
Er is maar één Zoon met een hoofdletter. Dat is de Zoon van de Vader Die tegelijk met de Vader en de Heilige Geest God is. Deze God is de Drieenige en ware God. 
God de Vader zag deze verloren en verloederende wereld. Er is geen doen meer aan vanuit de mens. Allemaal zijn we doodziek door de zonden. We kunnen onszelf en anderen niet daarvan genezen. Maar de Heere kan en wil dit wel. Want God heeft deze wereld lief. Zo lief dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft. Hier heb je de grond voor die genezing. Gód heeft de wereld lief. Daarom gaf Hij Zijn eniggeboren Zoon. Met welk doel?
Opdat een ieder die in deze Zoon gelooft niet zal verderven, maar het eeuwige leven zal hebben. Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden (Johannes 3:16,17). 
Deze Zoon is uniek. Hij is en bleef God en werd wat Hij niet was, Mens. Een Mens die met ons kan meelijden in onze nood. Hij weet als geen ander wat we meemaken. Hij kan meebidden als de allerbeste Bidder. Een Zoon Die Zijn kinderen als Herder leidt en beschermt. 


Een Zoon Die uit liefde tot de eer van Zijn Vader aan het kruis gaat. Alleen zo kunnen de kinderen van Zijn Vader gered worden. 
Dit zijn diepe geestelijke geheimen die de Heilige Geest ons wil leren. Bid in Naam van deze Zoon tot de Vader om deze geestelijke geheimen te leren.     

Ons
Wie zijn dat? Niet alle mensen. Daar moeten we eerlijk in zijn. Anders hebben we de Bijbel, ja dan hebben we God niet aan onze kant. Wie zijn het dan? Gods kinderen. Maar wat zijn dat voor mensen?
Zijn dat supergelovigen? Mensen die nooit meer twijfelen en geen zonden meer doen? 
Als je dit denkt, hebt je evenmin de Bijbel en de Heere aan je kant. 
Denk bijvoorbeeld eens aan Noach, de man van de Ark. Na de zondvloed dronk hij zich dronken. 
Is dat een kind van de Heere? Ja, dat is een kind van de Heere. Wat denk je van Salomo, de man met zijn vele heidense vrouwen? En aan Petrus die Jezus op een hardnekkige manier verloochende. 
Dit waren kinderen van de Heere. Ik vertel dit niet om hun zonden goed te praten. Wel om te laten zien wie die ‘ons’ zijn. Geen beste brave mensen. Wel mensen die hun heil, redding en vergeving bij de Heere Jezus zochten en vonden. 

Ons, daarbij betrekt Jesaja al Gods kinderen van het verleden en van de toekomst. 
Die kennen allemaal die uitroep: Een Zoon is ons gegeven. Ze zijn er helemaal bij betrokken. 
Ze hebben het innerlijk meegemaakt. 
Denk maar weer aan Abraham. Honderden jaren voor Christus’ geboorte was hij al helemaal betrokken op deze Zoon. Dat kan ook niet anders. Een zonnebloem richt zich op de zon. Zo richt het ware geloof zich op Christus. Hij wordt de Zon der gerechtigheid genoemd (Maleachi 4:2). 

Luther, de grote kerkhervormer, legt dit ‘ons’ ook uit. Ik vat zijn uitleg samen. Volgens Luther zijn het mensen die hun vreugde niet in de wereld zoeken. Het zijn mensen die iets voelen van Gods toorn. Dit is Zijn heftig ongenoegen over de zonde. Die daar mee zitten. Dit maakt ze geestelijk arm. 
Het zijn volgens Luther mensen zonder geestelijke troost. Die in hun geestelijke nood hulp zoeken.
Deze mensen zeggen met Jesaja: een Zoon is ons gegeven. Voor die mensen is het een wonder dat God een Redmiddel gegeven heeft in Zijn Zoon Jezus. 

Gegeven
Een Zoon is ons gegéven. Gegeven daar komt niets van ons bij. Gegeven is genade. 
Gegeven is éénrichtingsverkeer. Ondanks onze natuurlijke afkeer, toch gegeven. 
Gegeven wil ook zeggen: je mag er gebruik van maken. Dat is niet verboden. 
Het is net als met de eerstehulppost in een ziekenhuis. Voor iedereen staat de deur van de eerstehulp open. Maar wie gaan daar naar toe? Mensen die gewond zijn of wat dan ook hebben.
Breng het maar over en kijk of je ‘werk’ voor deze Zoon, voor Jezus, hebt. Zo ja, weet je hartelijk welkom. De Heere is door en in Jezus zeer vergevingsgezind. Lees er psalm 103 maar op na. 
Heb je (nog) geen ‘werk’ voor Hem? Zorg dat je werk voor Hem krijgt. Bid om het licht van de Heilige Geest. Hij wil alle duistere hoeken van je hart in het volle licht zetten. Als dat gebeurt, schrik je van jezelf. Dan heb je als vanzelf ‘werk’ voor de Heere Jezus. Dan heb je behoefte aan vergeving en vernieuwing. Dan zie je uit naar de Kerstdagen. Hem wil je de eer geven voor deze gegeven Zoon.