zondag 29 december 2019

Niet te geloven! - Johannes 3:17 en 18

Samenvatting toespraak zondagmorgen 29-12-2019. Voorganger: evangelist Johan Krijgsman. 
Telefoon 020-6227742; mobiel: 06-83571391. Amsterdam@bijbelcentrum.nl  www.bijsimondelooier.nl
Thema van de toespraak: ‘Niet te geloven!’ n.a.v. Johannes 3:17 en 18

‘Niet te geloven!’ n.a.v. Johannes 3:17 en 18
Je kent het wel. Er wordt iets verteld en je zegt: het is niet te geloven. Het is te mooi om waar te zijn. Over zoiets ongelooflijks gaat het vanmorgen. God heeft het Liefste dat Hij heeft, Zijn Zoon, gegeven aan vijandige mensen.  Aan mensen die vanuit zichzelf niet voelen dat ze gered moeten worden. 
Het is niet te geloven. Wat een liefde komt ons tegemoet vanuit Johannes 3:17 en 18. 

Waarom niet
Waarom is de Heere Jezus níet gekomen? Klip en klaar wordt het gezegd door de Heere Jezus. 
God heeft Zijn Zoon niet gezonden om de wereld te veroordelen. Daar is geen discussie over mogelijk. Dus deze mensenwereld, die bewust van God afscheid heeft genomen, heeft God op het oog. 
Het is niet te geloven. Als er nu stond: God heeft Zijn Zoon gezonden naar de wereld om de mensen te veroordelen, was dat te begrijpen. Of niet soms? Zo is het toch ook in een bedrijf? 
Als mensen bewust corruptie plegen en het komt uit, dan kunnen ze wachten op hun vonnis. 
Nicodémus, de Jood waartegen de Heere Jezus dit blijde nieuws vertelde, dacht er ook zo over. 
De verzen 17 en 18 zijn ten diepste een herhaling van wat de Heere Jezus in vers 16 al tegen Nicodémus zei. Aan de ene kant moet die herhaling dienen om Gods reddende liefde nog sterker te benadrukken. Vandaar dat het woord wereld drie keer in vers 17 gebruikt wordt. 
Het is een wereldwijde verlossing. Aan de andere kant geeft deze herhaling een terechtwijzing aan Nicodémus. Hij zag Jezus als Leraar der wet (Johannes 3:2), Die de wereld alleen maar in staat van beschuldiging zou stellen. Dat was een misverstand van Nicodémus en van de andere Joden (zie J.C. Ryle). Zo zie je dat zelfs voorgangers wel eens een terechtwijzing nodig hebben. 

Waarom wel
Nee, Nicodémus: De Heere Jezus is gekomen opdat de wereld door Hem zal behouden worden. 
Er is zaligheid, redding mogelijk voor alle mensen op de hele wereld. God heeft Zijn Zoon gezonden tot Redder. Er staat niet voor niets 38 maal in het Johannes-evangelie dat God Zijn Zoon gezonden heeft. Daar zit eeuwige liefde achter tot verloren mensen. Wat een blijde boodschap. 

Het geloof
De Heere Jezus gaat in vers 18 door met Zijn herhalingslessen aan Nicodémus. Weer stelt Hij het geloof aan de orde. Dat had Hij in vers 15 en 16 ook al gedaan. Het geloof is van levensbelang. 
Het eeuwige leven is alleen door het geloof te krijgen. De Heere Jezus herhaalt het steeds weer.
Wat is geloof? Geloof is het ‘vluchten’ van een berouwvol zondaar tot Gods barmhartigheid die Hij laat zien in Christus. Je zoekt dan door het gebed je redding bij Christus. 

In beweging
Het wáre geloof is vaak in beweging. Je kunt het vergelijken met een windmolen. Als er geen wind is, staan de wieken in ruststand. 
Zo is het met het geloof. Als de rust van het geloof er is, wordt het niet achtervolgd door twijfel en verzoekingen. Als het stormt, draaien de wieken van de windmolen zeer rusteloos. 
Zo kan het in het leven van Gods kinderen stormen van ongeloof en verzoekingen. De ene twijfel volgt rusteloos op de andere twijfel of verzoeking. Wat voelen ze zich dan onrustig. 
Hoe het ook stormt, de wieken van de windmolen zitten vast aan een balk die muurvast zit. Dat geeft rust en veiligheid. Als Gods kinderen weer oog krijgen voor de Rots Jezus, keert de rust van het geloof terug. Zij hoeven Hem niet vast te houden, maar Hij houdt hen vast. Ook al zien ze het niet. 

Failliet
Het ware geloof herkent zich in een failliete zakenman. Eerst had hij miljarden. Hij zat er niet mee als er rekeningen betaald moesten worden. Nu hij failliet is, kan hij er onmogelijk aan voldoen. 
Leningen kan hij ook niet afsluiten, want niemand geeft hem die. 
Zo is het met mensen die menen te geloven of niet geloven. Ze zitten nergens mee. 
Schijngelovigen hebben miljarden aan geloof. Ze denken zelf de schuld, die ze hebben door hun zonden, te kunnen aflossen bij God. Dat wordt anders als ze door de Heilige Geest geestelijk failliet worden verklaard. Dan schrikken ze als ze de onbetaalde rekeningen door God gepresenteerd krijgen. Ze kunnen onmogelijk daaraan voldoen. 
Het geloof lenen lukt niet, want het is een persoonlijke zaak. Dan moet er door de Grote Bankier een oplossing komen. En die is er! Wat een bevrijding als het weerklank vindt in hun binnenste: 
‘Komt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk’ (Jesaja 55:1).

Met andere woorden: alle geestelijke miljarden zijn bij de Heere te krijgen. De geestelijke miljarden van het geloof. 
Het is niet te geloven, maar toch waar. Dan kunnen ze niet anders dan als een geestelijk failliete de geestelijke rijkdommen aannemen. Dan wordt beleefd: ‘Want gij weet de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden’  (2 Korinthe 8:9).

Geloven in de Heere Jezus Christus
Op het gemeentehuis heb je een ambtenaar van de burgerlijke stand, voor belastingen, voor sportzaken etc. Elke ambtenaar heeft z’n eigen taak.  
De Heere Jezus heeft een ambt met drie taken. Hij is Profeet, Priester en Koning. Voor deze drie taken heeft Hij één Naam: Christus. Aan die Naam kun je Hem herkennen in Zijn ambt-zijn. 

Een waar gelovige kent iets van dit ambtelijk werkzaam zijn van de Heere Jezus in het hart. 
Zijn ambt gaat Hij waarmaken in hun leven. Ze geloven daarom in de Heere Jezus Christus.
Als Profeet leert Hij mensen hun zonden kennen. Dit gaat niet langs hen, maar dóór hen. 
Hun hele leven gaat hen aanklagen. De één beleeft deze dingen intensiever dan een ander. 
Daar hopen we vanavond meer over te horen n.a.v. Matth. 5:4. 
Daarnaast corrigeert Hij hun gedachten zodat ze anders over Hem en zichzelf gaan denken. Je gaat de zonden haten en krijgt Hem lief.
Als Priester zorgt Hij ervoor dat de zonden vergeven worden. Daar gaf Hij Zijn leven, Zijn bloed, voor aan het kruis. Hij moest Mens worden om een barmhartig en getrouw Hogepriester te zijn. 
Zo kon Hij die dingen doen die gedaan moesten worden bij God: de mens met God verzoenen (Hebreeën 2:17). Hij is de unieke Priester. Daarom kun je je zonden aan Hem toevertrouwen.  
In het ambt van Koning zorgt Hij ervoor dat de macht van de zonden in Zijn kinderen steeds meer gebroken wordt. Hij maakt hen door Zijn Heilige Geest een gehoorzame burger van Zijn Koninkrijk. 
Dit ambtelijk bezig zijn van Christus is niet iets als een mooi schilderij waar je op afstand naar kijkt.
Dit wordt door het geloof erváren in het hart. Daar zorgt de Heilige Geest voor. Ook al snap je soms niet hoe het allemaal werkt (Johannes 3:8). Eén ding weet je zeker: je hebt Jezus lief.   
      
Een afschrikwekkende werkelijkheid
Die niet gelooft is al veroordeeld. Waarom? Omdat hij niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren Zoon van God. Hoe ruim het ook gepresenteerd wordt, zo afschrikwekkend is het tegendeel. Niet geloven is veroordeeld blijven tot de eeuwige straf. 
Dit is voor veel mensen niet te geloven. Hoe kan een God van liefde mensen naar de hel sturen? 
Als je zo praat, heb je nog nooit iets begrepen van Gods liefde en rechtvaardigheid.  
De uitdrukking ‘geloven in de Naam van’ is karakteristiek voor Johannes (Johannes 1:12; 2:23 en 
1 Johannes 3:23). Het is een andere omschrijving voor geloven in de eniggeboren Zoon van God. 
De Heilige Geest wil dit geloof nog geven. Daarom zijn er nog de waarschuwingen en nodigingen. 
Of behoor jij niet bij deze wereld waar Jezus over spreekt? Hij zoekt je veroordeling niet, maar je behoud. Wat een reikwijdte. Christus is de gegeven Ambtsdrager voor de hele wereld. De Fontein tegen alle zonden en onreinheid waar iedereen uit mag drinken ( Zacharia 13:1; Johannes 7:37).  

Het elfde gebod
Zoals de meesten weten, hebben we tien geboden. Maar er is nog een gebod: ‘En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus en elkaar liefhebben, gelijk Hij ons een gebod gegeven heeft’  (1 Johannes 3:23). 
Dit gebod naast je neerleggen betekent veroordeeld blijven. 
Dit gebod opvolgen is alleen genade. Dan krijgt dit gebod ook handen en voeten in de praktijk van alledag. Dan word je anders tegen je naaste. Dan ga je je werk zo getrouw doen als de engelen in de hemel. Dan wordt het meer en meer een wonder dat God Zijn Zoon ook aan jou heeft geschonken. Dat is niet te geloven in eigen kracht, maar wel door Gods genade. U alleen alle eer!