zondag 12 januari 2020

Jona n.a.v. Jona 1:1-4

Samenvatting toespraak zondagmorgen 12-1-2020. Voorganger: evangelist Johan Krijgsman. 
Telefoon 020-6227742; mobiel: 06-83571391. Amsterdam@bijbelcentrum.nl  www.bijsimondelooier.nl
Thema van de toespraak: ‘Jona’ n.a.v. Jona 1:1-4.

Veel mensen hebben wel eens gehoord van de geschiedenis van Jona in de walvis. Het is een aansprekende en wonderlijke geschiedenis. Velen geloven er niets van want wie kan drie dagen in een vissenmaag doorbrengen? Maar is er voor de Heere iets te wonderlijk? 
De komende weken denken we na over deze geschiedenis. 

Geroepen. 
Wie was Jona? Hij was een profeet, een boodschapper van God. Zijn naam betekent duif. 
Hij woonde in Gath-Hefer, een dorpje op een kleine tachtig kilometer ten noorden van Jeruzalem. 
Zijn optreden valt in de periode van koning Jerobeam II van Israël (783-753 voor Christus). 
De situatie rondom Israël toen, werd bepaald door de opkomst van het wrede wereldrijk Assyrië. Verschillende volken hadden al kennis gemaakt met de wreedheid van de Assyriërs en hun leger. 
In die tijd leefde Jona toen hij door de Heere met een speciale opdracht werd geroepen. 
Hij moest naar Ninevé. Nadrukkelijk staat erbij dat Ninevé een grote stad was. Uit het slot van het boek Jona weten we dat er alleen al 120.000 kinderen woonden. De stad had wel 600.000 inwoners.
Nu is Ninevé een ruïnestad in Irak. Gelegen aan de oostelijke oever van de Tigris in de huidige stad Mosoel. Het was behalve de grootste stad ook van 703 tot 612 v. Chr. de hoofdstad van Assyrië. Wat was de boodschap die Jona moest brengen? God is tegen Ninevé. Hij zal ze uitroeien als ze zich niet zullen bekeren. Waarom is God tegen hen? Dat staat erbij: ‘hun boosheid is opgeklommen voor Mijn aangezicht’. Hun zonden waren zo zwaar en openbaar dat God ze moest straffen. Tenzij ze zich zullen bekeren van hun zonden. 

Stel dat je als voorganger een opdracht krijgt om naar het centrum van Amsterdam of Parijs te gaan. Je moet daar in het openbaar luid en duidelijk gaan vertellen dat God tegen de stad is. God zal de stad om haar zonden straffen tenzij de mensen zich bekeren. 
Denk daar niet gemakkelijk over. Zie je jezelf al staan op de Dam, of bij de Eiffeltoren in Parijs? Moeten mensen dan niet gewaarschuwd worden? Jawel, maar dat is wat anders dan dit in het openbaar te doen in een vijandelijke omgeving. Probeer je in te leven in de situatie van Jona. 

Er is nog iets wat onze aandacht vraagt. God was tégen Ninevé vanwege haar zonden. 
Wat een zaak om God tégen je te hebben. Vreselijk, de Almachtige en Rechtvaardige tégen je. 
Toch is dit de ernst van onze situatie. God moet tégen ons zijn om onze zonden. 
God neemt de zonden zo ernstig dat de Heere Jezus daardoor aan het kruis moest sterven. 
Wat is het nodig oog te krijgen voor de ernst van je situatie. Voor je zonden. Voor je ellende. 
Als je dit ‘ziet’ door Zijn Heilige Geest, ga je dit beamen. Dan krijg je de Heere Jezus nodig. 
De Heere wil mensen dit leren. Dat zien we duidelijk in de opdracht die Jona ontving. 
Juist daarin zien we dat God barmhartig is. Met deze boodschap had God maar één bedoeling: 
dat de Ninevieten zich zouden bekeren van hun zonden en gespaard zouden blijven. 
Als mensen niet merken dat ze in een brandend huis zijn, dan waarschuw je die mensen. Waarschuw je niet, dan is dit onbarmhartig. Zo is het met de Ninevieten. Daarom moest Jona deze scherpe boodschap gaan brengen. De Heere had het behoud van de Ninevieten op het oog. 
Daarom moeten we niet alleen over Gods liefde spreken, maar ook over Gods rechtvaardigheid. 
Als we het oordeel, de straffen, niet voorhouden is het onbarmhartig. Zo komt er behoefte aan redding door het reddende werk van de Heere Jezus. God heeft de redding op het oog van de Ninevieten. Vergeet dat niet. Dat is de oorzaak dat Jona geroepen werd met deze speciale boodschap. 
 
Geweigerd. 
Wat deed Jona met deze roeping? ‘Maar Jona maakte zich op om te vluchten naar Tarsis, van het aangezicht des HEEREN’. Jona was een dienstweigeraar. 
Kan dat dan, een kind en knecht van de Heere die dienst weigert? Ja dat kan, want ze blijven mensen van vlees en bloed. Nee, we praten het niet goed. Wel zit er een diepe oorzaak achter waarom Jona weigerde. Jona vluchtte. 
In plaats van landinwaarts te reizen, ging hij naar de kust van de Middellandse Zee. In plaats van naar het noordoosten ging Jona naar het zuidwesten. Hij ging naar Jafo. Hij zocht een schip dat hem zover mogelijk wegbracht van Ninevé. Naar Tarsis in het zuiden van Spanje. Een half jaar varen. 
Jona trof het. Er was in Jafo een schip dat naar die verre bestemming ging. Jona ging aan boord, betaalde de reiskosten en ging weg. Zover mogelijk weg van Ninevé, maar ook zover mogelijk bij de Heere vandaan. Tenminste als het aan Jona had gelegen. Jona weigerde pertinent. 

Misschien denk je: waarom weigerde Jona? Jona was het met Gods beleid niet eens. 
In het verband van de geschiedenis weten we dat Gods zegeningen over Israël rijk waren. 

Ondanks de zegeningen bekeerden de Israëlieten zich niet. Als profeet wist Jona wat dit voor gevolgen zou hebben voor het volk Israël. Gods straffen daarover zullen zeker komen. 
Jona zag ook steeds duidelijker van welke kant die straffen zouden komen. Dat was van het machtige Assyrische rijk met de hoofdstad Ninevé. Hij zag ze dichterbij komen in zijn gedachten. 
Dat Israël ingenomen zou worden door Assyrië, vond Jona vreselijk. Steden zouden verbrand worden en vrouwen verkracht en gedood worden. Daar had Jona zijn volk niet voor over. Daarom zat hij niet direct met de goddeloosheid van Ninevé. Dit betekent niet dat hij geen verdriet had over hun zonden. 
Maar, zou Jona niet gedacht kunnen hebben: Laat ze nog even in die goddeloosheid. God zal de Assyriërs hiervoor straffen en dan zullen ze Israël niet kunnen aanvallen. Stel dat ik daarheen ga en zij zich bekeren, dan zullen ze Israël zeker binnenvallen. Die inval zal een straf zijn van God.  
Als je zijn handelen nu eens zo ziet, dan is Jona een stuk beter te begrijpen in zijn weigering. 
Is zijn weigering goed te praten? Nee, hij had met zijn zorgen bij de Heere moeten komen. 

Misschien komt Jona wat dichterbij in je eigen leven. Ben jij het altijd met de Heere eens als het enorm tegenzit in je leven? Als je levensweg zo raadselachtig is? Wat je in zulke omstandigheden moet doen? Je verzetten tegen de Heere? Nee, maar je zorgen door het gebed bij de Heere brengen. 

Gewaarschuwd. 
Jona vluchtte voor de Heere. Laat de Heere hem zijn gang gaan? Zegt Hij: ga dan maar naar Spanje en zoek het verder maar uit? Dat was wel terecht geweest, maar de Heere doet dat niet. Gelukkig niet, anders was er niets terechtgekomen van Jona. Let eens op. 
Als Jona geroepen wordt door de Heere staat er: ‘Maar Jona maakte zich op om te vluchten’. Dit is het maar van het tegenspreken van Jona. Gelukkig staat er ook nog een ander maar. Het maar van de HEERE in vers 4: ‘Maar de HEERE wierp een grote wind op de zee’. Dit is het maar van Gods trouw over Jona. Met eerbied gesproken lijkt het wel een damspel. Jona doet een zet met zijn ‘maar’ en de HEERE doet een tegenzet met Zijn ‘maar’. Deze tegenzet van de HEERE is altijd sterker. Daar moeten al Gods kinderen het van verliezen. Daar moet iedereen het eens van verliezen. 
Het maar van de HEERE is een zeer zware storm. Het is een waarschuwende alarmbel voor Jona geweest. Dat weten we uit het vervolg van de geschiedenis. 
Stel je eens voor dat het prachtig weer was gebleven. Wat was er dan van Jona terechtgekomen? Deze storm was geen toeval. De ervaren zeelui hadden er zeker niet op gerekend. Anders waren ze niet uitgevaren. Nee, de Heere waarschuwende de hardnekkige dienstweigeraar liefdevol. 
De storm was een teken van Gods barmhartigheid. Van die barmhartigheid is dit boek vol. 

Wat doe jij met de stormen in je leven? Met alle waarschuwingen die God geeft in de wereld en in de natuur? Denk eens aan de situatie in Australië? Men kan die branden nauwelijks bedwingen. Denk ook aan alle onrust in de wereld? Zie dit eens in het licht van Gods waarschuwende barmhartigheid. 
Die barmhartigheid staat tegenover een verdiende straf. 
Wie zichzelf een beetje leert kennen, kan niet boven Jona staan. Die leert door de Heilige Geest dat het Gods goedheid is dat we nog leven (Klaagliederen 3:22). 
Dit wordt een wonder voor hen die belijden dat ze straf verdiend hebben. Ze leren dat er alleen vergeving van zonden is door het geloof in Christus. Om Zijn bloed, om Zijn werk. Want Jezus, het Licht, heeft de duisternis overwonnen. (Toespraak vorige week zondagmorgen, Johannes 1:5).