zondag 19 januari 2020

Jona’s inkeer - Jona 1:12

Samenvatting toespraak zondagmorgen 19-1-2020. Voorganger: evangelist Johan Krijgsman. 
Telefoon 020-6227742; mobiel: 06-83571391. Amsterdam@bijbelcentrum.nl  www.bijsimondelooier.nl
Thema van de toespraak: ‘Jona’s inkeer’ n.a.v. Jona 1:12

Belijden.
Vorige week hoorden we dat de HEERE Jona waarschuwde door een zware storm. Jona heef niets is de gaten. De zeelieden wel. Ze gaan bidden tot hun goden. Jona ligt heerlijk te slapen in het schip alsof er niets aan de hand is. 
Alle hens aan dek in deze grote nood. De zeelui doen wat ze kunnen om niet te verdrinken. 
Zelfs de lading van het schip wordt in zee geworpen (vers 5). 
Hoe bestaat het. Heidenen die bidden vanwege de grote nood. Daarnaast een kind van de Heere die in deze omstandigheden ligt te slapen. Alleen al dit gegeven geeft aan hoever Jona van huis is wat het geestelijke betreft. Hij is de enige die niet bidt. Alleen dit is al een bewijs dat Jona nooit vanuit zichzelf terug zou gaan. Nee de HEERE moet hem door de heidense zeelui wakker maken en tot bidden aanzetten (vers 6). Dat is opmerkelijk. 
Jona wilde niet naar heidenen om hen te waarschuwen voor de straffen van God. Nu wordt Jona gewaarschuwd door heidenen voor het grote gevaar waarin ze zijn. Jona is op een hellend vlak. Steeds verder van de HEERE af.
De zeelui voelen heel goed aan dat deze storm hen niet voor niets overkomt. Er moet iets aan de hand zijn. Dat blijkt uit het feit dat ze het lot werpen om te kijken wie de schuldige is (vers 7). 
Jona moet gevoeld hebben dat het lot hem zou treffen (Spreuken 16:33). Het lot valt inderdaad op Jona en Jona moet voor de dag komen met zijn verhaal. Hij moet gaan belijden wie hij is (vers 8). 
Hij belijdt dat hij een Hebreeër is. Zo worden de Israëlieten door de buitenlanders genoemd. 
Eerlijk moet hij er nu voor uit komen dat hij de HEERE vreest. De God van hemel en aarde die de zee en het droge gemaakt heeft (vers 9). In vers 10 staat dat hij verteld had dat hij voor de HEERE op de vlucht was. De bemanning heeft toen misschien onverschillig hun schouders opgehaald. 
Vanuit vers 5 weten we dat ze dachten dat iedereen zo z’n eigen god heeft. 
Nu komt Jona met deze belijdenis. Daaruit begrijpen ze dat ze te maken hebben met een totaal andere God dan hun goden. Dit is de God Die regeert over water en wind. Een rechtvaardig God. 
Opmerkelijk dat Jona op het schip moet gaan belijden Wie hij vreest. Dat wilde hij niet doen in Ninevé. Daarom vluchtte hij tenslotte. Vol angst vragen ze aan Jona hoe hij zoiets heeft kunnen doen. Ze voelen het schip schudden op de golven. Daarnaast horen ze de belijdenis van Jona. Dit vervult hen met ontzag voor de Heere. Angstig vragen ze aan Jona wat ze moeten doen. Het noodweer neemt zienderogen toe (vers 11).  

Beleven. 
Jona doet op het eerste gezicht een bizar voorstel. Hij zegt: werp mij maar overboord en de zee zal stil worden (vers 12). 
Ik kan mij voorstellen dat de zeelui niet weten wat ze horen. Daarom werpen ze hem niet zomaar overboord (vers 13). Daarbij weten ze nu met welke God ze te maken hebben. Stel je voor dat zijn God het niet goed vindt dat ze hem overboord gooien. Dan zullen ze zeker gedood worden. 
Jona bekent met dit voorstel schuld. Hij zegt erbij dat hij weet waaróm deze storm hen treft. 
Door een ingeving van God spreekt zijn geweten. 
Even tussen haakjes: wat een zegen als je geweten nog spreekt. Dat is als het ware Gods stem in je binnenste. Ga daarom nooit over je geweten heen. 

Jona komt tot inkeer en neemt alle schuld op zich. Hij wil niet dat deze zeelui het slachtoffer worden van zijn zonden. Hij veroordeelt zichzelf. Hij geeft zich onvoorwaardelijk over aan de HEERE, maar springt niet zelf in zee. Jona is aan het eind gekomen met zichzelf. 
Dit is de beleving van iemand die echt berouw heeft. Die geeft zich onvoorwaardelijk over aan God. 

Als de zeelui zien dat ze dreigen te vergaan, gooien ze Jona overboord. Daarbij roepen ze de HEERE aan of Hij hen om deze daad niet wil straffen (vers 14,15). Daarmee erkennen ze dat de Heere alle dingen bestuurt en dat ze de Heere niet mogen tegenspreken. 
De belijdenis die Jona gaf van de HEERE (vers 9), heeft gevolgen in het leven van de zeelui. 
Riepen ze eerst hun goden aan, nu roepen ze de HEERE aan. Hun reactie roept respect af. 
Zij prijzen de God van Jona. Brengen Hem offers en beloven Hem geloften Vers 16). 
Wat wonderlijk allemaal. Hoe vergaat het Jona?

Behouden. 
Jona gaat overboord. Wie zal zeggen wat er op dat moment door hem heengaat. 
Ik heb wel eens mensen gesproken die bijna onder een auto kwamen. Ze vertelden dat hun hele leven als in een flits aan hen voorbij trok. Wie weet verging het Jona ook wel zo. 

We moeten er ook aan denken dat Jona niet weet dat de HEERE hem wil behouden. De HEERE zorgt voor een walvis die hem opslokt. Dat is zijn behoud. 
Over die vis is al veel te doen geweest. Dat kan toch niet zeggen velen. Zo’n grote vis in de Middellandse Zee. En met een keelgat waar een mens doorheen gaat? En dat Jona drie dagen en nachten in de buik van die vis zat? 
Deze mensen vergeten dat de Bijbel zelf de oplossing geeft voor dit probleem. 
Allereerst is het de Heere Jezus Zelf Die erop terugkomt in o.a. Mattheüs 12:40: ‘Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten was in de buik van de walvis, alzo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten wezen in het hart der aarde’. Jona is dus hierin een voorbeeld van de Heere Jezus. 
Jezus heeft naar Joodse tijdrekening drie dagen en nachten in het graf gelegen. Daarna is Hij opgestaan. Zo ook met Jona. De HEERE behoudt hem. Later zullen we horen hoe hij levend uit de vis is gekomen. 
Waarop moeten we nog meer letten bij dit wonder? We moeten leren om de Bijbel nauwkeurig te lezen. Staat er in de Bijbel dat er toevallig een grote vis langs het schip zwom? 
Nee, er staat dat de HEERE een grote vis beschikte (vers 17). Hij zorgde ervoor dat er op het cruciale moment een grote vis was. Wat zegt de Bijbel van de Heere? ‘Want Hij spreekt en het is er; Hij gebiedt en het staat er’ (Psalm 33:9). Zo machtig is de HEERE. 
Er was eens een vrouw die de Heere hartelijk vreesde. Zij werd uitgelachen dat ze deze geschiedenis letterlijk nam. Weet je wat ze zei: als er gestaan had dat Jona de vis had ingeslikt, zou ik het nog geloven want de HEERE zegt het. Dat is nu geloof. 
De HEERE zorgde voor het behoud van een schuldige Jona.

Misschien zegt iemand: ik herken iets van Jona. Ik ben religieus gesproken aan het eind gekomen. 
Ik weet niet meer hoe ik bekeerd moet worden. Ik belijd schuld en erken straf. Luister dan eens. 
Die vis is een teken van Jezus Christus. Zijn Naam wordt aangeduid met het Griekse woord voor vis: Ichthus. Dat betekent: Jezus Christus, Gods Zoon, Verlosser. Als Hij met Zijn Geest in je leven komt laat Hij zien dat je jezelf niet kunt verlossen. Hij laat je vastlopen. Met welk doel? 
Opdat je ‘overboord’ gaat met al je geestelijk kennen en kunnen. Zo zul je behouden worden door Jezus Christus, Gods Zoon, Verlosser. Deze vriendelijke Jezus verlost mensen graag.