zondag 26 januari 2020

Jona’s gebed in de vis - Jona 2

Samenvatting toespraak zondagmorgen 26-1-2020. Voorganger: evangelist Johan Krijgsman. 
Telefoon 020-6227742; mobiel: 06-83571391. Amsterdam@bijbelcentrum.nl  www.bijsimondelooier.nl
Thema van de toespraak: ‘Jona’s gebed in de vis’ n.a.v. Jona 2.

Ellende 
Vorige week hoorden we Jona’s bizarre voorstel aan de zeelui om hem overboord te gooien. Dan zal de orkaan gaan liggen. Uiteindelijk werpen de zeelui Jona overboord en de storm gaat liggen. 
We zouden denken: dit is het einde van Jona. Jona wist niet dat de HEERE hem wilde behouden toen hij zijn voorstel deed. Dat hij in doodsnood is geweest blijkt uit vers 3 van Jona 2. 
De golven sloegen over hem heen. Hij kreeg het steeds benauwder. Hij is in een wanhoopssituatie gekomen. Hij zag de dood voor ogen. Dat de Heere een walvis beschikt die Jona opslokt, verandert aan de zaak zelf niets. Of Jona nu verdrinkt in de zee of sterft in de maag van de vis maakt niet veel verschil. Volgens vers 5 was het wier of zeegras om zijn hoofd gewikkeld. 
In vers 6 zegt hij dat de grendelen van de aarde om hem heen waren in eeuwigheid. Dat wil zeggen dat hij zich voelde als in een gevangenis waar hij nooit meer uit zou komen. 
Wat doet Jona in deze ellendige situatie? Hij kan niet anders dan bidden tot zijn God. 
Voordat Jona bidt in de vis is er wel heel wat gepasseerd. Hij heeft als het ware een geestelijke ontwikkeling doorgemaakt. Na zijn hardnekkig verzet is hij weer tot zichzelf gekomen. 
Het is zijn schuld dat hij overboord moest. Hij zegt in vers drie dat de Heere hem in de zee geworpen heeft. Nee, niet de zeelui hebben dat gedaan. God heeft dat gedaan omdat hij in opstand was gekomen en van de Heere was weggevlucht. Hij erkent dus opnieuw zijn zonden. 

Daar begint het vaak mee als God mensen bekeert tot Hem. Dan heeft de buurman of wie dan ook het niet meer gedaan. Ik word de schuldige voor God. Ik ben er door eigen schuld ellendig aan toe.  
Hij zorgt ervoor dat ze schuld gaan bekennen. 
Jona was al bekeerd. Toch dwaalde hij van de Heere af. De HEERE zocht hem weer op. 
Dat doet de Heere altijd bij Zijn kinderen. Hij is de Getrouwe voor al Zijn kinderen. 

Iedereen begrijpt dat de buik van de vis nog niet de oplossing was uit zijn ellende. 
Later heeft Jona gezien dat het wel een begin was van de verlossing. Eerst zag hij dit nog niet. 
Ondanks zijn ellende roept hij tot zijn God. Zo gaat dat in het geestelijk leven. Tot de dag van vandaag. Je bidt om uitkomst.  
Het is opmerkelijk dat Jona in deze ellende in zijn gebed verschillende psalmen aanhaalt. 
In vers drie zegt Jona: ‘al Uw baren en Uw golven gingen over mij heen’. Dit staat letterlijk in psalm 42:8. Daaruit mogen we concluderen dat Jona een parate Bijbelkennis bezat. 
Ook voor ons is het goed Bijbelkennis paraat te hebben. Altijd makkelijk als je in gesprek raakt met familie, collega’s of studenten. 

Verlossing 
In het gebed van Jona horen we geen enkele verontschuldiging. Hij erkent nergens meer recht op te hebben. Hij is helemaal van God afhankelijk. Van Gods genade. Dit leert de HEERE Jona opnieuw nu hij in de buik van de vis zit. Toch is hij er vast van overtuigd dat hij verlost zal worden.  
Dat is nu het wonderlijke als iemand zijn geestelijke ellende echt leert kennen. 
Die mensen kunnen  het daarin niet uithouden. Ze richten zich dan ondanks alles op God door God. 
Daarom is Jona er stellig van overtuigd dat de Heere hem zál verlossen. Waarom? 
Dit lezen we in vers 4: ‘nochtans zal ik de tempel Uwer heiligheid weder aanschouwen’ . 
Hij weet het zeker: ondanks het niet verdiend te hebben. Daar wijst het woordje nochtans, of ‘maar toch’ op. Jona zegt: ondanks alles zal ik de tempel in Jeruzalem weer gaan bezoeken. 

In de tempel lag Jona’s hart. Daar heeft Jona de offers gezien die heen wezen naar de Heere Jezus. In de tempel ziet alles op de genade van God voor schuldige mensen. 
Daar staat het altaar voor de verzoening van de zonden. Daar is de plaats waar het offerbloed vloeit. 
Dat bloed van de offerdieren was een symbolisch teken van het bloed van de Heere Jezus. Aan die tempeloffers had Jona opnieuw behoefte gekregen. Daarom spreekt hij tot tweemaal toe in zijn gebed over de tempel (vers 4 en 7). Hij zegt er nadrukkelijk bij dat het de tempel van Gods heiligheid is. Daar spreekt alles van de heiligheid van God. Daar verlangde Jona naar. 

Dat is weer zo’n opvallende trek van al Gods kinderen. Die verlangen er naar om als het kon heilig voor God te leven. Door dik en dun komen ze er wel achter dat ze die heiligheid niet zelf bezitten. 
Ze leren die zoeken en vinden in de Heere Jezus Christus.
Jona ervaart al iets van die verlossing. Ondanks z’n ellendige toestand. Hij zegt: ‘het heil is des HEEREN’ (Jona 2:9). Hij belijdt daarmee dat alle lichamelijke en geestelijke verlossing alleen bij de Heere vandaan komt. 
Jona’s Bijbelkennis was paraat. Hij wist dat dit in Exodus 14:13 staat. Zoek het maar eens op. 

Het ‘heil des HEEREN’ betekent dat je volledig voor verlossing bent aangewezen op een Ander. 
Op de HEERE. Het zit er bij ons in dat we denken dat onze goede werken meetellen. 
Het is zo’n typisch menselijke eigenschap om een tegenprestatie te leveren voor onze redding. 
We moeten door de Heilige Geest leren dat het alleen genáde is die mensen verlost. 
Deze genade of het heil des HEEREN is verdiend door de Heere Jezus Christus. Hij droeg de toorn van God tegen de zonde aan het kruis. Hij heeft net zoals Jona drie dagen en nachten in de vis was, drie dagen en nachten gelegen in het graf. Maar Hij is ook weer opgestaan. Daarom kan Hij mensen verlossen van het grootste kwaad: de zonde en geven het hoogste goed: vergeving van zonden.
Het is de Heilige Geest Die ons wil leren spellen dat het heil des HEEREN is. 
Het komt alléén bij Hem vandaan door het gegéven geloof in Christus. Dat geeft echte dankbaarheid.

Dankbaarheid 
Wat is Jona dankbaar dat de Heere hem opnieuw heeft opgezocht. 
Hij zegt in vers negen: ‘Maar ik zal U offeren met de stem der dankzegging’. 
Er is nog niets van de verlossing te zien. Toch is Jona al zo zeker van zijn zaak dat hij de HEERE wil  danken in de tempel. Offeren werd immers in de tempel gedaan. 
Hij wil een dankoffer brengen. Dit was een offer dat van de volkomen herstelde verhouding met de Heere sprak. Dit wordt ook wel vredeoffer genoemd. Er is weer vrede gekomen tussen twee partijen. Dat wil Jona zichtbaar maken door te offeren in de tempel. Hij wil daarmee zijn dankbaarheid uiten. 

Jona belooft aan de Heere dat hij zijn beloften zal nakomen. Toch zit hij nog midden in de ellende. Wat zal Jona de Heere beloofd hebben? Dat hij gewillig de taak op zich zal nemen die de Heere hem geeft. Hij kan het wonder niet op dat de Heere hem nog gebruiken wil.
Wat is dankbaar zijn? Heer, ik dank U dat ik niet ben zoals die Amsterdammers die met U geen rekening houden. Heer, ik dank U dat ik het zo goed met mezelf getroffen heb? (zie Lukas 18:11). Heer, ik dank U dat U mijn inspanning om U te zoeken gezien hebt. Daarom bent U mij genadig?   
Zouden al die voorbeelden de echte dankbaarheid zijn? Weet je wat echte dankbaarheid is? 
Het niet kunnen klein krijgen dat de Heere jou Zijn genade in Christus gaf. Als er iemand was die dat niet verdiende, was jij het wel. Je kunt het wonder niet op. Dan loop je niet gelijk op de Dam halleluja te zingen. Nee, echte dankbaarheid maakt ons klein in onszelf. We gaan steeds meer onze redding zoeken in de Heere Jezus. Hoe meer we ons heil door en in Hem zien, hoe nederiger we worden. 

Jona heeft een geestelijke ontwikkeling doorgemaakt. Waarom? Na Jona’s belijdenis dat het heil des HEEREN is, geeft de HEERE de vis een opdracht. De vis moet Jona uitspuwen aan land. Het is of de Heere zegt: met deze belijdenis is Jona op de plaats waar Ik hem wil hebben. Daarom mag hij nu uit de vis. Daar staat Jona weer. Klaar voor een nieuw begin. Dat horen we D.V. volgende week.