zondag 3 februari 2019

Ordeverstoring in de kerk - Markus 1:22-28

Samenvatting toespraak zondagmorgen 3-2-2019. Voorganger: evangelist Johan Krijgsman. 
Telefoon 020-6227742; mobiel: 06-83571391. Amsterdam@bijbelcentrum.nl  www.bijsimondelooier.nl
Thema van de toespraak: ‘Ordeverstoring in de kerk’ n.a.v. Markus 1:22-28

Misschien heb je het wel eens meegemaakt dat de orde verstoord werd in de kerk. Terwijl je zat te luisteren naar de preek, begon iemand ineens hard te praten. Jouw aandacht en die van anderen was gelijk weg. Alles was in rep en roer.
Een gelijksoortige situatie kom je tegen in het Bijbelgedeelte dat vanmorgen aan de beurt is. 
De orde wordt verstoord als Jezus een preek houdt. We gaan er naar luisteren. We gaan eerst weer het verband na waarin deze geschiedenis staat. 

Verhuizing
Vanuit Nazareth is de Heere Jezus verhuisd naar Kapérnaüm (Mattheüs 4:13). Je kunt deze plaats vinden aan de noordwestkust van het meer van Galilea. 
Kapérnaüm was een bruisende stad met veel rijkdom, maar waar ook veel zonden heersten. Het was het hoofdkwartier van veel Romeinse troepen. Daardoor waren er veel heidense invloeden. Daarom was Kapérnaüm een ideale plek voor Jezus om Joden en niet-Joden te bereiken met het Evangelie. 
Nog steeds is de stad een ideale plek om autochtonen en allochtonen te bereiken met het Evangelie. Daarom moeten christenen maar niet te snel uit de stad verhuizen. 

In de kerk
Op de sabbatdag gaat de Heere Jezus naar de synagoge, een Joodse kerk, om te preken. 
Markus zegt dat Hij dat ‘terstond’ deed. Dus zonder dralen neemt de Heere Jezus de mogelijkheid om te preken. Zijn Evangelie, Zijn goede en blijde boodschap moet eruit. 
Hij leerde hen, staat er. Vanuit de Bijbel weten we dat Hij leerde vanuit de wet van Mozes en van al de Profeten (Lukas 24:27). De hele toenmaals bekende Bijbel legde Hij uit. Daarbij wees Hij steeds op Zichzelf, dat Hij de beloofde Messias was. 
Zijn preek was niet zomaar een praatje, maar was doortrokken van gezag en waarheid. 
Hij preekte heel anders dan de Schriftgeleerden van die tijd. Die citeerden vaak bekende rabbi’s om hun woorden meer gezag te geven. Jezus deed dat niet. Omdat Hij God was, wist Hij precies wat de Bijbel zei en bedoelde. Dat maakte indruk. Vandaar dat je leest dat de mensen zich ‘versloegen’ over Zijn leer (vers 22). Ze waren diep onder de indruk van Zijn preken. Ze voelde: wat Hij zegt is waar. Daar konden ze niet omheen. Ze hebben doodstil en ademloos geluisterd. 

Ook vandaag
De Heere Jezus ging dus naar de ‘kerk’. Laten we net zo trouw zijn als Hij. Niet alleen wij komen naar de kerk, maar Jezus komt daar ook. Hij is immers daar waar Zijn Woord wordt uitgelegd en bepreekt. 
Als je Hem al enigszins mag kennen met waar geloof, vaste hoop en vurige liefde, wil Hij dit verdiepen. Als je werkelijk beseft dat Jezus elke zondag in de kerk is, laat je je plaats niet snel leeg. Het is toch ‘een gemiste kans’ als Hij er wel is en jij niet? Dan geef je toch een signaal af dat je niets met Hem te maken wilt hebben?
   
De rust verstoord
Uitgerekend als de mensen één en al oor zijn, wordt de preek onderbroken. Niet omdat een kind gaat huilen, maar een volwassen man roept iets. Dat het op dit moment gebeurt, kan niet toevallig zijn. 
Je mag van de duivel alles. Maar als je met heel je hart aandachtig naar een preek luistert, komt hij in actie. Dat zie je hier. Alles zal de duivel eraan doen om te voorkomen dat het Woord bij mensen naar binnen gaat. Wat dat betreft heeft hij vele technieken. 

Tussen al die mensen in de synagoge zit een man met een onreine geest. Dat wil zeggen dat een duivelse geest macht had over deze man. Hij begint ineens te schreeuwen richting Jezus. Hij gooit het eruit: Wat komt U doen, Jezus Nazaréner? Waar bemoeit U Zich mee? Bent u gekomen om ons te vernietigen? Ik ken U wel. U bent de Heilige Gods (vers 24). Wat een tumult. De Heere Jezus wordt de mond gesnoerd. Dat was juist de bedoeling van de boze geest. 

Boze geesten
We moeten niet min denken over onreine, boze geesten. Het zijn demonen en ze worden door de duivel geregeerd. Ze proberen mensen tot zonde te verleiden. Het zijn afgevallen engelen. Ze hebben zoveel macht dat ze iemand stom, doof, blind of gek kunnen maken. Vreselijk! Maar iedere keer als ze tegenover Jezus stonden, verloren ze hun macht. Zo beperkt God hun daden. Ze kunnen niets doen zonder Zijn toestemming. 
Bid veel: Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid. Christus heeft de macht over boze geesten. Ook in jouw leven. 

Heilige Gods
De boze geest noemt Jezus de Heilige Gods (vers 24). Dat is raak getypeerd. Hij is God en Mens in één Persoon. De onreine geest erkent Jezus hiermee als de ware Messias, als de Christus, als de Verlosser van de zonden. 

In Exodus 28:36-38 staat dat Aäron, de hogepriester, een gouden plaat op zijn voorhoofd droeg.  Daarop stond: ‘De heiligheid des HEEREN’. Hij was daardoor de ‘heilige Gods’. 
Die gouden plaat was een beeld, dat Aäron de door God aangestelde hogepriester was. Het was ook een beeld dat de Israëlieten de heiligheid niet in zichzelf moesten zoeken, maar alleen in de Heere. Die gouden plaat was ook een teken dat een gelovige Israëliet nog zondevergeving nodig had. 
Zelfs van zijn ‘heiligste bezigheden’. Zoals van zijn bidden en bijbellezen bijvoorbeeld. 

Dit alles heeft een diepe symbolische betekenis. Aäron was een voorbeeld van Jezus, de grote Hogepriester. Zijn hele Persoon is als het ware een ‘gouden plaat’ waarop staat: ‘De heiligheid des HEEREN’. Zijn hoofd is zelfs van het fijnste, van het zuiverste goud (Hooglied 5:11). 
Zonder het ware geloof in Hem blijven we onheilig. Ook al denken we heel godsdienstig te zijn. 
Échte gelovigen weten dat ze zelfs van hun ‘heiligste bezigheden’, zoals bidden, vergeving nodig hebben. Door Zijn heiligheid heeft Hij ook deze zonden weggenomen. Zijn volgelingen zijn door het geloof in Hem heilig. Dit is een les waar ze hun hele leven over doen.        

Jezus’ macht
De onreine geest zegt dus: Ik ken U, wie U bent, namelijk de Heilige Gods. Wat een getuigenis in de kerk! Maar dat wil de Heere nu juist niet. Hij wil niet dat onreine geesten, demonen, Zijn leer en Zijn waarheid verbreiden. Daarom bestraft de Heere Jezus de onreine geest (vers 25). 
Bestraffen betekent hier: op een gebiedende wijze iets bevelen waardoor je moet gehoorzamen. 
En zo gebeurt het ook. Hij brult nog een keer en laat het lichaam van de man schokken en gaat van hem uit (vers 26). Wat een ordeverstoring, maar ook wat een getuigenis van Jezus’ macht.  
Er zijn geen grenzen aan Jezus’ macht. Hij heeft macht om te scheppen (Johannes 1:3) en macht om te bestraffen. Zelfs de storm en de zee (Mattheüs 8:26). Hij heeft macht om levens van mensen te vernieuwen (Johannes 3:1-9). Bij Hem moet je zijn. Wat je kwaal ook is. 

Als een lopend vuurtje
In de zakenwereld is het het beste als anderen reclame voor je maken. Dan bouw je zonder inspanning netwerken op. Zoiets heb je hier. De mensen zijn sprakeloos van dit wonder (vers 27). Hierdoor begonnen de mensen te geloven dat Jezus een bijzonder Mens is. Iemand Die het waard is om naar te luisteren. Iemand Die mensen wil genezen. Iemand Die preekt met autoriteit. Als een lopend vuurtje wordt dit wonder verspreid (vers 28). 
De hele kerk deed aan evangelisatie. Zo behoort ook nu de hele gemeente aan evangelisatie te doen.  

Persoonlijk
Weten wij iets van de macht van het wonder van Gods bevrijdende genade? Christus wil ons bevrijden uit de macht van de zonde. Uit de macht van onze zondige verlangens. Van die macht krijg je last als de ‘Heilige Gods’ door Zijn Heilige Geest beslag op je legt. Dan krijg je Jezus nodig. Alleen Hij kan en wil jou verlossen van verkeerde zondige verlangens. Weet: Hij is zeer gewillig om je te bevrijden.  
Hij wil ook dat je Zijn liefde en almacht steeds meer gaat beleven. Zo wordt Christus ‘dierbaar’ voor je in Zijn liefde, trouw, gewilligheid, alwetendheid, goddelijkheid en onovertroffenheid. Je gaat steeds meer in Hem zien. Van harte hoop ik dat je hiervan iets kent.
Rust niet voordat je liefdevol kunt zeggen: ik ken U, dat Gij zijt de Heilige Gods. Dat is een kennis die door de liefde werkt. God heeft deze Heilige Gods niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden (Johannes 3:17).