zondag 31 maart 2019

Christus’ gebed voor Zijn vijanden - Lukas 23:34

Samenvatting toespraak zondagmorgen 31-3-2019. Voorganger: evangelist Johan Krijgsman. 
Telefoon 020-6227742; mobiel: 06-83571391. Amsterdam@bijbelcentrum.nl  www.bijsimondelooier.nl
Thema van de toespraak: ‘Christus’ gebed voor Zijn vijanden’ n.a.v. Lukas 23:34

De Heere Jezus heeft tijdens Zijn leven op aarde veel gebeden. Zelfs aan het kruis op de heuvel Golgotha heeft Hij heel indringend gebeden. Het was een gebed voor Zijn vijanden. 
We gaan daar met elkaar over nadenken aan de hand van Lukas 23:34. We verdelen de toespraak in drie delen: 1) Het begin van dit gebed; 2) de inhoud van dit gebed en 3) de klem van dit gebed.

1) Het begin van dit gebed.
Eindelijk is het dan zover: Jezus is gevangen. Hij wordt weggeleid naar Golgotha om gekruisigd te worden. Veel mensen volgen de stoet. Er zijn er zelfs bij die huilen als ze dit allemaal zien. 
Na een onrustige tocht komen ze aan op Golgotha. Hier kunnen ze hun haat tegen Jezus ten volle laten zien. 
Wat is er de afgelopen uren al niet over de Heere Jezus heengegaan? Wat is Hij gemarteld. 
Wat een lasteringen heeft Hij moeten doorstaan. Het is met geen pen te beschrijven wat Hij al heeft doorstaan. Uiteindelijk volgt dan nu de wreedste dood die maar denkbaar is, de kruisiging. 
In die tijd was de kruisiging niet onbekend voor misdadigers. Als een misdadiger dan aan het kruis hing en de laatste marteling onderging, dan klonken de ergste vloeken en schreeuwen vanwege de ondraaglijke pijnen. Het was niet om aan te zien en te horen. 
Wat hoor ik uit de mond van Jezus? Hoor ik een smartelijke pijnkreet? Niets van dit alles. 
Zijn eerste woord aan het kruis is een gebed voor onverschillige soldaten. Het is een gebed voor de fanatieke Schriftgeleerden. Het is ook een gebed voor de opgehitste mensenmenigte die erbij staat te kijken. Kortom: het is een gebed voor Zijn vijanden. 
Hoe begint Jezus Zijn gebed? Heel indringend klinkt het: Vader. Wat een vertrouwelijke omgang had de Heere Jezus met Zijn Vader in de hemel. In de grootste nood houdt Hij nog vast aan Zijn Vader. 
Bij Wie moet Hij het anders zoeken? 

Nood
Misschien herken je hier wel iets van. Je verkeert in nood. Je hebt overal hulp gezocht. Overal vind je gesloten deuren. In zulke omstandigheden blijft er altijd één weg open. Dat is de weg naar boven, de weg van het gebed. Vertel de Heere alles waar je mee zit. Zeg maar: Heere, ik kan mezelf niet helpen, maar ik heb gehoord dat U kunt helpen. Ik heb het niet verdiend, maar help mij uit genade.

Hij vraagt aan Zijn Vader om vergeving voor hen die vervuld zijn met haat en afkeer van Hem. 
Voor hen die naar Zijn vreselijke doodsstrijd staan te kijken. Dat is nu liefde. 
Hoe bidt Hij dan? Vader, vergeef het hun. Wat bedoelt de Heere Jezus met dat woordje: het? 
Hij vat hier al de zonden van het volk samen in dat kleine woordje het. Moet ik daar iets van zeggen? Hij bedoelt daarmee al de spot en verachting die Hij ondervonden heeft toen Hij vol liefde het land doorging. Al de afkeer en haat die Hij ondervonden heeft. Al de grove mishandelingen en pijnigingen die Hij heeft ondergaan in de uren voordat Hij hier was. Alles wat ze Hem op dit moment aandoen. Wat een liefde dat Hij Zijn Vader niet alles woord voor woord voorlegt, maar het samenvat met dat kleine woordje het. De liefde van Christus gaat nog verder. Hij zegt: Vader, vergeef het hun. 
Wie zijn die hun? Het is ten diepste een massa misdadigers die hier staan. Allemaal willen ze van Jezus af. Op de kruisheuvel Golgotha staan ruwe soldaten en beulen. Er staan deftige Schriftgeleerden en Farizeeën. Daarnaast zie ik de gewone man en vrouw staan, opgehitst door de kerkelijke leiding. 

Liefde
Zie je jezelf daar staan? Want zo lang wij niet met een echt geloof in Hem geloven, doen wij ten diepste hetzelfde als al die mensen bij het kruis. Wij verwerpen Hem. 
Met dit kleine woordje hun sluit Hij niemand uit. Iedereen heeft van nature een diepe afkeer van Jezus. Dat komt nu heel duidelijk aan het licht, nu ze Hem gekruisigd hebben. 
Wat een liefde dat de Heere Jezus zelfs in Zijn ondragelijke pijnen, nu nog Zijn handen uitstrekt naar zulke mensen. Hij worstelt om hun behoud in dat kleine woordje hun. Hij worstelt om jouw behoud. Wat een liefde. Onder zo’n gebed breekt je hart toch? 

2) De inhoud van dit gebed. 
Dan laten we de nadruk vallen op het woordje: vergeef. Dat woord heeft hier twee betekenissen: ‘laten liggen’ en ‘loslaten’. Wat betekent ‘laten liggen’? De Heere Jezus vraagt aan Zijn Vader of Hij de zonden van die mensen nog wil laten liggen en ze nog niet wil straffen om hun zonden. 
Dus Jezus vraagt of die mensen nog uitstel krijgen. Hij bidt: Vader, wilt U hen nog sparen, geef ze nog tijd zodat ze nog tot bekering mogen komen. Vader, straf ze nog niet, als U nu naar hun zonden zult doen, dan moeten ze levend ter hel varen. Vader, hoor Mijn gebed. Ik treed voor hen tussenbeide met Mijn gebed. De Heere Jezus bidt hier om genadetijd voor Zijn vijanden. 

Omdat Hij dit gebeden heeft aan het kruis, daarom krijg jij nu nog tijd om je te bekeren. Om de bede van Christus stelt God het oordeel over alle ongelovigen nog uit. Wat een goedheid van Hem. Niemand verdient het door zijn zonden nog langer te leven. 

We gaan nu naar de tweede betekenis van dit woordje vergeef. Dat is ‘loslaten’. 
We kunnen ook zeggen: vrijspreken. Hij vraagt hier niet voor iedereen om vrijspraak. Dat zou dan betekenen dat iedereen vergeving krijgt. Vrijgesproken wordt. Dat is niet bijbels. 
Hij vraagt hier om vergeving van de zonden van allen die Hij op het oog heeft. Ook die mensen stonden onder de mensenmassa bij het kruis. Voor die mensen heeft Hij door Zijn dood verzoening verdiend. 

Zie jij jezelf daar ook tussen staan? Dat is de allerbelangrijkst vraag die ons bezig moet houden. 
Hoe weet ik dat, vraag je? Heel eenvoudig. Dan ken je jezelf als een vijand van God en Jezus. 
Je hart breekt van verdriet onder die vijandschap. Daar wil je vanaf. Dat is je gebed. Luister, voor die mensen bidt Hij hier Zijn Vader. Vader, spreek ze vrij van zonden op grond van Mijn zondoffer aan het kruis. Dit gebed wordt altijd verhoord door Zijn Vader. Daar staat Hij borg voor omdat Hij de Borg is.

3) De klem van dit gebed. 
Dat beluisteren we in: ‘zij weten niet wat ze doen’. Is dit een verontschuldiging? Nee, want ze kunnen heel goed weten wat ze doen. Ze zijn alleen met blindheid geslagen door hun eigen zonden. De Heere Jezus grijpt dit aan om te bidden om uitstel en verschoning. Hij vraagt of ze tot inkeer mogen komen. 

Zondigen is een schuldige onwetendheid. Waarom? Omdat wij in het paradijs zo niet geschapen zijn.  
Je weet niet wat je doet als je onbekeerd doorleeft. Als je denkt dat het allemaal wel mee zal vallen. 
Je weet niet wat je doet als je denkt met wat goede werken het te redden voor God. 
Je hebt wedergeboorte nodig! Je hebt het ware geloof in Christus nodig. 
Je weet niet wat je doet als je zegt dat wij ons hart moeten openen, zodat Jezus erin kan komen. Nee, Jezus opent Zelf mensenharten en dan trekt Hij naar binnen. 
Je weet niet wat je doet als je Jezus blijft verwerpen. Dan gaat de Heere dit gebed als het ware steeds zachter bidden. Omdat je wel weet wat je doet als je doelbewust Hem blijft verwerpen. 
Wat een schuld laad je dan op je. Weet wat je doet als je zo doorleeft!

Weet je wanneer we weer weten wat we doen? Als de Heilige Geest ons leven binnenkomt. 
Dan zie je je leven in het juiste perspectief. Dat is een leven zonder God en tegen God. Je gaat zien dat je je doel mist: leven tot eer van God. Dat kun je niet meer vanuit jezelf. Het kan alleen door het geloof in de Heere Jezus. Zo komt er door de Heilige Geest steeds meer zicht op deze biddende Jezus. 
Je gaat uit Hem leven. Dat is een biddend en strijdend leven. Strijd tegen jezelf en strijd om voor Hem te leven. Je weet je dan geleefd door Hem. De één heeft daar meer zicht op dan de ander. 
De Heere leidt Zijn kinderen niet allemaal even ver in de genade. Daar moeten we oog voor hebben. Eén ding hebben ze gemeenschappelijk: ze verwonderen zich allemaal over dit eerste kruiswoord. 
Wat een onbevattelijke liefde voor vijanden.      

Ken je Hem nog niet in welke mate dan ook? Dan heeft Paulus in Naam van de Heere nog een klemmend gebed: ‘Zo zijn we dan gezanten van Christus’ wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus’ wege: Laat u met God verzoenen’ (2 Korinthe 5:20).