zondag 3 november 2019

Komen tot het Brood Gods, Jezus’ - Johannes 6:37.

Samenvatting toespraak zondagmorgen 3-11-2019. Voorganger: evangelist Johan Krijgsman. 
Telefoon 020-6227742; mobiel: 06-83571391. Amsterdam@bijbelcentrum.nl  www.bijsimondelooier.nl
Thema van de toespraak: ‘Komen tot het Brood Gods, Jezus’ n.a.v. Johannes 6:37.

Ook jij kent vast wel enthousiaste momenten. Je gaat er voor. Iets dergelijks komen we tegen in de geschiedenis die onze aandacht vraagt. De wonderen stapelen zich op. Wat waren de mensen enthousiast over Jezus. Wat een wonderdokter was Hij. Iemand die 38 jaar verlamd was, is door Hem weer genezen (Johannes 5:1-9). Wat een sensatie! Bijna iedereen volgt Jezus (Johannes 6:2).
De mensen zijn zo vol van Hem, dat ze niet meer op de tijd letten. Het begint intussen avond te worden. Daarbij komt dat ze nog niets gegeten hebben. 
Zoals altijd is Jezus bezorgd over het wel en wee van de mensen die Hem volgen. Hij wil dat ze wat te eten krijgen. Maar wat moet je met vijf broden en twee visjes, die een jongetje bij zich heeft? 
Daar kun je toch niet duizenden mensen te eten van geven? (Johannes 6:9). 

Geen grenzen aan Jezus’ macht
Opnieuw zal blijken dat er geen grenzen zijn aan Jezus’ macht. De Heere Jezus vermenigvuldigt de vijf broden en de twee vissen. Hij doet dat zo dat al die duizenden mensen te eten krijgen. Er is zelfs veel over. Voel je het enthousiasme bij die mensen? Dit overstijgt al hun verwachtingen! Ze kunnen niet meer bij Hem vandaan blijven. De volgende dag zoeken ze Hem weer op (Johannes 6:24). 

Jezus zoeken
Daar moet je als voorganger toch blij om zijn als zoveel mensen Jezus zoeken? Jazeker, dat zijn ze ook. Waren er maar veel meer mensen die de Heere Jezus zochten. Juist dat er op de grote massa bijna niemand is die Hem zoekt, maakt voorgangers verdrietig. 
Zoek jij Hem nog niet? Dat is dan een teken dat je niet weet wat je mist. En ook deze constatering klopt. Vanuit onszelf weten wij absoluut niet wat we met Jezus moeten doen. Wat een geluk dat de Heere Jezus er voor zorgt dat mensen Hem gaan zoeken. 

Zoek jij Hem? Dat is mooi. In deze geschiedenis zoeken ze Hem ook. Maar alleen uit sensatie vanwege het broodwonder. Onomwonden vertelt de Heere Jezus hun dit. Hij zegt: jullie zoeken Mij alleen om het broodwonder. Weet je waar jullie je druk over moeten maken? Niet om allerlei tijdelijke dingen, maar om de eeuwige dingen. (Johannes 6:26,27). Het zal je maar gezegd worden. Tempert de Heere Jezus nu hun enthousiasme? Dat niet, maar met deze opmerking laat Hij zien dat Hij weet waar het hen om te doen is. De meesten geloven niet echt in Hem. Het is een soort massahysterie. 

Vandaag kom je soortgelijke dingen tegen. Sommige kerken lopen leeg omdat mensen naar een vrijere groep gaan. Daar gebeuren tenminste wonderen. Daar worden bijvoorbeeld mensen genezen. Geen kwaad woord daarvan. We mogen niet oordelen. Toch moeten we oppassen dat niet de voorganger en de genezen mens in het middelpunt komen te staan. Het gaat erom dat de Heere Jezus wordt groot gemaakt.  Laten we luisteren hoe de Heere Jezus reageert.

De gave van het geloof
Hij stuurt de mensen niet weg. Dat is opmerkelijk. Hij houdt ze wel de waarheid voor. De waarheid dat het geloof een gave van God is (Johannes 6:29). Hij is ‘het Brood Gods’. Met andere woorden: 
Hij is het enige middel waardoor ze gered kunnen worden. Hij is door God de Vader gegeven opdat de mens daarvan zal eten – dat is in Hem geloven – opdat ze niet verloren zullen gaan (Johannes 6:50).
In Hem geloven betekent veel meer dan Hem alleen met je ogen zien (Johannes 6:36). 
In Hem geloven houdt veel meer in dan Hem volgen vanwege de genezing van een verlamde man en het broodwonder. In Hem geloven betekent dat je Hem ziet met een bovennatuurlijke – met een geestelijke – blik. Deze geloofsblik kan alleen de Vader je geven. Dit ligt buiten onze macht. 
Dat laat de Heere Jezus nog eens duidelijk horen in onze tekst: ‘Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen en die tot Mij komt zal Ik geenszins uitwerpen’ . 
Tegen de scherpe, maar liefdevolle woorden van Jezus steigeren ze (vers 41). Velen keren Hem de rug toe. Zo streng hoeft het niet. Aan het eind van deze geschiedenis blijkt hoeveel ware volgelingen Jezus overhoudt. Het zijn er slechts twaalf (Johannes 6:67). Dat is wat. Je begint als voorganger de dag met duizenden volgelingen en aan het eind van de dag heb je er nog twaalf over. 
Moedeloos? Nee. Deze woorden zijn troostvol. Luister maar.  

Gegeven
‘Al wat Mij de Vader geeft’.  Wat betekent dit? Het oorspronkelijke woord dat hier gebruikt wordt voor ‘geven’ betekent: ‘die het de Vader vergunt’. Een aardse vader gunt alleen zijn eigen kinderen de erfenis. Zo is het met God de Vader. Alleen Zijn kinderen vergunt Hij de ‘erfenis’ van het geloof. 
Wij maken niet uit wie die kinderen zijn. Gelukkig niet. 


Soms zijn mensen gelovigen waarvan wij het niet verwachten. Soms denken wij dat mensen gelovigen zijn en ze zijn het niet. Nee, die door de Vader aan Christus zijn gegéven, die gaan op Zijn tijd geloven. Dat staat zo vast als een huis. Wat een troost. Het is een ontelbare mensenmassa. Ze komen overal vandaan. Dat kan niemand verhinderen. Ook niet onze natuurlijke vijandschap tegen de Heere. Gods wil doorkruist al onze vijandschap en ongeloof. Wat een rust voor het zendings– en evangelisatiewerk. 

Christus’ gewilligheid
Het tweede gedeelte van de tekst is persoonlijker: ‘en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen’. Hier zie je de grote gewilligheid van Christus om zondaren te ontvangen. Daar moeten we oog voor krijgen. Als je drinken wilt gieten in een thermosfles, moet je hem eerst openen. Doe je dat niet, dan stroomt het drinken langs de fles en wordt hij niet gevuld. Zo is het met ons. De Heilige Geest moet eerst ons innerlijk openen, zodat de ‘gewilligheid’ van Christus naar binnen stroomt. De Heilige Geest wil niets liever dan ons innerlijk openen. Daar gebruikt Hij de Bijbel voor. De Heere Jezus wil niets liever dan zondaren ontvangen. Al is het midden in de nacht.        
 
Komen
Wat houdt geestelijk komen tot Christus in? Het is een dorsten, verlangen, naar Hem en een geestelijk drinken van Hem (Johannes 7:37). Dit komen tot Jezus is een ‘vluchten’ tot Hem. Zo iemand kan zichzelf op geestelijk gebied niet meer redden. Ze nemen toevlucht ‘onder de schaduw van Zijn vleugelen’ (Psalm 36:8). Daar is het veilig. 
Het is net als met een kind dat in gevaar bij moeder schuilt. Het weet: bij haar ben ik veilig.

Het is een komen als een onwetende in geestelijk opzicht. Je kunt heel veel weten van de Bijbel. 
Dat is goed. Toch kan er een moment komen dat je het niet meer weet. Dan ga je ‘vluchten’ tot Christus. Je gelooft dat Hij de ware Voorganger is Die jou onderwijs kan en wil geven. 
Je bidt: ‘leid mij in Uw waarheid en leer mij’ (Psalm 25:5). 

Dit komen houdt in dat je jezelf meer of minder kent als een overtreder van Gods geboden. Je ervaart dat overtreders gestraft moeten worden. Vanuit die situatie vlucht je tot Christus. Hij heeft de straf op de zonden gedragen. Het wordt je vraag: heeft Hij ook mijn zonden gedragen? Toch geloof je dat de Heere Jezus volkomen kan zalig maken diegenen die door Hem tot God gaan (Hebreeën 7:25). 

Dit komen betekent ook dat je weet dat Hij als Koning alle dingen regeert. Ze geloven dat Hij bij machte is om alle boze machten in hen te breken. Ze roepen Hem tot Koning uit in hun leven. 
Het geheim van het komen is, dat de Vader mensen tot Christus trekt. 
In dit komen is onderscheid. Sommigen komen al twijfelende. Toch komen ze. Ze kunnen niet bij Hem wegblijven. Anderen komen met wat meer zekerheid. Weer een ander komt vol blijdschap tot Hem. Hoe dan ook, het gaat om de kern. Men komt altijd als een geestelijk hongerige en dorstige tot de geestelijke volheid van Jezus. 

Blijvend
Dit komen is er niet alleen in het begin van het leven met de Heere. Nee, het is een blijvend iets. 
Het hele geloofsleven bestaat uit het komen tot Christus. Wel komt er meer zekerheid dat Christus ook jou redden wil. Een stap verder: en gered heeft. Je gaat je steeds meer concentreren op Christus.  Daarbij hoort ook het verlangen om Hem te gehoorzamen. 
Vast staat dat iedereen die tot Christus komt, aangenomen en behouden zal worden. Als Jezus maar pogingen ziet om te komen en de vraag hoort: ‘trek mij tot U’, gaat Hij zulke mensen al tegemoet. 

Ruimte genoeg
De zaligheid die er in Jezus is, behoort ons aan te moedigen om tot Hem te gaan. We hoeven niet bang te zijn dat er teveel mensen tot Hem komen. Bij Hem is ruimte genoeg. Trouwens: ‘al wat Mij de Vader geeft zal tot Mij komen’. Dat is het fundament. Daarom: ga vrijmoedig tot Hem want ‘die tot Mij komt zal Ik geenszins uitwerpen’. Bid steeds: ‘Trek mij, wij zullen U nalopen’ (Hooglied 1:4).